De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

In Confessioneel/Credo (uitgave van de stichting Confessionele beginselen) schrijft ds. Hans van Dalen over het leven van David Brainerd (1718-1747).

Het meeste wat we van David Brainerd weten komt uit zijn eigen dagboek. Dit werd bewerkt en uitgegeven door Jonathan Edwards. Het sprak vele Puriteinen aan. Het was later ook van grote invloed op de zendingsbeweging aan het begin van de 19e eeuw. Veel zendelingen werden erdoor geïnspireerd. Het dagboek beschrijft de strijd van een zwaarmoedig mens, die te kampen heeft met lichamelijke en geestelijke kwellingen. Het enige dat hem kan bekoren, is de verlichting met de Heilige Geest, waarmee de opening van het Woord (soms) gepaard gaat. Brainerd zocht contact met Society for Propagating Christian Knowledge. Dit Schotse zendingsgenootschap wilde zendingswerk onder de Indianen beginnen. Hij werd bevestigd en uitgezonden. Van 1743 tot 1747 trok Brainerd rond in het Noord-Oosten van Amerika. Verschillende Indianenstammen probeerde hij te bereiken. Hij bouwde er eigen hutten. Hij ging naar de kampen en bracht er de boodschap, die hem zelf lief was. Via een bevindelijk diep zondebesef mag een mens zijn Verlosser ontmoeten in Christus. In de dagboeken beschrijft David hoe moeilijk zijn leven was. Hij reed 3000 mijl te paard. In de koude, strenge winters leefde hij geïsoleerd op afgelegen plaatsen. (...) Tot een opwekking kwam het in Cross-weeksung, niet ver van de Atlantische kust. Verschillende indianen beleden hun zonden, kwamen tot geloof en werden door Brainerd gedoopt. Er ontstond een kleine gemeente. De christen-indianen stichtten een nieuwe gemeenschap in Cranberry. Brainerd zou Brainerd niet zijn als hij hier trots op was geweest. Het was geheel te danken aan God, die een arme ellendige zondaar als hem heeft willen gebruiken... •••

In PThU-nieuws schrijft dr. Paul Sanders over een epidemie, lang geleden in Hatti. Enkele fragmenten:

Ruim 3300 jaar geleden bestuurde koning Mursili II het machtige Hethitische rijk. Het heette Hatti en bestond uit grote delen van het tegenwoordige Turkije en Syrië. Het leed onder een zware epidemie. Om wat voor een epidemie het precies ging, is onduidelijk, maar ingrijpend was ze zeker. De een na de ander stierf.

Ook Mursili’s vader, de succesvolle koning Suppilluliluma, liet het leven. Meteen daarna stierf de nieuwe koning, Mursili’s oudste broer Amuwanda. Mursili is niet voorbereid op het koningschap en kan zijn nieuwe verantwoordelijkheid maar nauwelijks aan. Maar hij beseft dat het lot van zijn land in zijn handen ligt. (...)

Mursili krijgt de situatie niet onder controle. De plaag is ongrijpbaar, misschien nog wel grilliger dan corona in onze tijd. De koning laat een flink aantal lange gebeden optekenen. De goden zijn zijn laatste hoop. De kleitabletten zijn herontdekt en ontcijferd. Daardoor weten we veel van de omstandigheden, maar ook van Mursili’s emoties: ‘Dit is het twintigste jaar.

Waarom blijft men in het midden van Hatti maar sterven? Wordt de plaag dan nooit uit Hatti weggenomen? Ik heb de onrust van mijn hart niet onder controle. Ook heb ik het leed van mijn lichaam niet meer onder controle. (...)’

Mursili ziet het als zijn belangrijke taak om een einde te maken aan de ellende. Dat kan hij niet met de medische middelen die wij nu hebben. Van antistoffen en IC’s heeft hij nog nooit gehoord. Hij weet nog wel hoe de plaag zijn land binnenkwam: de Hethieten vochten met het Egyptische leger. Egyptische krijgsgevangenen bleken ziek te zijn en de ziekte greep vervolgens snel om zich heen. Maar ondanks die concrete oorzaak houdt Mursili ook de goden verantwoordelijk. ‘Wat hebben jullie gedaan? Jullie hebben in het midden van Hatti een plaag losgelaten.’

Maar de koning blijft erbij, ook al is er sprake van schuld, de straf is onevenredig zwaar. Het is ook oneerlijk dat de straf onschuldige mensen treft. Van de goden mag je toch meer rechtvaardigheid verwachten? Bovendien gooien ze hun eigen glazen in. Door de slechte economische situatie valt er nauwelijks meer iets te offeren. En daarnaast neemt het respect voor de goden zienderogen af.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's