Correctie nodig
Ds. A. van Zetten waarschuwt voor eenzijdig godsbeeld
Iedere gelovige heeft een beeld van God. Waar komt dat beeld vandaan, waar wordt het door beïnvloed, waar moeten we ons godsbeeld aan ijken en welk godsbeeld geven wij door aan anderen? Vragen die ds. A. van Zetten aan de orde stelt in Mijn beeld van God. Een bijbelse verkenning.
De auteur, predikant van de hervormde gemeente van Bruchem en Kerkwijk-Delwijnen- Nederhemert, beoogt geen historisch overzicht te geven van twintig eeuwen christelijk spreken over God. Evenmin is het zijn bedoeling om de nieuwste theologische snufjes uit te stallen. Hij wil ‘de Bijbel het volle pond geven, om zo een bijdrage te leveren aan een godsbeeld dat overeenkomt met Gods zelfopenbaring’. Deze inzet is duidelijk terug te zien in de hoofdstukopbouw van dit boekje.
Verstoord
In het inleidende hoofdstuk legt de auteur uit waarom het belangrijk is om een goed beeld van God te hebben. Als je in een relatie geen goed beeld hebt van de ander, dan werkt dat verstorend. Door de zonde heeft de mens een verstoord beeld van God, dus is correctie nodig. Bewustzijn van het eigen godsbeeld en open staan voor bijbelse correctie zijn daarom cruciaal.
Het tweede hoofdstuk gaat in op de Godsopenbaring in het Oude Testament. Er wordt daarbij vooral aandacht besteed aan de manier waarop God Zich aan Abraham en Mozes heeft bekendgemaakt. In het hoofdstuk daarna staat de Godsopenbaring in het Nieuwe Testament centraal. De auteur maakt duidelijk dat Jezus met twee woorden spreekt. Het gaat ook in het Nieuwe Testament over Gods toorn en Zijn liefde.
Na een hoofdstuk over Gods eigenschappen in de Bijbel worden er twee afzonderlijke hoofdstukken besteed aan deze actuele thema’s. Eerst wordt de liefde van God uitgelicht. De onvoorwaardelijke liefde van God wordt aan de hand van de gelijkenis van de verloren zoon uitgewerkt. En Gods toorn dan?
Ds. Van Zetten benadrukt ook hier de continuïteit tussen het Oude en Nieuwe Testament. De toorn van God is een reactie op menselijk handelen. Jezus brengt nergens een correctie aan op het oudtestamentische godsbeeld, ook Hij spreekt over toorn en oordeel.
Niet vrijblijvend
Na deze hoofdstukken, waarin het bijbelse spreken over God is uitgediept, gaat de auteur in op maatschappelijke tendensen die van invloed kunnen zijn op het godsbeeld. In kort bestek passeert er veel. Het gaat over islam, Schriftgezag, belijdenisgeschriften, prediking, liedcultuur en voortgaande openbaring. Het volgende hoofdstuk stelt vragen als deze aan de orde: wat als je godsbeeld door persoonlijke ervaringen of je opvoeding beschadigd is? In hoofdstuk negen gaat het over ons ‘godsvoorbeeld’. Het nadenken over ons godsbeeld is niet vrijblijvend, want vanuit de Bijbel wordt er een appèl op ons gedaan om op God te lijken. Gods verkiezende liefde maakt de uitverkorenen gelijk aan het beeld van Zijn Zoon (Rom.8). Het volmaakte beeld van God wordt hier op aarde nooit gevonden. In het laatste hoofdstuk opent de auteur het perspectief op Gods grote toekomst, dan zal voor Zijn kinderen het godsbeeld volmaakt zijn.
Het boek is bedoeld voor bespreking op een (jongeren)kring, daarom zijn er aan het einde van ieder hoofdstuk een aantal gespreksvragen opgenomen en wordt een bijpassend bijbelgedeelte aangereikt.
Vlotte stijl
Een aantal dingen is me bij het lezen van dit boek opgevallen. Ten eerste dat het geschreven is in een vlotte stijl. Het is duidelijk dat de auteur zijn lezer aan wil spreken. De zinnen zijn direct geformuleerd en hele stukken uit het boek zou je zo voor kunnen lezen. Dat maakt het betoog levendig, maar soms gaat dit ten koste van de helderheid. Verder is het boekje rijk voorzien van voorbeelden. Bijna ieder hoofdstuk begint met een pakkende introductie.
Verhelderend vond ik de manier waarop wordt uitgelegd waarom God niet veranderlijk is als Hij in verschillende situaties verschillend handelt: ‘Een goede politieagent zal een slechtziende man vrien‑delijk het zebrapad over helpen, maar een overvaller genadeloos in de boeien slaan.’ (p.28)
Uitnodigende insteek
Een ander punt dat mij opvalt, is de correctieve teneur: ons godsbeeld is bedorven door de zonde en moet dus worden aangepast. Dat is een gezond gereformeerde gedachte. Maar het zou jammer zijn als de lezer hierdoor de indruk krijgt dat het vooral gevaarlijk en moeilijk is om over God te denken en te spreken. Een uitnodigende insteek had het nodige evenwicht kunnen verschaffen. Die insteek is ook voluit bijbels: ‘Maak de Heere met mij groot’ (Ps.34). Op die manier was er in dit boek meer ruimte geweest voor de lof van God. Immers, God leren kennen is God leren prijzen: ‘Wie de Heere zoeken, zullen Hem loven’ (Psalm 22). Graag had ik ook wat gelezen over de manier waarop wij ons in het dagelijks leven een beeld van God vormen. Ik denk aan vragen als: Wat zegt de schepping ons over God? Zie ik het gezicht van Jezus in het gezicht van mensen in nood (Matt.25)? Want als wij God niet meer zien in de wereld waarin wij leven, dan hebben we pas echt een geseculariseerd godsbeeld.
Ten slotte, het boek begint bescheiden: ‘Wij kennen ten dele’ (p.17). Het is mooi dat deze draad in het laatste hoofdstuk weer opgepakt wordt. Want eenmaal zal ons godsbeeld veranderen, dan zullen we God zien zoals Hij is (p.118). Dat is een bemoedigend perspectief. De auteur haalt in dit verband de dichter Jacqueline van de Waals aan: ‘Eenmaal zie ik al Uw luister als ik in Uw hemel kom.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's