Een spinnenweb
‘ Gedurende de zomervacantie is in stilte overleden de Gereformeerde Bond tot vrijmaking der Hervormde Kerk.’ Dat schreef Abraham Kuyper op 6 oktober 1907 in De Heraut. Ondanks deze trieste mededeling bestaat de Bond nog steeds. Historicus Willem Bouman schreef over het wel en wee van de Gereformeerde Bond twee artikelen in het Nederlands Dagblad (21 en 27 mei).
Nederlands Dagblad (1)
Op 18 april 1906 werd in Utrecht, in het gebouw van Kunsten en Wetenschappen aan de Mariaplaats, de Gereformeerde Bond opgericht. Velen kwamen bijeen om hun zorgen te uiten over de koers van de Nederlandse Hervormde Kerk. De kerk ging nog steeds gebukt onder de kerkelijke regeling van 1816. Ze werd van bovenaf geregeerd en niet van onderop door kerkenraden, classicale vergaderingen en de synode. De koning stond aan het hoofd. Door dit systeem was de kerk gekneveld. Aan deze toestand zou pas in 1951 met de invoering van de nieuwe kerkorde een einde komen. Terug naar 1906, de oprichting.
Bij de ingang van de zaal moesten de bezoekers instemmen met de gereformeerde belijdenisgeschriften en met ‘de wenschelijkheid van vrijmaking der kerken’. Ze plaatsten hun handtekening onder een tekst van deze strekking.
Wat er met ‘vrijmaking der kerken’ werd bedoeld, bleek uit het psalmvers dat de leider van de bijeenkomst, dominee Everard Gewin uit Utrecht, de aanwezigen liet zingen. Het betrof psalm 72:1: ‘Geef, HEER, den Koning Uwe rechten’. De samenzang moet indrukwekkend zijn geweest. Hoewel de pers niet welkom was, wist het Algemeen Handelsblad ’s avonds te melden dat de zaal ‘tot in alle hoeken’ was gevuld, ‘voor het meerendeel met publiek van het platteland’. Het psalmvers was een smeekbede tegen het onrecht. Voor dominee Gewin en zijn gehoor was die bede brandend actueel. Zij zagen onrecht in de organisatie van de Hervormde Kerk, sinds 1816 de voortzetting van de Gereformeerde Kerk uit de tijd van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën.
In 1816 was niet alleen de naam veranderd. Veel ingrijpender was dat de kerk sindsdien hiërarchisch werd bestuurd: aan de top stond een algemene synode, die door koning Willem I was benoemd. In Utrecht sprak dominee Gewin zware woorden over het kerkbestuur. De synode was de hervormden ‘wederrechtelijk’ opgelegd. Ze was in strijd met Gods wet. De kerk moest niet door een aardse koning maar door Jezus Christus, de hemelse koning, worden geregeerd: ‘Geef, HEER, den Koning Uwe rechten.’
De gevolgen van het verkeerde kerkbestuur waren rampzalig, meende Gewin. ‘Dankzij onze synodale organisatie hebben revolutie en liberalisme in groote mate hun invloed op de kerk doen gelden, werd zij opengesteld voor het ongeloof.’ Als voorbeeld noemde Gewin de vrijzinnige dominee Louis Bähler uit Oosterwolde in Friesland, die met het boeddhisme sympathiseerde.
Nederlands Dagblad (2)
In het ND van 27 mei gaat de geschiedenis verder.
Op 6 oktober 1907 kwam De Heraut, het kerkelijk weekblad van Abraham Kuyper, met een doodsbericht: ‘Gedurende de zomervacantie is in stilte overleden de Gereformeerde Bond tot vrijmaking der Hervormde Kerk.’ (...)
Meteen na de oprichting had De Heraut zijn twijfels getoond over de levenskansen van de Gereformeerde Bond. ‘Reeds bij de geboorte van het kindeke wezen we er op, dat de vaagheid en de onbelijndheid van het program voor den levensgroei niet bevorderlijk kon zijn.’ Zelden werd zo veel zelfgenoegzaamheid zo zwaar door de feiten gelogenstraft.
