Oefenplaats voor studenten
Dr. Theo Pleizier: ‘Ik ben mede door Voetius de theoloog geworden die ik nu ben’
Op Voetius kun je als studenten vrijuit met elkaar discussiëren. Daarom heeft het theologisch dispuut in zijn studententijd veel voor dr. T.T.J. Pleizier betekend. ‘Het samengaan van gelovig mens zijn en wetenschappelijk theoloog worden, is hét unieke van Voetius.’ Met waardering blikt hij terug.
Dr. Pleizier: ‘Van 1993 tot 2001 ben ik lid van Voetius geweest. Ik studeerde toen theologie in Utrecht en op dat moment was er nog geen bachelor-masterstructuur. Je deed dan vier jaar je opleiding aan de faculteit van de Rijksuniversiteit, en daarna deed je twee jaar de kerkelijke opleiding. Tijdens de introductieperiode stonden er acht kraampjes van de verschillende theologische disputen waaruit je kon kiezen. Dat waren eigenlijk allemaal kraampjes naast elkaar die een deel van de kerk representeerde. Omdat ik uit een gemeente kom die verwant is met de Gereformeerde Bond, heb ik gekozen voor Voetius. Het was een plek waar ik me thuisvoelde, het was een keuze die eigenlijk vanzelfsprekend was en vertrouwd voelde.’
Hoe was Voetius voor u toen u studeerde?
‘Het dispuut was voor mij een vrijplaats omdat je vrijuit met elkaar kon discussiëren. Het stond niet in het kader van een paper of onder begeleiding van een docent. Dat gaf vrijheid. Het was echt een plek voor het eigen theologiseren met studenten, die ook veilig was. Voetius is een plek waar je even jezelf kan zijn. Voor sommige studenten voelt de brede opleiding niet altijd zo en een dispuut kan daar een heel goede functie in hebben.
In mijn tijd erkende de universiteit ook het belang van de disputen. Wij kregen zelfs studiepunten als we lid werden van een theologisch dispuut, het was de plek waar je echt leerde theologiseren. Voetius had voor een aantal studenten ook een ventielfunctie. Op college kwamen er soms dingen aan de orde die vreemd waren en waar men het soms grondig mee oneens was. Juist doordat je die eigen plek hebt als dispuut, kun je je positie in die grote groep ook wat meer ontspannen ervaren.’
Traditie
‘Kijk, we hebben eigenlijk twee dingen nodig: Predikanten die echt in het midden van de kerk willen staan en dat op een collegiale manier doen. Dat kan niet zonder dat je weet waar je zelf staat en vanuit welke traditie je komt en hoe je zelf in de kerk staat. Voor dat laatste kan het dispuut een heel belangrijke rol spelen. Dus het wortelen in de traditie, en tegelijkertijd vanuit die traditie begrip hebben voor de andere posities, maar die wel kritisch kunnen bevragen, met de basis van acceptatie en vertrouwen.’
En hoe vertaalt dat zich door naar uw werk als docent Praktische theologie?
‘Als ik dat voor mijn eigen vak doorvertaal, dan hoop ik niet dat iedereen volgens mijn methode gaat preken. Het gaat mij erom dat je als student leert preken op de manier die past bij jouw staan in de kerk. Dus als je vanuit de Gereformeerde Bond komt en in die lijn wilt preken, dan hoop ik dat je op een goede manier leert preken die past binnen de Gereformeerde Bond. Voor elke student geldt: met een kritische attitude, dus niet zelfbevestigend, maar zelfkritisch. De lijnen trekken zich dus door van het dispuut naar mijn werk. Als docent Praktische theologie pluk ik de vruchten van zowel de collegialiteit als de scherpte die ik heb opgedaan bij Voetius. Ik ben mede door Voetius de theoloog geworden die ik nu ben.’
