Rijke inzichten
Toen de kerk zweeg, kwam dr. Jan Koopmans met brochures en kanselboodschappen
De lange negentiende eeuw duurde tot 1914. Het optimistische levensgevoel in Europa smoorde in de onbeschrijflijke verschrikking van de Eerste Wereldoorlog. In de theologie voelde men de noodzaak van een nieuwe oriëntatie. Dr. Jan Koopmans leverde hieraan een belangrijke bijdrage.
De dialectische theologie van Karl Barth zocht naar de wortels van het christelijk geloof, en naar nieuwe woorden voor de verkondiging. Deze theologie gaat uit van de tegenstelling tussen God en mens. God is altijd anders dan wij denken. Hij kan niet worden ingepast in onze culturele en ethische patronen. Hij is ons principieel vreemd. Wij kunnen Hem alleen maar kennen door de bijzondere openbaring in Christus. In Nederland was Jan Koopmans, naast Miskotte en Noordmans, een van de voormannen van deze beweging.
Nieuwe vertolking
Koopmans had het gevoel in een nieuwe tijd te leven. Hij baande zich een weg door eerst terug te keren naar de Reformatie. De invloedrijke dogmenhistoricus A. von Harnack had beweerd dat de Reformatie slechts in formele zin aansluiting had gezocht bij de belijdenissen van de Vroege Kerk. In zijn proefschrift (1938) maakte Koopmans overtuigend duidelijk dat dat een onjuiste beoordeling is. De Reformatie was in diepe, geestelijke zin één met het belijden van de Vroege Kerk.
Koopmans zocht dus door studie van de Vroege Kerk en de Reformatie naar de wortels. Tegelijk verdisconteerde hij de nieuwe situatie. Met de ethische theologen kunnen wij niet meer toe, schrijft Koopmans. Want ‘er is een scherpe wending gekomen in de geschiedenis der kerk’. De tijd vraagt om nieuwe vertolking van het Woord. De ethische theologie van de negentiende eeuw richtte zich op een wat romantische manier naar de religieuze grondvragen in het hart van de mens en ging er daarbij vanuit dat elk mens een verlangen naar God kent. Gods openbaring in de schepping en in de Bijbel (in Christus dus) vormen een eenheid, vloeien in elkaar over. Karl Barth schreef in 1922 een commentaar op de Romeinenbrief, waarin hij radicaal brak met deze uitgangspunten. Koopmans bestudeerde en waardeerde dat commentaar.
Misleidend
In 1939 schreef Koopmans een commentaar bij de Nederlandse Geloofsbelijdenis (NGB). Dit was bedoeld als studiemateriaal voor studenten. Zijn kanttekeningen bij artikel 2 en artikel 36 springen eruit. Volgens artikel 2 kennen wij God op twee manieren. Allereerst door de schepping. Die ‘is als een schoon boek’. ‘Nog duidelijker’ kennen wij God uit de Schrift. Barth uitte in het debat met Emil Brunner, de andere grondlegger van de dialectische theologie, scherpe kritiek op deze zienswijze. Hij stelde: wij kennen God juist níet uit de schepping, de geschiedenis, ras en volk. Een dergelijke vermeende kennis kan alleen maar uitlopen op heidendom, een heidendom dat nooit kan dienen als landingsplaats, laat staan als aanknopingspunt voor het geloof. Wij kennen God uitsluitend uit de Schrift, uitsluitend door Christus.
Hierin gaat Koopmans met Barth mee. De zonde is zó ingrijpend van aard dat geen mens ooit buiten Christus om tot enige kennis van God kan komen. Het streven om buiten de Schrift om een stelsel van kennis op te bouwen kapt Koopmans hiermee af.
Het neocalvinisme probeert de grenzen van het algemene op te rekken. Dat is Koopmans te argeloos. Uiteraard strijdt hij hier tegen de gedachte van bloed en bodem, ras en volk als scheppingsordeningen van God. De woorden ‘nog duidelijker’ uit artikel 2, typeert hij als ‘minstens misleidend’.
