Nationaal bewustzijn
Hongarije wil na veelbewogen geschiedenis niet onder Brussels juk terechtkomen
In 2004 werd Hongarije lid van de Europese Unie. De laatste jaren ligt premier Victor Orbán met zijn regering echter onder vuur: het land is nationalistisch. Klopt dit en zo ja, hoe christelijk is dat dan?
De geschiedenis verklaart in dit geval veel. Het was 4 juni honderd jaar geleden dat het verdrag van Trianon werd gesloten tussen de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog en Hongarije. Dat gebeurde in Versailles, in het paleis met de naam Grand Trianon. Er viel niets te onderhandelen. De geallieerde vredesvoorwaarden moesten onvoorwaardelijk worden geaccepteerd.
Het land werd gereduceerd tot nog slechts 29 procent van zijn oorspronkelijke grondgebied. Ongeveer 3,3 miljoen Hongaren kwamen buiten Hongarije te wonen in het huidige Roemenië, in Slowakije, in Servië en in Oekraïne.
Het verdrag van Trianon heeft een diep trauma nagelaten onder de Hongaarse bevolking. Afgezien van materiële belangen was er vooral het leed van families die van elkaar werden gescheiden. De Hongaarse delegatie voor Trianon werd geleid door graaf Albert Apponyi. Die heeft uitgeroepen: ‘Nem, nem soha!’, ‘Neen, nee, nooit!’. Maar nooit werd voorgoed.
Daarvoor en daarna
Wanneer we de Hongaarse geschiedenis daarvoor en daarna in ogenschouw nemen, dan is die gedrenkt in bloed, zweet en tranen.
In 1526 was het toenmalige Hongaarse koninkrijk ineengestort na een grote nederlaag tegen de Turken in de slag bij Mohacs, met als gevolg een 150 jaar durende bezetting door de Turken.
In 1699 verjoegen de Oostenrijkers de Turken en kwam Hongarije in handen van de rooms-katholieke Habsburgers, hetgeen de Hongaarse calvinisten op onderdrukking kwam te staan. Verschillende opstanden tegen de Habsburgers mislukten. Nog jaarlijks wordt op 15 maart de bloedige opstand onder Lajos Kossuth in 1849 herdacht.
En na Trianon? In de periode tussen de twee wereldoorlogen stond Hongarije – toen een koninkrijk met ‘vacante kroon’ – onder het autoritaire bewind van Miklós Horty. In de Tweede Wereldoorlog werd de kant van Duitsland gekozen in een poging het onrecht van Trianon teniet te doen. Hongarije verklaarde in 1941 de Sovjet-Unie de oorlog. Toen de Hongaren echter na de rampzalige gevolgen daarvan geheime besprekingen gingen voeren met de Westelijke geallieerden, bezette Hitler op 18 maart 1944 (!) alsnog het land en werd het grootse deel van de Joden omgebracht.
In 1945 verschenen de Sovjets als bevrijders. Ze bleken tegelijk veroveraars. Hongarije kwam in het Oostblok onder communistische overheersing. De Hongaarse opstand van 1956 werd door de Sovjets neergeslagen en het zou tot 1989 duren voordat Hongarije onder het juk van de communisten uitkwam en een vrije democratische republiek werd.
Tweedeling
Globaal genomen gingen toen twee politieke stromingen het politieke spectrum bepalen, een sociaaldemocratische en een conservatief liberale. De sociaaldemocratische ofwel de socialistische stro
ming had aanvankelijk nog het voordeel van de politieke ervaring in de communistische tijd. Aan de andere kant moest de Fideszpartij, in 1988 mede gesticht door de huidige Hongaarse premier Victor Orbán, zich de politieke vaardigheden nog eigen maken. Er moest nog kader worden gevormd. Aanvankelijk regeerden de twee stromingen om beurten. Maar in 2010 verloren de socialisten overtuigend de verkiezingen ten gunste van Victor Orbán. Die kreeg zelfs een twee derde meerderheid van de kiezers achter zich, een uitslag die in 2014 werd herhaald. Met deze forse overwinningen heeft het Hongaarse volk het socialisme, zoals het tijdens het communisme had geregeerd, een geduchte aderlating gegeven, zo niet de nekslag toegebracht. In het voordeel van Fidesz werkte dat een lijsttrekker van de socialisten (Ferenc Gyurcsány) financieel voordeel had getrokken uit de teruggave aan particulieren van bezittingen die de staat zich onder het communisme had toegeëigend.
Hoewel Hongarije geen christelijke politieke partijen kent, profileert Fidesz zich wel als een beweging ‘voor alle christelijke en nationaal voelende Hongaren’.
Onder vuur
In 2004 werd Hongarije lid van de Europese Unie. In de afgelopen jaren ligt Orbán met zijn regering daar nu voortdurend onder vuur. Het parlement weet zich daarin aangevuurd door de Nederlandse Hongarijerapporteur Judith Sargentini van de GroenLinksfractie: ‘De fundamentele rechten van de mens staan onder druk.’
