De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een ongelooflijke belofte

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een ongelooflijke belofte

Boven Christus uitsteken (1)

6 minuten leestijd Arcering uitzetten

Er zijn beloften in de Bijbel waar wij van denken: is dit echt waar? Begrijp ik wel goed wat er staat? In Johannes 14:13 geeft de Heere Jezus een rijke belofte waar wij misschien wel verlegen van worden.

Jezus zegt daar: ‘En wat u ook zult vragen in Mijn Naam, dat zal Ik doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden.’ In het volgende vers neemt Hij er geen woord van terug, maar bevestigt Hij slechts Zijn belofte door de woorden: ‘Als u iets vragen zult in Mijn Naam, Ik zal het doen.’

Deze zelfde belofte dat Jezus’ leerlingen alles – ‘wat u ook zult vragen’ – zullen ontvangen, wordt in de hoofdstukken 15 en 16 nog enkele keren opnieuw uitgesproken. De belofte van gebedsverhoring verbindt Jezus aan wat Hij eerder heeft gezegd: ‘Wie in Mij gelooft, zal de werken die Ik doe, ook doen, en hij zal grotere doen dan deze.’ (Joh.14:12)

Twee valkuilen

We moeten bij het lezen van Jezus’ woorden twee valkuilen proberen te vermijden. De eerste is dat we Zijn belofte ‘Wat u ook zult vragen, dat zal Ik doen’ gaan afzwakken en zeggen: het staat er wel, maar... Op die manier ontkrachten wij de woorden van Christus. De tweede valkuil is dat we te snel denken dat we wel weten wat bedoeld wordt met bidden in Jezus’ Naam en we deze tekst op ieder gebed gaan toepassen. Hierdoor kunnen grote geloofsmoeilijkheden ontstaan.

Wat Jezus wil bewerken, is dat Zijn leerlingen gaan bidden in Zijn Naam en van deze rijke belofte – ‘wat u ook zult vragen in Mijn Naam, dat zal Ik doen’ – gebruik gaan maken. Het beantwoorden van het gebed in Zijn Naam is het werk dat Hij vanuit de hemel voortzet.

Het gaat om een oefening in luisteren, maar ook om een oefening in vertrouwen op Zijn belofte. Wij zijn namelijk snel geneigd om onszelf – uit zelfbescherming – in te dekken, om niet teleurgesteld te raken. Dat is te begrijpen, maar daarmee kunnen we zomaar de rijke belofte van Jezus laten liggen voor wat die is, zonder er gebruik van te maken. Dat zou jammer zijn.

Werken van Jezus

Jezus sprak over ‘de werken die Ik doe’. Waaraan moeten wij dan denken? De laatste werken die Jezus gedaan had voordat Hij deze woorden uitsprak, waren de opwekking van Lazarus en de voetwassing. Daarin zien we dat Jezus gekomen is om in liefde te dienen. Dat is kenmerkend voor héél Zijn leven en handelen. Wanneer Hij lijdt, sterft, opstaat uit de dood, terugkeert naar Zijn Vader en Zijn Geest uitgiet, is dat om te dienen, om onze zonden te dragen en ons nieuw leven te geven, leven door Zijn Geest.

Dan zegt Jezus iets opmerkelijks. ‘Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, zal de werken die Ik doe, ook doen.’ Hij zegt zelfs: ‘Hij zal grotere doen dan deze, want Ik ga heen tot de Vader.’ Dat is bijna niet te geloven. Het zijn één voor één rijke teksten.

Nog grotere werken

De vragen stapelen zich langzamerhand wel op. Waar moeten we aan denken bij dezelfde werken en grotere werken? Betekent dit dat Jezus’ leerlingen dezelfde wonderen, grotere wonderen en zelfs nog meer wonderen zullen doen dan Jezus gedaan heeft? De wonderen die de apostelen gedaan hebben, horen daar zeker ook bij. Zij hebben grote wonderen mogen doen. En in de gemeente van Korinthe waren mensen – ze zullen er op andere plaatsen ook geweest zijn – door wie God tekenen en wonderen deed.

