Globaal bekeken
In de jaren vijftig van de vorige eeuw verschenen enkele drukken van het bekende boek van dr. H. Berkhof, Christus, de zin der geschiedenis. Daaraan werd ik dezer dagen nog weer eens herinnerd. Mij trof wat hij schreef over de antichrist:
De naam ‘antichrist’ is in de oudste christelijke traditie ontstaan en zeer typerend voor de figuur die men wilde aanduiden. ‘Anti’ betekent: ‘in de plaats van’ en ‘tegen’. De antichrist is niet los van Christus. Hij is zonder Hem volstrekt ondenkbaar, hij is aan Hem gebonden en moet zijn heerschappij betuigen, ook daarin dat hij leeft van het bestrijden van alles wat Christus in de wereld betekent. Hij is tegelijk de concurrent en de karikatuur van Christus, die het Heil bestrijdt door er zijn eigen heil voor in de plaats te stellen. In Openbaring wordt dit zeer onderstreept door de samenhang waarin de antichrist optreedt. Hij is het product van de draak, de oude slang, de satan, die wel de aap van God is genoemd. Zoals de Zoon door de Vader is gezonden, is het beest uit de zee door de draak gezonden. En zoals het werk van de Zoon door de Geest in mensenlevens gestalte krijgt, zo vergezelt het beest uit de aarde (Openb.13:11-17) het beest uit de zee om de mensen voor zijn heerschappij te winnen. De antichrist is het demonische spiegelbeeld van de Zoon in het kader van de antitriniteit die door de draak en de beide beesten wordt gevormd.
De antichrist kan dan ook niet opkomen uit het heidendom, maar alleen uit een gekerstend-ontkerstende wereld. De voorwaarde voor zijn komst is ‘de’ afval (2 Thess.2:3). Aan hem gaan vele antichristen vooraf, afvalligen, die van de Gemeente zijn uitgegaan, omdat ze niet tot haar behoorden (1 Joh.2:18v.) De antichrist is het organische eindproduct van een gekerstendontkerstende wereld.
Een lezer zond mij toespraken die zijn gehouden tijdens paasappèls voor de hervormd-gereformeerde jongens eind jaren veertig van de vorige eeuw. Ds. A.H. den Hartog leerde op 18 april 1949 in Amersfoort de jongeren over ‘dolerend’ (letterlijk: treurend):
Maar ja, mijn vrienden, tot op de huidige dag is dat mooie, betekenisvolle woord van zijn ware inhoud beroofd en spreken verreweg de meeste mensen met een zekere minachting en wellicht met een ironische glimlach, over ‘die dolerenden’ met al de woordspelingen die daarbij meestentijds worden geuit. De oorspronkelijke betekenis is dus aldus voor zeer velen verloren gegaan en dit woord is de korte aanduiding geworden voor de kerken die van ons heengingen. (…)
In de eerste plaats, en dit moet mij van het hart, is het ernstig te betwijfelen of de kerken die vroeger doleerden om het ongetwijfeld diepe verval in de kerk der vaderen, heden ten dage nog zulke smart hebben om de ernstige krankheid hunner moeder. Ik weet gelukkig dat er mensen gevonden worden, die droefheid hebben over de gespletenheid in en de voortgaande versplintering van het gereformeerde deel van ons volk. Doch in het algemeen gesproken, heeft een ieder het tamelijk goed naar de zin in zijn eigen heilige kerkehuisje en is er heel weinig levende bekommernis over het woord van de Christus in het hogepriesterlijk gebed: ‘opdat zij allen één zijn’.
Doleren de Geref. en Chr. Geref. Kerken nog wel om de vervallenheid van de kerk der reformatie, die de Almachtige God in voorgaande eeuwen in ons land tot zo weelderige bloei gebracht heeft? Doleren zij wel om de breuken die er ontstaan zijn in eigen gelederen?
Doleren zij wel wezenlijk en hartelijk om de doling van hen die zich noemen ‘Vrijgemaakten’? En deze laatsten, die zulk een verheven naam zich verkoren, doleren zij, hebben zij smart over hun exodus uit de zo luid geprezen kerk van de grote Kuyper?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's