Duidelijke regels
In Hasselt wordt recht gedaan dankzij het Algemeen Reglement uit 1816
Op 7 januari 1816 wordt via koninklijk besluit het ‘Algemeen Reglement voor het bestuur der Hervormde Kerk in het Koningrijk der Nederlanden’ ingevoerd. De casus in de Grote Kerk te Hasselt laat echter zien dat dit – door velen verfoeide Algemeen Reglement – ook voordelen met zich meebracht.
Het moet een behoorlijke teleurstelling geweest zijn voor de twee predikanten van Hasselt, ds. J.C. Venema (1772-1831) en ds. T.A. Visch (1761-1824), op donderdagavond 12 februari 1812 in de consistoriekamer van de Grote Kerk in Hasselt. Al geruime tijd hebben de predikanten hun jaarlijkse traktement van ƒ 600,- niet ontvangen. Ten einde raad heeft de kerkenraad in overleg met de burgemeester besloten om een collecte te houden onder alle inwoners van Hasselt en de buurtschappen rondom het stadje. Maar in plaats van het verwachte bedrag van ƒ 1444,- brengt deze collecte slechts ƒ 309,- op. Het geld wordt tijdens de kerkenraadsvergadering verdeeld en de predikanten gaan huns weegs met een fractie van het bedrag waar ze eigenlijk recht op hebben.
Scheiding
Bovengenoemde situatie is een voorbeeld van de moeilijke situatie waarin veel predikanten van de Gereformeerde Kerk verkeren na de scheiding van kerk en staat in 1796. De publieke kerk moet voor haar eigen inkomsten gaan zorgen. Voor die tijd waren de traktementen en het onderhoud van de kerkelijke gebouwen de verantwoordelijkheid van de overheid. In 1801 wordt de scheiding ten dele teruggedraaid, maar de betaling van de predikantstraktementen blijft onregelmatig en in veel gevallen zelfs uit.
Centralisatiestreven
Ondertussen vinden er op bestuurlijk gebied grote veranderingen plaats. Al sinds het einde van de achttiende eeuw is er een groeiende neiging tot centralisatie waar te nemen binnen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Dit proces komt in een stroomversnelling wanneer Lodewijk Napoleon (1778-1846) in 1806 aan de macht komt en wordt nog eens versterkt wanneer het koninkrijk Holland in 1810 wordt ingelijfd bij het Franse keizerrijk van Napoleon (1769-1821). Ook de Gereformeerde Kerk ontkomt niet aan het centralisatiestreven van de overheid. Er zijn plannen om de kerkelijke organisatie te ontmantelen en opnieuw op te bouwen naar Frans model. Door Napoleons ondergang worden deze plannen verijdeld. Desondanks blijft de overheid werken aan een kerkelijke reorganisatie.
Redding
Als Willem I (1772-1843) in 1813 koning wordt van het nieuw opgerichte koninkrijk Holland, kan hij gebruikmaken van de reeds ontwikkelde plannen. De nieuwe koning, die onder Napoleon het kleine vorstendom Fulda bestuurt en daar ervaring opdoet met het centraliseren van de kerk, stelt zich garant voor de betaling van de traktementen van het predikantenkorps. Vanuit financieel oogpunt betekent dit de redding van de kerk.
Daar staat echter wel wat tegenover, want kort daarna wordt het ‘Algemeen Reglement voor het bestuur der Hervormde Kerk in het Koningrijk der Nederlanden’ ingevoerd. Dit reglement van 93 artikelen is vrij beknopt en heeft de nodige open eindjes. Door deze beknoptheid, maar ook door het breed gedeelde verlangen om na het – voor velen traumatische – Napoleontische tijdperk samen te werken aan de wederopbouw van de natie, en uit dankbaarheid voor de financiële steun van de overheid, komt er weinig protest vanuit de kerk. En is de overheid niet altijd al zeer betrokken geweest op het kerkelijk leven? Ook de kerkenraad in Hasselt neemt het nieuwe reglement voor notificatie aan en het kerkelijk leven gaat verder als vanouds.
Conflict
De Afscheiding (1834) brengt weinig verandering in de bedaarde gang van zaken binnen het kerkelijk leven in Hasselt. In 1835 breekt een kleine groep met de gemeente, maar al snel ontstaan er onder deze afgescheidenen de nodige conflicten. Het overgrote deel van de gemeente blijft dan ook trouw aan de Nederlandse Hervormde Kerk.