Op voorhand wil ik zeggen dat het nogal verschil maakt wie wat zegt. GroenLinks heeft zijn wortels in de Communistische Partij Nederland. En zonder GroenLinks daarmee helemaal te vereenzelvigen, is het niet vreemd te veronderstellen dat er directe lijnen lopen van de socialisten, voor een deel de oude communisten in Hongarije, die hun machtpositie verloren, naar hun geestverwanten in het Westen. Het gaat intussen om het ‘christelijke en het ‘nationale’ in de Hongaarse politiek. Orbán baseert zijn beleid op christelijke waarden en normen. Daarvoor hoeft hij in het geseculariseerde Westen niet op applaus te rekenen. Maar Orbán wil ook staan voor de historische waarden van Hongarije. Noem ze nationaal. Na de Turken, de Habsburgers, de nazi’s en de communisten willen de Hongaren eindelijk gewoon Hongaren zijn, met hun eigen traditie en cultuur. Ze willen zich nu ook niet nog eens onder een Brussels juk laten brengen. Hongarije weigert zich te laten overheersen.
Door dit alles ontstaat nu intussen een scherpe tweedeling binnen de Europese Unie over de vraag wat een genormeerde democratie is. De normen van het Westen laat Hongarije zich niet als dictaat opleggen.
Gevaar
Of dan alle kritiek op Hongarije ten onrechte is? Zeker niet. Orbán heeft met twee derde meerderheid van de kiezers achter zich een zodanige machtspositie verkregen dat hij (zelfs) de wetten naar zijn hand kan zetten. Of dat hij al wat hem niet welgevallig is, de mond snoert. Democratie kan zo verschuiven naar autocratie. De multiculturele dan wel de multireligieuze samenleving van het Westen is voor Hongarije geen lichtend voorbeeld. Maar daarmee valt het asielbeleid niet te verdedigen. En ‘Orban neemt de wetenschap haar autonomie af’, kopte een artikel in NRC (15 juli 2019) omdat hij de Hongaarse Academie van Wetenschappen onder de controle van zijn regering bracht.
Van tijd tot tijd word ik niet vrolijk als ik weer een nieuwe beschuldiging aan het adres van Orbán lees, soms als die terecht is, soms wanneer het ten onrechte is. Wat het laatste betreft, Orbán lag recent in de westerse media onder vuur toen hij vanwege corona een noodwet uitvaardigde, die hem ‘blijvende’ alleenzeggenschap zou geven. Toen hij echter de wet terugschroefde, viel er een stilte in de westerse media. Intussen deed onze eigen regering niet anders.
En antisemitisme. Zeker zijn er ook binnen Fidesz antisemitische momenten – waar niet? – maar die kunnen niet op rekening van Orbán en van dé partij worden geschreven. Hij veroordeelde alle vormen van antisemitisme bij de opening van een World Jewish Congress enkele jaren geleden. Nog zeer recent ontving hij lof van de voorzitter van dit congres. Voor nationalisme als ideologie met antisemitisme in het vaandel moet men zijn bij de Jobbikpartij, de partij van de bruinhemden.
Het gevaar bestaat echter dat naarmate de kritiek vanuit het Westen verder aanzwelt, Hongarije in reactie daarop, eigenzinnig een isolementspositie kiest en krijgt in Europa.
De kerk
Wanneer een partij als Fidesz zo breed het volk omvat, zijn daar leden van de kerk bij ingesloten. Het kabinet van Orbán telt dan ook een flink aantal ministers die belijdend lid zijn van de Hongaarse Hervormde Kerk. Daar waren we getuigen van toen we een paar jaar geleden met twintig predikanten voor de zogenoemde Matrahazaconferentie door een van de ministers op zijn ministerie werden ontvangen.
Het betekent ook dat het beleid van Orbán breed vanuit de kerken wordt ondersteund. De officiële kerken ondervinden ook meer dan ooit tevoren steun van de overheid, bijvoorbeeld voor de (her) inrichting van de scholen.
De kerk mag zich echter nooit vereenzelvigen met de staat. Ze zal te allen tijde een tegenover dienen te blijven. Waar nationaal bewustzijn doorslaat naar nationalisme en waar democratie omslaat naar autocratie en waar gerechtigheid jegens minderheden en vreemdelingen in het geding is, zal de kerk haar profetische roeping dienen te verstaan. Als ik mijn oor goed te luisteren leg, begint dat in de Hongaarse kerk meer en meer door te dringen.
In Hongarije is, meer dan in welk Europees land dan ook, nog christelijk-historisch besef in het publieke domein. Dit blijkt bijvoorbeeld in wetgeving inzake ethische kwesties. Maar moge Hongarije behoed worden voor het afdrijven naar een systeem waarvan het nog niet zo lang geleden werd bevrijd, zij het onder een ander vaandel. Lopen aan de leiband van West-Europa is daarvoor geen redelijk alternatief.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's