Groter kan echter niet betekenen nóg opzienbarender. Geen van de apostelen heeft vijfduizend man te eten gegeven of zoveel doden opgewekt als Jezus. Maar het blijft waar dat ze in Jezus’ Naam wonderen hebben gedaan. Ze hebben bijvoorbeeld een kreupele laten lopen en zélfs doden opgewekt, zoals Dorcas en Eutychus.

We zullen bij de woorden van Jezus ‘die zal de werken doen die Ik doe’ echter vooral aan iets anders moeten denken. De werken die Jezus deed, hadden alle tot doel om mensen iets van Gods heerlijkheid te laten zien. Ze waren erop gericht om mensen aan de voeten van Jezus te brengen en hen tot het kindschap van God te brengen.

Meer vrucht

Als het om deze werken gaat – mensen tot de volheid van Christus leiden – dan hebben de apostelen en christenen van alle eeuwen door ‘grotere dingen’ gedaan dan Jezus. Hoewel er tijdens Jezus’ rondwandeling op aarde veel mensen tot geloof gekomen zijn, hebben zich nooit zoveel mensen bekeerd als op de dag dat de Heilige Geest werd uitgestort. De kerk bleef maar groeien, van drieduizend naar vijfduizend. Er werden dagelijks mensen toegevoegd aan de gemeente die zalig wordt. Jezus had Zijn werk beperkt tot het kleine gebied in Israël. Hij stuurde Zijn leerlingen de wijde wereld in met de woorden: ‘Maak alle volken tot Mijn discipelen.’ Zo ontstonden er grotere werken.

Christus heeft het grootste werk gedaan, namelijk het werk tot ons behoud. Maar als het gaat om mensen te leiden tot de bron van Gods genade, mogen we zeggen dat Jezus’ leerlingen en de gemeente van Christus door de verkondiging van het Evangelie grotere werken gedaan hebben dan Hijzelf gedaan heeft.

Vanuit de hemel

Als we deze woorden van Jezus op deze manier verstaan, begrijpen we ook beter wat het betekent om te bidden in Jezus’ Naam en wat Hij bedoelde met de woorden ‘wat u maar wilt’. Deze woorden hebben betrekking op de verkondiging van het Evangelie. Daarbij is het wel van belang dat we bedenken dat alles wat de apostelen hebben gedaan en wat de kerk van alle eeuwen heeft gedaan, altijd de werken van Jezus Zelf zijn.

U zult grotere werken doen dan deze. Want, zegt Jezus: Ik ga heen tot de Vader. Dat zinnetje betekent twee dingen. In de eerste plaats betekenen deze woorden dat Jezus’ tijd kort was, slechts drie jaar. Zijn leerlingen krijgen veel langer de tijd. Dat verklaart waarom de discipelen en de gelovigen van alle eeuwen meer doen dan Jezus.

In de tweede plaats laten deze woorden zien dat Hij het eigenlijke werk doet. Want Hij zendt Zijn Heilige Geest, Die de wereld zal overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel. De Heilige Geest (of anders gezegd: Jezus, door Zijn Geest) zal het werk doen waar het op aan komt. De werken die gelovigen van alle eeuwen doen, te beginnen bij de apostelen, zijn werken die de Heere Jezus doet; nu niet op aarde, maar vanuit de hemel.

Gebedsverhoring

Jezus zegt dat wie in Hem gelooft, de werken die Hij doet, ook zal doen en zelfs grotere dan deze: ‘Wat u ook zult vragen in Mijn Naam, dat zal Ik doen.’ ( Joh.14:12-14)

Voor de uitleg van deze belofte zijn drie vragen van belang:

1. Wat bedoelt Jezus met ‘de werken doen die Hij doet en zelfs grotere’?

2. Wat bedoelt Hij met ‘wat u ook zult vragen’, dat zal Ik doen?

3. Wat betekent het om te bidden ‘in Jezus’ Naam’?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Een ongelooflijke belofte

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's