Geloof en wetenschap
Kruisbestuiving tussen theologie en natuurwetenschappen in studiebundel
In orthodox-gereformeerde kring lopen de laatste tijd de meningen over de evolutietheorie nogal uiteen. Dat er sprake is van micro-evolutie (aanpassing binnen de soort in de strijd om het bestaan) wordt eigenlijk door niemand betwist. Maar hoe zit het met de macro-evolutie?
De gedachte dat alle leven enkel en alleen via een natuurlijke selectie zou zijn ontstaan, wordt wel resoluut afgewezen. Over de vraag in hoeverre God bij het scheppingswerk gebruik maakt van evolutionaire processen lopen de meningen echter uiteen. Zijn de soorten opeenvolgend uit elkaar ontstaan en is ook de mens in de weg van de evolutie door God geschapen? (macro-evolutie)
Natuurlijke oorsprong
Ondertussen is in onze westerse samenleving het gedachtegoed van het zogenaamde naturalisme wijdverspreid: alles heeft een natuurlijke oorsprong, zo is de gedachte, en zelfs het geestelijke leven en de moraal zijn hiertoe te herleiden. Daar komt bij dat in de biowetenschappen het begrip informatie een belangrijke rol is gaan spelen vanwege de enorme hoeveelheid data die opgeslagen ligt in het erfelijke materiaal (DNA). Dat brengt weer met zich mee dat noties als intelligent design en theïstische evolutie een rol zijn gaan spelen in het debat.
Het Seminarium van de Hersteld Hervormde Kerk heeft in 2018 een studiedag belegd over de evolutietheorie. De inleidingen daarvan zijn nu in een uitgewerkte vorm verschenen onder de titel Woord & wetenschap. De drie auteurs hebben elk hun sporen verdiend in de wetenschap en hebben daardoor ook recht van spreken. Dr. W. de Vries is hoogleraar Milieusysteemanalyse aan de Wageningse universiteit, dr. M.J. de Vries is hoogleraar Christelijke filosofie van de techniek in Delft en dr. P. de Vries is docent Bijbelse theologie en hermeneutiek aan het Hersteld Hervormd Seminarie.
Verhelderend
De intentie van het boek is om uiteen te zetten wat er wetenschappelijk gezien zoal onder evolutie wordt verstaan en hoe zich dat verhoudt tot de bijbelse waarheid. Het is verhelderend om bijvoorbeeld te lezen over het onderscheid tussen chemische en biologische evolutie, over de overeenkomsten in het DNA tussen de soorten, over de opeenvolging van fossielen, enzovoorts. Dit voorkomt dat we in de argumentatie alles op één hoop gooien.
De schrijvers hebben het besef dat ‘we niet alles weten als het gaat om het precies vaststellen van het tijdstip en de wijze waarop God de aarde heeft geschapen en de wijze waarop die zich verder heeft ontwikkeld’ (119). Wel merk ik op dat deze bescheidenheid in sommige passages niet wordt volgehouden, vooral niet op de momenten dat er een beroep gedaan wordt op het ‘onfeilbare Woord Gods’.
Spanningsveld
Dat er een spanningsveld bestaat tussen geloof en wetenschap, hoeft ons niet te verbazen. De schrijvers van dit boek kiezen duidelijk niet voor een antiwetenschappelijke houding. De gaten in het wetenschappelijk debat over de evolutietheorie worden helder en met kennis van zaken beschreven. Het doet me denken aan het boek van prof. dr. Jan van Bemmel: Waar was je? Geloven na Darwin en Hubble (2017).
De auteurs gebruiken trouwens bij voorkeur het begrippenpaar Woord & wetenschap. Met ‘Woord’ wordt dan bedoeld: de Bijbel als het onfeilbare Woord van God. Daardoor klinkt het taalgebruik hier en daar wel stellig: ‘Een christen leest en onderzoekt de Bijbel vanuit de overtuiging dat hij Gods onfeilbaar Woord is. De menselijke schrijvers zijn de secretarissen van de Heilige Geest.’ (55) De gedachte dat de Heilige Schrift neerslag is van menselijke geloofservaringen en -overtuigingen wordt resoluut verworpen en bestreden. Wel wordt erkend dat de Heilige Geest gebruik heeft gemaakt van menselijke inzichten. Toch speelt deze gedachte helaas nauwelijks een rol bij de doordenking van de verhouding tussen Goddelijke openbaring en menselijk inzicht bij het ontstaan en de schriftelijke vastlegging van de bijbelse geschriften.