Desondanks breekt er in 1839 wel een conflict uit tussen de ouderlingen en diakenen, die tegenover de beide predikanten komen te staan. Dit heeft te maken met de manier van werken van de predikanten. Vooral het optreden van ds. W.H. van Griethuijsen (1779-1854) blijkt verzet op te roepen. Ouderlingen en diakenen schrijven dat de predikant niet bereid is om voor te gaan tijdens de diensten op zondagavond. De diakenen hebben hem daarop bericht gedaan dat ze van hem een bedrag van ƒ 3,- verwachten, als compensatie voor de gemiste collectegelden in verband met het niet doorgaan van de eredienst. Vervolgens ontstaat er een discussie over het aantal diensten dat door de predikanten vervuld moeten worden. Volgens ouderlingen en diakenen zijn dat er drie per week. De predikanten stellen dat dit niet waar is.
Minder kerkdiensten
In het conflict schaart de pas bevestigde ds. G. Bruna (1810-1886) zich achter zijn collega. Nu de kerkenraad er niet uitkomt, is er dankzij een aanvulling op het oorspronkelijke Algemeen Reglement, het ‘Reglement op de uitoefening van kerkelijk opzigt en tucht’, duidelijk tot wie zij zich moet wenden: het klassikaal bestuur. Uit het schrijven van ouderlingen en diakenen aan het klassikaal bestuur blijkt dat er heel wat meer aan de hand is: de predikanten verblijven elke zomer wel vijf of zes weken buiten de stad, schrappen zonder opgaaf van reden avondmaalsvieringen en houden in plaats van een avonddienst een bidstond voor het Zendelinggenootschap.
Ouderlingen en diakenen zijn bang dat de gemeente zal wennen aan minder kerkdiensten, waardoor de financiën van de diaconie en het geestelijk welzijn van de gemeente onder druk komen te staan.
Vrijgesproken
De predikanten dienen op hun beurt een klacht in tegen de overige kerkenraadsleden. Volgens de predikanten zijn zij ‘onvatbaar voor rede en billijkheid, verzuimen ze kerkdiensten en de viering van het heilig avondmaal en daarnaast weigeren ze altijd of met enige regelmaat om de opgegeven Evangelische gezangen mee te zingen’.
Het klassikaal bestuur spreekt beide partijen vrij vanwege een procedurefout. Ook een beroep van ouderlingen en diakenen op het provinciaal kerkbestuur haalt niets uit. Klachten naar aanleiding van een onvolledig ingevuld visitatieformulier zijn voor het klassikaal bestuur reden om een nieuw onderzoek in te stellen. Opvallend is dat ds. Van Griethuijsen het voor elkaar krijgt dat het klassikaal bestuur ouderlingen en diakenen dagvaardt. Er volgt een stevig verhoor waarbij dezen individueel worden ondervraagd. Het uiteindelijke resultaat is dat drie ambtsdragers worden geschorst en vier anderen uit hun ambt worden ontzet. Ze laten het er echter niet bij zitten en gaan in beroep bij het provinciaal kerkbestuur. Het resultaat hiervan is dat het vonnis van het klassikaal bestuur wordt vernietigd. Uiteindelijk worden beide partijen vrijgesproken, maar wel verplicht tot het betalen van de proceskosten.
Liggingsverschillen
Wat valt er op aan dit conflict? Allereerst dat de klachten van de ouderlingen en diakenen serieus worden genomen. De heldere structuur van het Algemeen Reglement zorgt ervoor dat elk gemeentelid de mogelijkheid heeft een klacht in te dienen die serieus onderzocht wordt. Ook is er het recht om in hoger beroep te gaan. Voor 1795 gebeurde het regelmatig dat de overheid ingreep in kerkelijke conflicten.
Een ander opvallend element is dat de plaatselijke kerkenraad grote vrijheid heeft om beleid te maken. Als het gaat om de invulling van de kerkdiensten, kijkt het klassikaal bestuur naar wat de kerkenraad heeft besloten. In het conflict spelen theologische liggingsverschillen geen rol. Als die later wel ontstaan, biedt het Algemeen Reglement geen soelaas. Ds. Bruna blijkt gedurende zijn lange ambtsperiode in Hasselt een deel van de gemeente van zich te vervreemden. Zelfs zo sterk dat er een evangelisatie wordt opgericht.
Voordelen
Deze casus laat zien dat het Algemeen Reglement ook voordelen met zich meebracht. De veranderende tijdsomstandigheden vroegen om een heldere bestuursstructuur. Met behulp van het Algemeen Reglement bleek elk kerklid aanspreekbaar op zijn functioneren. Juist door duidelijke regels werd er in Hasselt recht gedaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's