Het preekklimaat
De relevantie van ds. L. Kievit (2, nu)
Ds. L. Kievit geeft klagers gelijk. Hij is vaak kritisch over de preekkwaliteit van andere dominees. Los van de vraag of dit terecht is, is het onmiskenbaar waar dat het preekklimaat is veranderd. Wat kan het geloof in de prediking positief voeden?
Het geheim van de zondagse preek is dat God er Zelf actief in wordt. Het gaat erom dat Christus nabijkomt en zegt: ‘Ik wil eens met je praten.’ Dat is de erfenis die ds. L. Kievit ons als kerk schonk.
Hoe verwerken wij deze erfenis? Leeft de preek onder ons? Ervaren we weleens dat het ‘heilige’ gebeurt? Wat zijn mogelijke obstakels om Christus’ stem te vernemen? Hoe kan het vertrouwen en geloof in de prediking in onze tijd worden gevoed?
Levensmoeheid onder jongeren
Als we nadenken over belemmerende factoren rond de preek, springt het thema ‘levensmoeheid’ in het oog. Op 22 mei 1952 hield ds. Kievit een lezing in de Beatrixhal in Utrecht. De zaal zat vol met jongeren. Hij zei tegen hen: ‘Een matheid heeft zich als een klamme mist over het hedendaagse levensgevoel gelegd. Wat we vragen is wat vrede en vertier. Het levensgevoel is niet moedig, maar het is moe.’ Het gevolg is dat de zondagse preek onder druk komt te staan, juist bij de jonge generatie: ‘Wie houdt het hoofd en hart vrij voor het kerkelijk leven? Voor het kerkelijk leven dat zich concentreert op de kerkdienst, waarin het Woord centraal staat?’ Het levensgevoel dat zich begin jaren zestig breed maakt, staat de rust in de weg die nodig is om sensitief te worden voor de levende stem van Christus. Intussen zijn we tientallen jaren verder. Waar ds. Kievit slechts voorzichtig de cultuur duidt, zien wij het vandaag ook overal om ons heen. Twintigers en dertigers hebben met zo veel te dealen. Ze komen er soms amper aan toe om in God te geloven en de grote vragen van het leven te doordenken. Het is belangrijk dat we ons als kerk hiervan bewust zijn en dat we elkaar de vraag stellen welke toewijding en concentratie God en Zijn Woord in ons leven krijgen.
Praktische preken
In diezelfde jongerenlezing legt ds. Kievit de vinger ook bij een ander thema dat de actuele prediking in zijn dagen bedreigt. ‘Nu wordt uit den treure betoogd dat het met de preek niet in orde is. Hebben dominees geen tijd meer om een goede preek te maken, gaat de gemeente hen niet meer ter harte?’
Het preekklimaat is door de jaren heen onmiskenbaar veranderd. Voorheen stempelden dogmatische thema’s van verbond en verkiezing, en heilsordelijke vragen van toe-eigening van het geloof preken inhoudelijk, maar vandaag de dag is er een sterk verlangen naar praktische, directe en actuele verkondiging. Opmerkingen die je als dominee zomaar kan horen, zijn: ‘Wilt u niet te lang preken?’, of: ‘Heeft u nog een pakkend voorbeeldje voor de kinderen?’ of: ‘Ik wil wel graag echt iets nieuws leren’, of: ‘Kunt u nog aandacht besteden aan ons adventsproject?’ Het is uiteraard prima om als predikant op zulke wensen in te spelen en feeling te houden met wat er leeft in de gemeente. Maar de vraag erachter die we moeten stellen, is of onze wensen sluipenderwijs het preekproces ook kunnen verlammen. Mag God het daadwerkelijk voor het zeggen hebben in de gemeente, ook als het schuurt met onze verwachtingen? Waar we alert op moeten zijn, is dat we de dominee de vrijheid en ruimte blijven geven om Gods Woord daadwerkelijk uit te zeggen. Het is voor een dominee bemoedigend om te voelen als het Evangelie, zoals dat bij God vandaan komt, niet afketst op de gemeente, maar weerklank vindt in onze levens.
