Boekbesprekingen
W. Aalders Pascal als apologetisch prediker. Uitg. Brevier, Apeldoorn; 327 blz.; € 29,99.
Dr. W. Aalders was in de laatste decennia van de vorige eeuw een theoloog van de verontrusting. Die verontrusting kwam in 1971 tot uiting in het Getuigenis, dat zich uitsprak tegen de horizontalisering in kerk en theologie. Als bron van ‘de grote ontsporing’ wees Aalders de theologie aan van Karl Barth, vooral in diens latere ontwikkeling.
Aalders vroeg aandacht voor de eeuwigheidsdimensie in het Evangelie en greep daarbij terug op de klassieke denkwijze. Onder ‘klassiek’ verstond hij niet alleen Luther en Augustinus maar ook de klassieke Griekse oudheid van Plato en de tragediedichters. Die hadden voorbereidend werk gedaan voor de eeuwigheidsdimensie. Zijn met eruditie geschreven boeken trokken destijds de aandacht en lokten tegengestelde reacties uit. Eenzijdig conservatief en een verheerlijken van het Griekse denken ten koste van het oudtestamentisch-Joodse gedachtegoed. Of: iemand die de tijd profetisch doorlicht vanuit de grote traditie van de kerk en daarbij aandacht vraagt voor de onsterfelijke ziel en de kennis van het hart.
Dankzij de stichting Vrienden van Kohlbrugge krijgt zijn nalatenschap nu een ereplaats. In een reeks verschijnen zijn belangrijkste werken opnieuw, met toelichting en bewerkt voor de lezer van nu. Het vroegste werk is zijn dissertatie over Blaise Pascal als schrijver van Pensées (1941). De jonge Aalders typeert hem, in de lijn van Barth, als een apologetische prediker. Pascal zoekt voor de waarheid van het Evangelie geen bewijsvoering die filosofisch overtuigend is. God is de God van Abraham, Izaäk en Jakob – niet die van de filosofen. Dat zijn de bekende woorden die Pascal steeds bij zich droeg. Wij moeten daarom een voorbehoud maken bij de gebruikte argumenten en bewijzen (preuves) die in de Pensées (Gedachten) te vinden zijn. Zij mogen, schrijft Aalders, het kleed van bewijsvoering dragen, maar willen toch prediking zijn.
Pascal gaat intellectueel in gesprek met de filosofen van zijn tijd. Hij wijst op het gevoel (sentiment) van misère en het instinct van grandeur dat de mens eigen is. Al redenerend wil hij duidelijk maken dat het geloof niet anti-redelijk is. Maar daarmee neemt hij de ergernis en dwaasheid niet weg. ‘Verneder u, machteloze rede! Zwijg, stompzinnige natuur!’ Geen natuurlijke theologie dus, concludeert Aalders in lijn met Barth. God moet Zelf afdalen (condescendentie) in soevereine genade.
Toch voelt Aalders zich ook verwant met Barths opponent Emil Brunner, die sprak van een aanknopingspunt in de mens. Bij Pascal is het hart (coeur) of de ‘vrije wil’ de plek waar God de mens raakt. Die vrije wil levert zonder Gods zelfopenbaring niets op, het is geen voorhanden aanknopingspunt. Maar als de genade het hart raakt, gebeurt dat op de manier van een ontmoeting waarbij de soevereine God de vrije wil van de mens opeist. Zo krijgt naast de misère ook de grandeur en de vrijheid van de mens een plek in de werking van de genade.
Aalders’ proefschrift ademt een enthousiasme voor de theologie van het hart als plek waar God en mens gekend worden. Tegelijk is er de afkeer van het Griekse denken (het platonisme, noemt hij het) waarbij het existentiële verdwijnt en het subject (de mens) alles denkt te kunnen begrijpen als object. Zo wordt de openbaring een theorie, geperst in het menselijke denkraam. Pascal had de moed de dwaasheid van het Evangelie voorop te stellen. In een lange inleiding legt dr. H. Klink uit dat Aalders later Pascal anders is gaan lezen. Wat Pascal schreef over Plato, klopte niet. Niet Plato maar vooral Aristoteles is de bron van de intellectualisering bij Pascals tijdgenoten (Descartes, Montaigne). Bij Plato staan de onsterfelijke ziel en het besef van een eeuwigheidsdimensie centraal. Volgens Klink heeft de latere Aalders zijn theologie van het hart (Pascal) kunnen verbinden met het eeuwigheidsbesef van Plato. Als ik het goed begrijp, wordt de ziel dan een aanknopingspunt voor een breder gesprek in de filosofie waarbij het Evangelie als de ‘ware filosofie’ het antwoord aanreikt. Mij dunkt, dat is in tegenspraak met wat Aalders in zijn proefschrift betoogt.
Biedt deze heruitgave een ‘prachtige introductie in het denken van Pascal’ (Voorwoord, 43)? Als proefschrift is het een academische exercitie met een invalshoek die de sporen draagt van die tijd; logischerwijze ontbreekt dan een bredere ontvouwing van Pascals denkwereld. Jammer bij deze verzorgde heruitgave is dat de voetnoten nog steeds verwijzen naar een vroegere editie van de Pensées met een verouderde nummering, zodat de lezer zijn hedendaagse editie er niet bij kan gebruiken. Als eigentijdse introductie zou ik het recente boek van dr. Klaas Bom (Blaise Pascal. Een andere moderniteit) aanbevelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2024
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2024
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's