Geschiedenis duiden
Toch is daarmee niet alles gezegd. Want al kennen wij God niet uit de schepping, Hij openbaart zich daarin wel degelijk. Koopmans wil eraan vasthouden dat de Vader van Jezus Christus onze Schepper is. Gelezen door de bril van de Schrift laat de geschiedenis zich duiden. Sterker: de kerk is vanuit haar belijdenis dat Christus de geschiedenis regeert, geroepen dat te doen. De wereld behoort aan God toe, ook al wil de wereld zelf daarvan niet weten. Wanneer de kerk spreekt tot overheid en volk, spreekt zij niet in een lege ruimte. God is daar al. Kerk en wereld verhouden zich als concentrische cirkels. In tijden van crisis moet de kerk spreken. Als de overheid de gerechtigheid van God vertrapt, en daarmee de humaniteit, moet de kerk haar de wacht aanzeggen. ‘Een staat zonder gerechtigheid is niets anders dan een rooversbende.’
Zwijgende kerk
Volgens artikel 36 is de overheid een instelling van God. De overheid is geroepen de kerk te ondersteunen en valse godsdienst te weren. Koopmans zag in de heilsleer van Hitler valse godsdienst. In Wat zegt de Bijbel over… (1941) schrijft hij expliciet over thema’s als volk, overheid, gezin, oorlog. Hij verwijt de kerk dat ze niet op het juiste moment het juiste woord spreekt. Omdat de kerk het laat afweten, spreekt Koopmans. Talloze brochures en kanselboodschappen heeft hij opgesteld. Zijn diepste overtuiging was dat God regeert, al is dat een geloofde werkelijkheid.
Nu moet de kerk niet te pas en te onpas spreken.
Maar wanneer de overheid de kerk dwingt om God ongehoorzaam te zijn, mag de kerk niet zwijgen. Een zwijgende kerk verloochent haar Heere.
Koopmans legde pijnlijk bloot hoe ver de kerk zich had verwijderd van haar eigen belijden. De kerk had zichzelf ingepast in het stramien van werelds denken, waardoor ze krachteloos bleek in het uur van de verzoeking. De kerk was zelf onderdeel van de cultuur geworden. Daardoor was zij weerloos toen de machten in die cultuur om Christus’ wil ontmaskerd moesten worden.
Postilles
De nood van de kerk is de nood van de prediking. De negentiende-eeuwse stichtelijkheid is stukgebroken op de harde realiteit van de oorlog. Koopmans zoekt naar het spreken van God in Christus. Vanwege de ontstane ‘verlegenheid’ reikt Koopmans zijn collega’s postilles aan. Een postille is een vingeroefening op weg naar het schrijven van een preek. In het tussengebied tussen exegese en prediking hebben we volgens Koopmans ‘het dogma der kerk’ nodig. In 1938 verscheen de bundel Kleine Postille, gevolgd door Nieuwe Postille (1940). Na de oorlog redigeerde K.H. Miskotte de Laatste Postille (1945).
Deze drie bundels behoren tot de klassieke theologische werken van Nederlandse bodem. Ze hebben generaties predikanten gevormd en zijn van enorm belang tot op de dag van vandaag. Ze kenmerken zich door enerzijds concentratie op het Woord en anderzijds betrokkenheid op de wereld. Koopmans grossiert in rijke en rijpe inzichten. In enkele rake zinnen biedt hij vergezichten in de Schrift. Scherp en diep vertolkt hij wat genade door recht is. Koopmans verlost ons van het subjectieve, het gevoelsmatige, de kabbelende vroomheid, de kerkelijke vanzelfsprekendheden. Hij wijst steeds weer op het werk van Christus voor ons, aan ons en in ons. Let op de volgorde! Het christelijk geloof is niet onpersoonlijk, maar ‘gaat niettemin vér boven de bevatting, beleving en verwerking van den enkelen mens – en is nochtans voor die enkele mens bestemd’.
Naast grondige exegese is kennis van de ‘catholieke theologie’ nodig. ‘Wij kunnen het kerkelijke dogma niet missen als een hermeneutische regel met het oog op de prediking.’ Het is niet mijn verdienste, zegt Koopmans, dat ik heb leren teruggrijpen op ‘de classieke grondstructuur der prediking van het Evangelie van Christus, zoals die in het kerkelijk dogma is aangegeven’. ‘Het is de nood van den tijd en van de kerk in den tijd, die ons hierop teruggedreven heeft.’ (citaten uit de inleiding van de Kleine Postille)
Geschiedenis als thema
Het is ondoenlijk om in het kort bestek van deze twee artikelen recht te doen aan Koopmans. Hij heeft in zijn tijd profetisch gesproken. Voor mijn gevoel neemt de geschiedenis in onze dagen opnieuw een wending, zodat het niet volstaat Koopmans te imiteren. Maar we kunnen wel veel leren. Opnieuw staat de kerk voor de vraag: waar verschanst zich de geest van de mens der wetteloosheid? En opnieuw geldt: de kerk kan daarover alleen iets zeggen als ze dicht bij haar Heere is en haar oren te luisteren legt bij de Schrift.
