Een club luisteraars
Coronamaatregelen leggen verschrompeld kerkbesef bloot
We verlangen ernaar om met de gemeente weer samen te komen in Gods huis. Dat is begrijpelijk. Intussen lijken we één ding te vergeten: dat we ondanks de scheiding in ruimte tóch kerk zijn. De coronamaatregelen leggen een verschrompeld kerkbesef bloot.
We willen elkaar weer graag in de kerk zien om als Gods gemeente de Schriften te lezen en schouder aan schouder God de lof te zingen met de Psalmen en liederen die ons zo lief zijn. We verlangen naar de offline kerkdiensten. In het vele wat hierover gezegd en gesproken wordt, mis ik echter de notie dat we zonder dat tóch kerk zijn.
Kijkers
Dat de coronamaatregelen een verschrompeld kerkbesef blootleggen, blijkt voor mij uit de terminologie die wordt gebruikt rond kerkdiensten en het aanspreken van de gemeente. Ik beperk met tot een rondje langs wat willekeurige hervormd-gereformeerde gemeenten op kerktijden.nl.
Kerkdiensten worden aangekondigd als internetuitzending of, nog vaker, als video-uitzending. Predikanten danken ervoor dat de luisteraars bijeen zijn gekomen rond de laptop. Wanneer we dat vergelijken met het prachtige zeventiende-eeuwse kerklied ‘Here Jezus, om Uw Woord, zijn wij hier bijeengekomen’, lijkt de verwondering voor de techniek de plaats van Christus welhaast te hebben ingenomen. Bovendien, en dat is toch wel pijnlijk, wordt de gemeente van Christus soms aangesproken als ‘luisteraars’ of ‘kijkers’, op momenten dat je gewoonlijk ‘gemeente’ of ‘gemeente van Christus’ hoort. Hoe komt het toch dat dankzij technologische toepassingen – die in zichzelf natuurlijk zegeningen zijn – de gemeente van Christus in de perceptie van kerkenraden wordt gedegradeerd tot een club luisteraars?
Krakkemikkige visie
Al vele jaren luisteren mensen thuis via internet of kerkradio mee, met het samengekomen deel van de gemeente in het Godshuis. Nu is de verhouding omgekeerd: er zijn meer kerkleden thuis dan in het kerkgebouw. Maar verandert de kerkdienst daarmee in de kern? Beslist niet. Is er nu dan niet een enorm verlangen om met elkaar ter kerke te gaan? Beslist wel. Toch is er geen enkele reden om daarom een kerkdienst nu internetuitzending of video-uitzending te noemen. Zowel het woordje ‘kerk’ als ‘dienst’ zijn met de coronamaatregelen verdampt. Blijkt daaruit niet op z’n minst een krakkemikkige visie op kerk-zijn en kerkdienst?
Geloofszaak
Een aantal jaren geleden opende dr. J.G. Woelderink mij de ogen voor wat of wie de kerk is: de gemeenschap der heiligen (Uit de practijk der godzaligheid). Daarmee grijpt hij terug op de belijdenisgeschriften en de visie van de reformatoren. Luther schrijft in zijn Grote Catechismus dat de beste weergave van kerk is: heilige gemeente. Het draait niet om het instituut, ook niet om de bijeenkomsten. Wij geloven en belijden vooral de kerk, als het ‘lichaam van Christus’. Daarmee komen we uit op het Paulinische beeld van kerk-zijn (1 Kor.12:12-31 en Efez.5:23,30). Dat is een geloofskwestie. Kerk-zijn is een geloofszaak.
Daarom is ze ook onderdeel van de Apostolische Geloofsbelijdenis, die op zondagavond een plaats heeft in de kerkdienst.
Groepsdynamiek
Waar mensen samen zijn, spelen psychologische processen een intrigerende rol. Zo ontstaat er een groepsdynamiek die de kerk niet voorbijgaat. Het is de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer, zoon van Karl Bonhoeffer, een vooraanstaand professor in de neurologie, die hiervoor sterk waarschuwt in de jaren dertig van de vorige eeuw. Hij reageert dan natuurlijk op de betekenis, zelfs aantrekkingskracht van de Gemeinschaft van de nazi’s, met name van de Hitlerjugend.
Maar ook nu kunnen we een verkeerd beeld hebben van de betekenis van de christelijke gemeenschap. Om dat inzichtelijk te krijgen, maakt Bonhoeffer scherp onderscheid tussen psychische gemeenschap en geestelijke gemeenschap. Dat doet hij in zijn boekje Gemeenschapsleven, een aantal jaren geleden opnieuw in Nederland uitgegeven onder de wat ongelukkige titel Verborgen omgang.
Christelijke gemeenschap is geestelijk, in Christus geworteld. ‘De grond van alle geestelijke werkelijkheid is het duidelijke, zuivere Woord van God in Jezus Christus. De grond van alle psychische werkelijkheid is het duistere, ondoorzichtige bewegen en verlangen van de menselijke ziel.’
De scherpe scheiding tussen geestelijk en psychisch is een heldere spiegel: is de gemeente een geschonken geestelijke verbondenheid in Christus of een plaats waar de bevrediging wordt gezocht van psychische verlangens? Functioneren we binnen de gemeente als dankbare of eisende mensen? De psychische liefde begeert de ander, zijn gemeenschap, zijn tegenliefde, maar zij dient hem niet. Het is geen gering kritisch geluid van Bonhoeffer, ook voor een tijd waarin het kerkelijke kader en enthousiaste gemeenteleden zich inzetten voor een aantrekkelijk en warm gemeenteleven. Juist in coronatijd, waarin we ons opmaken voor een onzekere post-coronatijd, komt het aan.
Zwakkere band
Uit een enquête die eind mei is gehouden door het Reformatorisch Dagblad blijkt dat 40 procent van de respondenten ervaart dat de band met de gemeente zwakker is geworden dan voor de crisis. Hoe kan dat? Is de kerk niet evenzeer een geloofszaak tijdens een crisis dan ervoor en erna? Kun je niet de kerkgang missen en juist tóch een band ervaren, omdat die er is door de Geest in Christus? Ook al ligt dat zeker moeilijker omdat je de gemeente niet ziet samenkomen, de viering van de sacramenten ontbeert, etc.?
In de terminologie van Bonhoeffer: missen we wellicht de psychische gemeenschap, terwijl de geestelijke gemeenschap er als het lichaam van Christus onverminderd is? Vier jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog waarschuwde dr. J.H. Bavinck zelfs voor een ‘heidense pinksterbeleving’, een zelfgerichte kerk die gericht is op extase en beleving.
Heilige gemeente
We leven in de tijd na Pinksteren. De Heilige Geest is uitgestort. Veel predikanten hebben in deze periode oog voor de vroegchristelijke kerk zoals deze zich als een soort ideaalbeeld aan ons opdringt vanuit de eerste hoofdstukken van het bijbelboek Handelingen. Laten we deze tijd uitkopen om onze kerkvisie aan te scherpen, dankbaar te zijn voor de techniek, maar deze niet onwillekeurig te vergoddelijken. Laten we dankbaar zijn voor de kerk, die er is als lichaam van Christus, ondanks de beperkingen door de coronamaatregelen. Niets kan ons immers scheiden?! Laten we bidden om onderscheidend vermogen, om ons door Gods goede Geest te laten fijn slijpen in wat psychische gemeenschap en wat geestelijke gemeenschap is, zodat we kerkelijk, als heilige gemeente zullen leven bij het wonder van de kerk in Christus Jezus, onze Heere.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's