In de zomer van 1907 leek De Heraut gelijk te krijgen. Het bestuur van de Gereformeerde Bond nam ontslag. Men hoefde geen profetenzoon te zijn om te voorspellen dat de Gereformeerde Bond was doodgebloed, schreef De Heraut. Een van de oprichters van de Bond was de Utrechtse hoogleraar Hugo Visscher. Hij wilde met de Bond het kerkbestuur verdrijven. Zijn doel was af te lezen aan de volledige naam: ‘de Gereformeerde Bond tot vrijmaking der Hervormde Kerk’.
Maar in de achterban, door Visscher de hervormdgereformeerden genoemd, wekte zijn streven weerstand op. Sommige hervormd-gereformeerde dominees waren weggebleven bij de oprichtingsvergade-ring in Utrecht. Dominees van wie men het zou verwachten, werden toch geen lid van de Bond. Wat bezwaarde hen?
De stijl van Hugo Visscher schiep vervreemding. Het bijeenroepen van gelijkgezinden, het afdwingen van eenstemmigheid en beramen van een aanval op het kerkbestuur: dat leek veel op wat Abraham Kuyper bij de Doleantie van 1886 had gedaan. (...)
Een van de hervormd-gereformeerden die moeite hadden met Visscher, was Lodewijk Duymaer van Twist. Hij was een kleurrijk figuur. Duymaer van Twist, een hoge militair, was lid van de Tweede Kamer namens de Antirevolutionaire Partij (ARP). Hij zat daar langer dan enig ander: van 1901 tot 1946. Wanneer koningin Wilhelmina de Troonrede had uitgesproken, riep hij steevast ‘Leve de Koningin!’.
Duymaer van Twist was op 18 april 1906 aanwezig bij de oprichting van de Gereformeerde Bond. Daar ontvouwde Hugo Visscher zijn visioen van de Hervormde Kerk. ‘Gans een eikenwoud slaapt in een enkele eikel’, zei Visscher. Zoals er uit een enkele eikel een veelvormig bos kan ontstaan, zo veelvormig was ook de kerk. Een boedelscheiding van de verschillende richtingen sloot hij niet uit. Met hulp van de overheid hoopte hij de Hervormde Kerk te verlossen van het tuchteloze kerkbestuur.
Duymaer daarentegen had een afkeer van kerkelijke actie en vreesde partijvorming onder hervormdgereformeerden. ‘Op Gods tijd hebben we te wachten’, schreef Duymaer, ‘en intussen biddend werken en werkend bidden’. Hij gebruikte liever een ander beeld dan de ene eikel waarin een eikenwoud verscholen lag. ‘Gelijk een spin zijn webbe bouwt, hebben wij rondom ons pioniersdiensten te verrichten.’
Hij bedoelde dat het gereformeerde beginsel naar alle hoeken van de Hervormde Kerk moest worden verbreid. Hoe dat gebeuren moest, zei Duymaer er niet bij.
In 1909, drie jaar na het voortijdige doodsbericht in De Heraut, rees de vraag of de Gereformeerde Bond nog toekomst had. Ja, sprak de ledenvergadering op 14 september 1909 met algemene stemmen uit.
Wel werd de koers verlegd en de naam gewijzigd. De Gereformeerde Bond diende niet langer tot ‘vrijmaking van de Hervormde Kerk’ maar tot ‘verbreiding en verdediging van de waarheid in de Hervormde Kerk’. De nieuwe naam maakte duidelijk dat de Bond de gereformeerde leer zou uitdragen en verdedigen, en tevens trouw zou blijven aan de Hervormde Kerk. Dat deed de Bond onder meer door het uitgeven en verspreiden van een wekelijks orgaan, De Waarheidsvriend. Het eerste nummer verscheen op 10 december 1909 (Dit moet 3 december zijn; red.).
De Waarheidsvriend bestaat dus bijna 115 jaar. Dat is niet elk blad gegeven. En ze laat haar geluid te midden van de vele stemmen die ook nu in de Protestantse Kerk klinken, nog steeds horen. Samen met verwante organisaties zoals de Gereformeerde Zendingsbond (GZB) en de IZB, vereniging voor zending in Nederland heeft zij gehoor gegeven aan de oproep van Duymaer van Twist om ‘pioniersdiensten te verrichten’ en om als een spinnenweb te zijn: overal aanwezig en toch niet vertrouwen op eigen kracht of op de eigen waarheid. Want waarheid wordt ons altijd geschonken. Dat betekent een dubbele opdracht, die door de generaal trefzeker verwoord werd: biddend werken en werkend bidden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's