Boekbesprekingen
Emanuel Rutten Datgene waarboven niets groters gedacht kan worden. Acht nieuwe argumenten voor het bestaan van God. KokBoekencentrum Uitgevers, Utrecht; 192 blz.; € 18,99.
Het bedenken van bewijzen voor het bestaan van God gebeurt al zo’n beetje de hele geschiedenis van de filosofie. Recent heeft een aantal Nederlandse auteurs zich op dat gebied begeven. Rik Peels en Stefan Paas schreven deze uit in het boek God bewijzen. Jeroen de Ridder en Emanuel Rutten schreven En dus bestaat God en nu heeft Rutten een nieuw boek op dit terrein gepubliceerd met de titel Datgene waarboven niets groters gedacht kan worden. Is er na zo veel eeuwen zoeken naar Godsbewijzen nog iets nieuws toe te voegen? Dan moet je toch wel van goeden huize komen. Nu, dat is zeker het geval bij Rutten. Acht Godsbewijzen die, voor zo ver ik kon nagaan, echt nieuw zijn, worden in dit boek gepresenteerd. Nu gebruikt Rutten in de titel niet het woord ‘bewijs’ maar ‘argument’ en dat lijkt mij een goede greep. ‘Godsbewijs’ klinkt te pretentieus. Alsof het bestaan van God zich met ons menselijk verstand zou laten bewijzen. Dan maken wij God te klein. Wat wel kan, is laten zien dat het geloof in God niet ingaat tegen het verstand, al gaat het dat wel te boven. Rutten begint zijn boek met een heel waardevolle voorbeschouwing, waarin hij laat zien dat dit het doel van apologetiek zou moeten zijn: niet proberen om God rationeel klein te krijgen, maar om te laten zien dat het helemaal niet ongeloofwaardig is om in Zijn bestaan te geloven. Dat bevrijdt van de drang om volledig sluitende bewijzen te leveren, als dat al mogelijk zou zijn.
Toch worden de argumenten zo door Rutten gepresenteerd alsof je niet om de conclusie heen zou kunnen. Dat lijkt steeds wel het geval te zijn, maar je moet dan bereid zijn om met een aantal aannamen mee te gaan. En daar zou wel eens het probleem kunnen zitten. Die aannamen klinken steeds erg voor de hand liggend, maar het is de vraag of er stiekem toch al niet ‘het bestaan van’ aan ten grondslag ligt. Ze hebben namelijk betrekking op de werkelijkheid zoals wij die kennen en een christen bekijkt die met ogen die al vooringenomen zijn (en terecht).
Maar een atheïst die op zijn qui-vive is, zal gaan sputteren, omdat hij zal tegenwerpen dat de aannamen niet neutraal zijn. De aanname dat er in de werkelijkheid regelmaat zit, wordt weliswaar ondersteund door onze dagelijkse ervaring, maar zou in principe ook een kwestie van verbeelding kunnen zijn. De aanname dat alles een oorzaak moet hebben, zal door een nihilist weerlegd worden door de opmerking dat dit helemaal niet noodzakelijk is en dat de werkelijkheid mogelijk niet meer is dan een verzameling losse, onsamenhangende gebeurtenissen. Kortom, in de aannamen zit al een wereldbeeld waarin de sporen van Gods bestaan zichtbaar zijn. In een van de hoofdstukken erkent Rutten dat overigens ook. Meestal gaan de tegenwerpingen tegen de aannamen die tot Godsbewijzen leiden, ook tegen de intuïtie in, en dat is geen goed teken. Strikt genomen is er dan niet meer sprake van een bewijs, hoogstens van een waarschijnlijk maken. Wie het boek van Rutten met dit in het achterhoofd leest, komt bepaald onder de indruk van de originaliteit van de hier geboden argumenten voor het bestaan van God en van de zorgvuldigheid waarmee de stappen van aannamen tot conclusie uitgewerkt worden. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat deze redeneringen soms zonder filosofische voorkennis niet gemakkelijk te volgen zijn. Wat dat betreft is het jammer dat Rutten uitgerekend met het meest ingewikkelde Godsargument begint. De titel verraadt dat meteen al: Een Godsargument vanuit atomisme en causalisme. Weliswaar worden alle termen uitgelegd, maar wie er tevoren niet mee bekend was, moet zich behoorlijk inspannen om de redenering te volgen. Wie tijdens het lezen van het eerste hoofdstuk door die ingewikkeldheid het bijltje er al bij neergooit, mist later een paar veel toegankelijkere hoofdstukken. Een leestip zou kunnen zijn om het eerste hoofdstuk tot het laatst te bewaren.
Soms kreeg ik het gevoel dat er echt iets niet klopt. Als Rutten betoogt dat een wereldbeeld alleen houdbaar is als er tegenstellingen bestaan (rode dingen bestaan alleen bij de gratie van het feit dat er ook niet-rode dingen zijn), dan vraag ik mij af hoe het dan moet met een wereldbeeld waarin straks, als er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zijn, geen kwaad meer is. Is er dan ook geen goed meer? Dezelfde vraag zou al bij de schepping voor de zondeval gesteld kunnen worden. Soms zijn de aannamen in Ruttens Godsargumenten dus ook voor een christen niet vanzelfsprekend. Dit alles neemt echter niet weg dat dit boek alleszins waard is om gelezen en bestudeerd te worden, bij voorkeur met een zekere filosofische voorkennis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 februari 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 februari 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's