Positieve voeding
We kunnen uiteraard veel uitgebreider reflecteren op de negatieve winden die er waaien rond de preek. Het wordt evenwel tijd om op zoek te gaan naar wat het geloof in de prediking positief voedt. Hoe kan het geestelijk klimaat zodanig vorm krijgen dat we Christus’ stem werkelijk gewaarworden? Pasklare antwoorden zijn niet voorhanden. We mogen wel verlangen naar de werking van de Geest in het leven van predikanten, van de gemeente en van gelovigen persoonlijk.
Ruimte voor predikanten
In het vaak drukke domineesbestaan mogen we verlangen dat dominees de rust en ruimte ontvangen om werkelijk de Schriften te lezen en te kennen. Dr. Kees van Ekris laat in zijn boek Dialoog, dans en duel op inspirerende wijze zien dat zo’n leven dicht bij de Schrift moeite kan kosten, maar dat het tegelijk ook heerlijk is. Wekelijks mag je als dominee een perikoop woordje voor woordje bestuderen en tot je nemen. Het belangrijkste moment daarin is dat je iets verrassends van God op het spoor komt, van het heil in Christus, van de vernieuwing van de Geest. Het gaat er uiteindelijk om dat je in het proces van voorbereiding dit ‘theocentrische moment’ uit de Schrift opdiept. Als dat je niet lukt, beklim je op zondag de preekstoel met een eigen inzicht of val je terug op wat anderen gezegd hebben. Er gebeurt dan niets nieuws bij God vandaan. Hoe belangrijk is het dat je als dominee net zolang zoekt tot je Gods actuele Woord voor komende zondag in de Bijbel vindt. Dat vraagt studie, doorzettingsvermogen, geestelijk leven en geloof dat God vandaag écht wil spreken in de context van je gemeente.
Het vraagt ook de moed om ‘met je rug naar de tijd’ te gaan staan. Onze vragen, standpunten, theologie en gemeentebeleid verdwijnen even helemaal naar de achtergrond. Pas vanuit Gods spreken kun je zondags de gemeente aanspreken en kunnen mensen in hun hart worden geraakt.
Delen in de gemeente
Wat is het mooi als er in de gemeente op een opbouwende manier over de wekelijkse preek wordt gesproken. Dat begint in de kerkenraad en consistorie. Het is heerlijk als je als predikant na afloop van de dienst iets terugkrijgt van wat men in de preek van Hogerhand heeft ontvangen. Soms kan één zin uit een dankgebed al veel goeds doen.
Het is ook waardevol om na te denken over hoe thuis – in gezinnen – over de verkondiging wordt gesproken. Als kinderen thuis vooral te horen krijgen dat een predikant te saai of ouderwets is, zal dat weinig enthousiasme voor de kerkdienst in de jonge generatie opwekken. Als je als ouders zo nu en dan in je hart laat kijken en iets deelt over wat jou geraakt heeft, dan zullen kinderen dat levenslang onthouden en zelf verwachtingsvol naar preken leren luisteren. In het geheel van de gemeente kan het stimulerend werken om met elkaar in gesprek te raken over de preek. Mogelijk doen we dat veel te weinig. In zulke gesprekken gaat het niet om het peilen van elkaars meningen. Mijn ervaring is dat het nieuwe energie en geestelijk contact geeft als je elkaar vraagt: ‘Wat heb je van God ontvangen in de preek? Waar schuurde de boodschap met jouw leven? Waar ‘ademde je op’ omdat je Christus’ vrede mocht ervaren?’
In het persoonlijke geloofsleven
Op 14 november 1958 sprak ds. Kievit op een mannendag in de Janskerk te Utrecht. In zijn lezing wees hij er hartstochtelijk op hoe fundamenteel het is om in je persoonlijk geloofsleven het Woord van God te bewaren. ‘Wanneer we het Woord verwaarlozen, verliezen we het. We moeten er op een geestelijke wijze mee bezig zijn. Geestelijk, dat is biddend en belijdend. Niet als zure plicht, maar als opdracht die ons veel vreugde en zegen geeft.’
Dit zijn woorden die niets aan actualiteit hebben ingeboet. Als we als predikant, gemeente en gelovige biddend met Gods Woord in de weer zijn, mogen we geloven dat de preek leeft. Juist ook vandaag, omdat God lééft!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's