De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd Arcering uitzetten

Leen J. van Valen Om de kernpunten van het evangelie. Parallellen tussen Schots en Nederlands Gereformeerd Piëtisme en Evangelikalisme in de eeuw van Verlichting. Uitg. De Dauw, Dordrecht; 398 blz.; € 35.

Dr. L.J. van Valen heeft ons na zijn dissertatie opnieuw verrast met een prachtig uitgegeven boek over het Schots en Nederlands Piëtisme. Hij heeft deze studie opgedragen aan de in 2019 overleden dr. P.H. van Harten, die in 1986 een dissertatie schreef over Ebenezer en Ralph Erskine. Toen ik deze uitvoerige studie las, was het alsof ik weer voor de boekenkast bij ons vroeger thuis stond en allerlei titels en namen van schrijvers zag, die in het onderzoek van Van Valen aan de orde komen: T. Boston, de Erskines, A. Comrie, Th. van der Groe en vele anderen. Na de studie over het gereformeerd piëtisme in de zeventiende eeuw in zijn dissertatie komt nu de achttiende eeuw aan de orde. De onderzoeksvraag luidt: hoe zien wij het Schotse Piëtisme terug in het Nederlandse Piëtisme in de achttiende eeuw?

Het boek is voor geïnteresseerde lezers boeiend. Je ontdekt allerlei lijnen en overeenkomsten die duidelijkheid geven aan het brede veld van bevindelijke vroomheid. Tegelijk vraagt het lezen wel enige inzet vanwege de veelheid aan informatie. Door de opzet van het boek komen ook personen en thema’s meer dan eens aan de orde.

Van Valen heeft dus opnieuw onderzoek gedaan naar de invloed van het Schotse Piëtisme op de Republiek. Daarbij spelen vertalingen van Schotse publicaties een grote rol. De Engelse gemeente te Rotterdam vormt een verbindende schakel. De predikant, Hugh Kennedy (1698-1764), maar ook anderen zorgden voor diverse vertalingen.

Het boek bestaat uit dertien hoofdstukken. Daarna volgen een bibliografie, een samenvatting en summary (een samenvatting in het Engels) en een register van persoonsnamen en zaken. Ik noem nu een aantal dingen die mij van belang lijken voor wat de auteur met zijn lezers wil delen.

Allereerst kenschetst hij enkele geestelijke kenmerken van de achttiende eeuw, een tijd van zowel Piëtisme als Verlichting. Beide stromingen staan niet los van elkaar, maar kennen raakvlakken. In de hoofdstukken 2 en 3 komt het boek The Marrow of modern divinity (1645) aan de orde. In deze publicatie stelt de auteur, Edward Fisher, het wetticisme, het (neo)nomisme aan de orde. Hij wijst op het gevaar dat de toegang tot Christus geblokkeerd kan worden door allerlei wettische voorwaarden. Daartegenover stelt hij dat het Evangelie van de Zaligmaker aan allen die het horen, mag en moet worden aangeboden. Het boek werd in 1722 veroordeeld. Het zou aan de betekenis van de wet tekortdoen.

In hoofdstuk 4 schrijft de auteur over de heart religion, Schotse vroomheid van het hart. Hij werkt dit uit bij enkele schrijvers, zoals Ebenezer Erskine (1680-1754) en John Willison (1680-1750) Ook vertelt hij over lekenvroomheid in gezinnen en conventikels, over persoonlijke verbondssluitingen en avondmaalstijden. Heel interessant.

Daarna, in hoofdstuk 5 en 6, komt het gereformeerd Piëtisme in Nederland in beeld. Diverse opvattingen, zoals van Coccejanen en Voetianen komen aan de orde. Ook een breed spectrum van personen komt in beeld. Goed dat daarbij aandacht is voor iemand als T. Avinck, in het kader van wat ‘Nieuw Licht’ genoemd wordt. In de tweede helft van de achttiende eeuw verliest het Piëtisme zijn betekenis voor de bredere verbanden van kerk en samenleving en dreigt het een subcultuur te worden. In de volgende hoofdstukken worden de onderlinge betrekkingen tussen het Schotse en Nederlandse Piëtisme nader uitgewerkt. Dan gaat het om theologische kernpunten en de vertaling en verspreiding van de Schotse devotie.

Een hoofdstuk dat er voor mij uitspringt, is hoofdstuk 9. Het gaat over de internationale opwekkingen in het Piëtisme. Ook de opwekking in Nijkerk (Nijkerkse beroerten) in 1749 wordt besproken. In Schotland bekritiseerden de Erskines de opwekkingen en in Nederland deed iemand als prof. J. van den Honert dat. In de volgende hoofdstukken komen A. Comrie en Th. van der Groe aan de orde. Over hen is al veel geschreven. In hoofdstuk 12 gaat het over bekeringsverhalen (als ego-documenten) en gezelschappen.

Het boek eindigt in hoofdstuk 13 met enkele grote lijnen in het geheel van het gereformeerd Piëtisme te beschrijven. Ook gaat het onder anderen over J. Eswijler, W. Schortinghuis, maar ook over Th. van Thuynen (1679-1742), predikant in Dokkum, die de ultra-bevindelijke vroomheid bestreed. Op een aantal punten is er verschil tussen Schots en Nederlands gereformeerd piëtisme. Het zou te ver voeren om hier nader op in te gaan. Evenals op de vraag in hoeverre Israël een rol speelt in de bevindelijke vroomheid.

Ik heb het boek met aandacht gelezen. Het nodigt uit om met elkaar in gesprek te gaan over wat Van Valen aanreikt. Zo zou ik met hem willen doorspreken over wat hij precies onder de Verlichting verstaat. Zijn beschrijving hiervan is smaller dan wat historici er onder verstaan, namelijk het uittreden van de mens uit de onmondigheid, waarin hij door eigen schuld verkeerde (I. Kant). Dat is toch wel heel ingrijpend. Niet het Woord, maar de mens (ego) komt dan centraal te staan (Descartes).

Wat Th. van Thuynen betreft: mijns inziens roept hij zijn lezers op om terug te keren tot de Reformatie en keert hij zich daarom tegen de ‘Fijnen’. Zij ruilen het geloof als zeker weten en vast vertrouwen van de Heidelbergse Catechismus in voor een chronische onzekerheid van hongeren en dorsten naar Christus. Hij noemt die zelfs een ‘pijnbank’. Over Van Thuynen zou meer te zeggen zijn dan in dit boek gebeurt. Een laatste vraag: is het echt Coccejaans om te leren dat kinderen gedoopt worden omdat zij tot het verbond behoren? Dat is toch gewoon het geloof van ons klassiek-gereformeerd doopformulier en van zondag 27 van de HC?

Als belangstellende lezer dank ik dr. Van Valen voor zijn mooie boek. In Friesland zeggen ze: ‘meer van sulke’.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's