Zijn kracht ligt in de bezieling
Thomas Chalmers en zijn kerkelijk streven – bekering en werk (1)
Thomas Chalmers houdt zich de eerste jaren van zijn bediening in Kilmany meer bezig met scheikundeproeven en wiskundevraagstukken dan met zijn preken. Volgens eigen zeggen was hij nog onbekeerd toen hij predikant werd. De omslag in zijn geestelijk leven komt door het lezen van een boek.
In De Waarheidsvriend van 9 november 1954 trof ik een interessant artikel aan over de promotie en het proefschrift van J. de Bruijn over het kerkelijk streven van de Schotse theoloog Thomas Chalmers (1780-1847). Ik kocht als negentienjarige deze interessante studie op aanraden van ds. G. Taverne, predikant in Hoogeveen. Nu ik met een vervolgstudie bezig ben over piëtistische relaties tussen Schotland en ons land in de negentiende eeuw, neem ik dit boek regelmatig ter hand.
Opwekking
Chalmers kan worden beschouwd als de leider van het Schotse Réveil, die zowel nationaal als internationaal veel invloed had. Hij was een veelzijdig en origineel theoloog, die goed thuis was in oude puriteinse bronnen. Deze wist hij te actualiseren naar de geestelijke, kerkelijke en politieke situatie in zijn land en daarbuiten. Hierbij gaf hij vooral aandacht aan de armenzorg en de grote massa die zonder God en Zijn gebod in erbarmelijke omstandigheden de krottenwijken in Glasgow en Edinburgh bevolkten.
In veel studies over deze veelzijdige Schot wordt mijns inziens het persoonlijke geestelijk leven en zijn aandacht voor de noodzaak van opwekking onderbelicht. Dit geldt echter niet voor de dissertatie van ds. De Bruijn. Tekenend voor hem is dat hij zijn werk met het volgende citaat uit een brief van Chalmers eindigt: ‘Een periode van opwekking in de Kerk wordt gemeenlijk voorafgegaan door een periode van gebed.’ De recensent in De Waarheidsvriend voegt hieraan toe: ‘Laat ons bidden voor waarachtig kerkherstel.’
We kunnen zeggen dat Chalmers in de praktijk van het kerkelijk leven en in zijn streven naar vernieuwing aan dit verlangen prioriteit heeft gegeven. Opvallend is dat juist binnen de bedding van de kerkelijke organen geprobeerd is de noodzaak van geestelijke vernieuwing in het voorfront van prediking, pastoraat en in meerdere vergaderingen in Schotland gestalte te geven.
Rust
In 1809 kreeg hij een zware ziekte, een leverkwaal, waardoor hij zes maanden niet in zijn gemeente kon voorgaan. Het ziekteproces raakt hem tot in het diepst van zijn hart en brengt hem tot zelfonderzoek. Als hij op 6 mei 1810 weer op de preekstoel staat, bevindt hij zich naar zijn eigen getuigenis op de weg van werkheiligheid. Ds. De Bruijn merkt hierover op: ‘De diepe zin van de rechtvaardiging van de goddeloze door de verdienste van Christus verstond Chalmers slechts ten dele. Hij wilde nog altijd de heiligmaking hieraan vooraf laten gaan.’
Ernstige ziekte in zijn familiekring grijpt hem erg aan en brengt hem op de knieën voor God. De omslag in zijn geestelijk leven komt door het lezen van Practical view of Christianity van de Engelse evangelicale William Wilberforce (1759-1833).
Hij schrijft hierover aan zijn broer Alexander: ‘In 1811 viel mij het boek van Wilberforce in handen, en naarmate ik daarin vorderde, veranderde mijn denkwijze over het christendom geheel en al. Ik ben nu ten volle overtuigd (en dat wel door eigen ondervinding) dat als men het beginsel “doe dat en gij zult leven” volgen wil, men nooit rust bekomen noch tot ware gehoorzaamheid geraken zal. Het grondbeginsel waaraan men zich vasthouden moet, is dit: “Geloof in den Heere Jezus en gij zult zalig worden.” Wanneer dit geloof in het hart doordringt, dan ondervindt men vreugde en vertrouwen.’