Genesis 1-3
Het hoofdstuk over het historische karakter van Genesis 1-3 stelde mij toch wat teleur. Het zijn min of meer losstaande exegetische notities met als rode draad het monotone refrein dat het ook in Genesis 1-11 om echte historische gebeurtenissen gaat. ‘Het literaire karakter van de Bijbelse vertellingen betekent niet dat de vertelling geen historie biedt.’ (127) Akkoord, dat is een belangrijke constatering, maar wat is dan het eigensoortige van het bijbelse taaleigen in de verwoording van de historische feiten? Wie zich in deze discussie mengt, dient een minimaal probleembewustzijn van de onderhavige materie te hebben en binnen dat geheel dan een eigen betoog te ontwikkelen. Dat laatste mis ik jammer genoeg. In de bijbelse geschiedenis gaat het onder andere om heilsfeiten en de term zelf geeft al aan dat daar iets bijzonders mee aan de hand is. Het zijn gebeurtenissen waarin God op een bijzondere manier aanwezig is. Als de bijbelse theologie zich daarop bezint, dan klinkt er iets anders in door dan de weergave van naakte historische feiten. De geheimenis komt dan om de hoek kijken en de taal van de Bijbel wordt beeldender.
Zowel bij de opstanding als bij de schepping gaat het om theologische begrippen die aanduiden dat God werkzaam is in onze menselijke werkelijkheid, maar deze zaken liggen zozeer aan de rand van het voorstelbare dat de geloofstaal een eigensoortig en meer beeldend karakter krijgt. We kunnen hier niet gaan passen en meten. Het roept verwondering en aanbidding op.
Meer nuance
Er staan echt behartigenswaardige zaken in deze studie. In het hoofdstuk over ‘Schepping en evolutie in Bijbels licht’ had ik echter wat meer nuance verwacht. Het is nog maar de vraag of de andere omgang met de evolutietheorie in orthodox-gereformeerde kring direct samenhangt met een verschuiving in het Schriftgezag. Bovendien moeten we ervoor oppassen dat de uitdrukking ‘het onfeilbare gezag van de Bijbel’ een slogan wordt om serieus wetenschappelijk bijbelonderzoek en hermeneutische reflectie buiten de deur te houden.
Bij de discussies die in orthodox-gereformeerde kring zijn ontstaan inzake schepping en evolutie moeten we mijns inziens niet over het hoofd zien dat er verschillen bestaan tussen de natuurwetenschappen en de geesteswetenschappen. De methoden en de werkwijzen verschillen. De theologie hoort thuis in de sfeer van de geesteswetenschappen. Vanouds nemen de bestudering van oude literaire teksten en de historische overlevering daarbij een belangrijke plaats in. De evolutietheorie ligt meer op het terrein van de natuurwetenschappen.
Het goede van deze bundel is dat de natuurwetenschappelijke, de filosofische en de theologische gezichtspunten samen aan de orde komen. Uiteraard kan er in die kruisbestuiving hier en daar wat kortsluiting ontstaan. Op zichzelf genomen is dat helemaal niet erg. Als we elkaar maar blijven corrigeren en aanvullen.
Aanvullen
Gaan geloof en wetenschap samen? Zelf ervaar ik het als een gezond spanningsveld zolang ik maar niet probeer het ene gebied in het andere in te passen. Blijven geloof en wetenschap dan toch niet te veel twee werelden? In de hervormde traditie hebben we aan de openbare universiteiten lange tijd een duplex ordo gekend. In de theologie was er enerzijds een godsdienstwetenschappelijke bestudering van de godsdienst en anderzijds een meer theologische benadering vanuit de kerk. Die twee benaderingen vulden elkaar aan. Het was een pragmatische (en gebrekkige) oplossing voor een principieel vraagstuk rond geloof en wetenschap.
Tegen mijn hervormd-gereformeerde en hersteld hervormde broeders zou ik willen zeggen: bewaar toch iets van die hervormde traditie van de duplex ordo en voer Abraham Kuyper niet op als paradepaardje (32). Hij koos voor de simplex ordo en richtte de VU op. We kunnen geloof en wetenschap echter niet in een sluitend systeem onderbrengen. Dat moeten we ook niet willen. Er blijven in deze bedeling voor ons menselijke begrip nou eenmaal tegenstrijdigheden bestaan. Ook het neocalvinisme heeft uiteindelijk geen oplossing gebracht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 mei 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 mei 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's