Opmerkelijk is dat Koopmans als jong theoloog zich eerst heeft verdiept in de Vroege Kerk en de Reformatie. Dat lijkt mij opnieuw geboden. Het dogma van de kerk brengt geen verstarring, het leidt ons binnen in een diep en breed katholiek denken.
In de dagen van Koopmans spande het om de Joden. Dat is in onze tijd niet minder het geval. Nu het antisemitisme opnieuw oplaait in Europa, mag de kerk omwille van de Naam van Israëls God niet zwijgen.
De geschiedenis van de wereld, met al haar politieke verwikkelingen, met al het woelen van koningen en volken, behoort door de kerk gezien te worden als een theologisch thema. In onze tijd willen veel theologen zich terugtrekken op het ik van de gelovige, maar dat is dopers denken. De geschiedenis is een theologisch thema. De Heere regeert.
Geloof mag niet vervluchtigen in geestelijke bespiegeling. Dat is valse rust voor de ziel. Geloof in God gaat niet alleen over een heerlijke toekomst. De kerk heeft een Woord vernomen van haar Heere, dat klinkt in de tijd. Volk en overheid moeten daarvan horen. Wat zegt de kerk vandaag over vluchtelingen, over mondiale gerechtigheid, over het milieuvraagstuk? Wat is de ziel van Europa? Alleen: heeft de kerk gezag om daarover iets te zeggen? Zwijgen we niet vaak, omdat we niet weten wat de Heere te zeggen heeft? De democratie werkt redelijk, maar kan principieel niet omarmd worden. De theocratie belijdt dat de wereld met God van doen heeft. Hij regeert. Ook al is daarvan vrijwel niets zichtbaar. De zuiverste vorm van de theocratische belijdenis is de voorbede. ‘In de voorbede draagt de kerk de overheid voor Gods troon.’
Scheppingsordeningen
Vanuit zijn kritische blik op artikel 2 van de NGB komt Koopmans tot kritiek op de scheppingsordeningen. Juist op dit punt merk ik dat we in een andere tijd leven dan ten tijde van het nationaalsocialisme. Vanuit de kennis van Christus door Zijn Woord komt er naar mijn inzicht eerbied voor de ordeningen die God heeft gelegd in de schepping. Onze kennis daarvan is wel vertroebeld door de zonde, maar de ordeningen zelf zijn dat niet. Ze geven uitdrukking aan Gods heilige bedoelingen.
Woordverkondiging
Het meest raakt Koopmans bij mij een snaar wanneer hij de prediking aan de orde stelt. Zijn postilles zijn onovertroffen. Koopmans leert je preken. We houden geen bijbelstudie. Wij belichten niet deskundig de achtergrond van een tekst. Wij weiden niet al te zeer uit over wat het Woord al of niet teweegbrengt in onze ziel of wat de Bijbel allemaal bij ons oproept aan vragen en bezwaren. Dat ís er allemaal wel, maar daar kunnen we niet van leven. Wij verkondigen het Woord dat God gesproken heeft. Heel de verkondiging roept oordeel en vrijspraak uit over goddeloze mensen en over deze wereld. De verkondiging roept uit: God staat in Zijn recht. Zijn doen is enkel majesteit. Wie Hem gelooft, leeft! Alles is te danken aan Christus’ werk voor ons, aan ons en in ons. In die volgorde. Het objectieve draagt het subjectieve. Het Woord gaat voor het geloof uit en roept dat op.
Je hoeft het niet in alles eens te zijn met Koopmans. Bestudering van zijn werk zal de kerk vandaag echter helpen om de weg te vinden die God ons wijst.
Verder lezen
Over dr. Jan Koopmans verschenen onder andere deze twee studies:
Dr. G.W. Marchal, Jan Koopmans, dienaar tot de oogst, uitg. Boekencentrum, Zoetermeer (1985), 524 blz.; tweedehands verkrijgbaar.
Dr. C.C. den Hertog, Het spreken van de kerk in de theologie van dr. J. Koopmans, uitg. KokBoekencentrum academic, Utrecht (2018); 304 blz.; € 29,99.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's