Dagboek
De bronnen van het verlangen van Chalmers vinden we vooral in zijn bewaard gebleven dagboeken. Citaten hieruit zijn met regelmaat tussen de hoofdtekst opgenomen in de vier delen van zijn biografie, die door zijn schoonzoon William Hanna is samengesteld. De Schotse schrijvers, van wie hij eerst meende dat zij het Evangelie verduisterden, gaat hij dan waarderen. Zo leest hij met instemming The Marrow of Modern Divinity, dat in 1718 door Thomas Boston heruitgegeven was en tot een kerkelijk conflict had geleid. (In Nederland is dit boek van Edward Fisher bekend onder de titel Het merg van het Evangelie; red.) Zo schrijft hij in zijn dagboek: ‘Ik voel een sterker licht in de volheid en genoegzaamheid van Christus. O mijn God, breng mij steeds dichter bij Hem.’
Het reformatorisch principe simul iustus et peccator (tegelijk rechtvaardige en zondaar) is volgens ds. De Bruijn werkelijkheid geworden. Hij leerde de verhouding van wet en Evangelie verstaan, zoals deze vooral door de reformatoren en Schotse schrijvers werd uiteengezet.
Sociale nood
De impact van de bekering van de predikant op de gemeente van Kilmany is groot. Zijn prediking wordt direct en aanbiedend. De nood van de zielen is hem opgelegd. Ds. De Bruijn typeert zijn prediking als ‘christocentrisch, ernstig maar ook ruim’. Zo merkt hij zelf op: ‘Ik ben niet bereid dat welke preek dan ook gehouden zou worden zonder een vrij en volledig aanbod van verlossing door het bloed van Christus aan allen die gewillig zijn.’ Hij dringt daarbij ook aan op een persoonlijke heilszekerheid. Velen komen onder zijn prediking tot levensomkeer en worden soms zijn naaste medewerkers en vrienden.
Van 1815 tot 1823 bezet Chalmers twee wijkpastoraten in Glasgow, de Tron Church en de St. John’s. Behalve met zijn preken, die veel volk trekken, houdt hij zich bezig met het armoedeprobleem. Bekend wordt op welke wijze hij vanuit de parochie armoede wil bestrijden. Dit wil niet zeggen dat hij op horizontalistische wijze sociale problemen wil bestrijden.
Uit zijn pastoraat blijkt dat de geestelijke problematiek in de gemeente bij hem voorrang heeft. Het is zijn intentie om alle parochianen te bezoeken, zoals hij dat in Kilmany gedaan heeft. Gelet op het aantal in Glasgow blijkt dit een haast onmogelijke opgave. Maar zijn visitations-boeken laten zien dat hij zich van deze pastorale taak heel goed bewust is. Hij beschouwt iedereen binnen de grenzen van de parish (plaatselijke gemeente) als zijn ‘schapen’, of ze nu bij hem naar de kerk komen, afgescheiden gemeenten bezoeken of helemaal niet naar de diensten komen. Het zielenheil en de sociale nood weegt hem zwaar, vooral van de massa die God niet kent.
M’Cheyne en Bonar
Inmiddels zijn de wetenschappelijke kwaliteiten van Chalmers bekend geworden. Maar ook zijn vaardigheden op politiek en economisch terrein blijven niet verborgen. Het valt niet binnen de scopus van dit artikel om hier uitgebreid op in te gaan. Uit zijn nagelaten publicaties en het getuigenis van velen in Schotland en daarbuiten komt naar voren dat het hem ten diepste gaat om een nieuwe reformatie in kerk en staat. Deze intentie wordt gedragen door een diepe vroomheid.
Al in 1816 wordt hem de doctorsgraad toegekend en zeven jaar daarna volgt een benoeming tot hoogleraar te St. Andrews. Hier werd hij vooral geconfronteerd met geestelijke armoede onder professoren en studenten. De manier waarop hij buiten de colleges contact zoekt met studenten, heeft een geestelijke opwekking onder hen tot gevolg.
Dit geldt ook voor de tijd dat hij de universiteit in Edinburgh dient. Ds. De Bruijn merkt in dit verband op: ‘Zijn kracht lag in de bezieling, waarmee hij zijn leerlingen vervulde voor hun studie en toekomstig ambt.’ Bekende toekomstige predikanten die zijn colleges volgen, zijn Robert Murray M’Cheyne en de broers Andrew en Horatius Bonar, die met veel waardering over hem spreken. De laatsten zijn betrokken bij een grote opwekkingsbeweging in 1839 in Schotland.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's