Goede oefening
‘Je ziet dat het dispuut dan ook een beetje functioneert als politiek. Je zit met verschillende mensen bij elkaar, en dan zijn er verschillen van mening waar je samen uit moet komen. Dat is een enorm goede oefening. Als je met elkaar oefent om eruit te komen op de vierkante centimeter van Voetius, over je verstaan van de Schrift, dan kun je dat later ook binnen het geheel van de kerk. Je kan met iemand een theologisch appeltje te schillen hebben, maar je bent wel samen kerk van Christus. Als je het op het dispuut kunt, dan kun je dat later misschien op de classicale vergadering of de synode ook wel.
Het heeft alles te maken met vorming, waar het dispuut een belangrijke plaats voor is. Het is dus niet alleen vorming van je persoon, maar op een theologische vereniging als Voetius word je juist gevormd als theoloog. Kijk, als je iets onverstandigs zei op een huishoudelijke vergadering, dan kreeg je er wel genadig (!) van langs. Op een preekvergadering werd je stevig bevraagd op de theologische keuzes die je maakte. Ik heb als tweedejaars een keer een preek van een zesdejaars van kritiek voorzien. Daarin voelde hij zich niet rechtgedaan en het gesprek daarover liep na afloop door. Dat is goed, je leert ook in het kritiek geven en het gesprek daarover, jezelf kennen.’
Wat zijn voor u twee topervaringen van Voetius?
‘Als ik terugdenk aan mijn tijd op Voetius, dan springen de preekvergaderingen en de studiekringen er voor mij het meest uit. Aan preekvergaderingen werd veel tijd besteed. Soms werd er meer werk ingestoken dan in een cursus preken. Een preekwerkstuk was echt integrale theologie. Bij de voorbereiding staken leden enorm veel tijd in de feedback. Dat zijn enorm waardevolle oefeningen in theologiseren. Ik heb daar echt geleerd waar het in preken om gaat en hoe je goed met elkaar het gesprek over de preek kunt voeren.
Ook aan studiekringen heb ik veel gehad. Je trok een jaar lang op met een groepje studenten en het was ontzettend boeiend wat we daar deden. We hadden studiekringen samen met de leden van de C.S.F.R. Utrecht. Dat verbreedde je blik als theoloog.’
Wetenschap en vroomheid
Wat wilt u meegeven aan Voetius en aankomende theologiestudenten?
‘Ik denk dat Voetius een heel goede plek is om wetenschap en vroomheid op elkaar te betrekken. Dat is eigenlijk ook het motto van Voetius: ‘De vreze des Heeren is het beginsel van wetenschap’. Dus laat je leven met God, jouw staan in het geloof helemaal meedoen in je theologiebeoefening. Dat moet je op de opleiding doen, maar het dispuut helpt je erbij om je eigen vroomheid en geloof niet zomaar als uitgangspunt te nemen, maar het in te brengen in je theologiebeoefening, op het dispuut én in de opleiding. Op die manier kun je je eigen geloof theologisch verkennen, en kritische vragen toelaten. Op het dispuut lukt dat vaak makkelijker dan wanneer je met tentamens en scripties bezig bent.
Blijf samen ook aan gereformeerde theologie doen. Bestudeer de gereformeerde bronnen, omdat het van belang is dat je weet waar je vandaan komt. Bestudeer de traditie en stel jezelf de vraag wat er op het spel staat voor de kerk als geheel. Het samengaan van gelovig mens zijn en wetenschappelijk theoloog worden is hét unieke van Voetius.’
Nog voordat Abraham Kuyper premier van Nederland werd en de twintigste eeuw begonnen was, ontstond er in 1899 bij een aantal theologiestudenten het verlangen om een dispuut op te richten met het gereformeerd belijden als grondslag. Dit dispuut G.T.S.V. Voetius (Gereformeerde Theologen Studentenvereniging Voetius) bestaat tot op de dag van vandaag en staat in een rijke traditie van vader en zoon Kievit, Cornelis Graafland, Bram van de Beek en Gijsbert van den Brink.
Iemand anders die lang actief lid is geweest van Voetius, is dr. Theo Pleizier, universitair hoofddocent Praktische theologie aan de PThU. Een gesprek met hem over zijn tijd bij Voetius en de invloed die dat nog steeds heeft op zijn werk als docent.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's