De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In zicht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In zicht

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

Voorlichter Menno de Bruyne memoreert in De Banier, het ledenmagazine van de SGP, dat in de Tweede Kamer het Wilhelmus een keer werd gezongen, nog voordat het in 1932 ons volkslied was geworden. Dit gebeurde op vrijdag 11 juli 1919 op initiatief van L.F. Duymaer van Twist, een van de oprichters van de Gereformeerde Bond en liefst 51 jaar lid van het bestuur.

De Kamer had die dag en de dagen ervoor uitvoerig gedebatteerd over een heet politiek hangijzer van die dagen: de invoering van de achturige werkdag. Met name de socialisten hadden decennialang strijd gevoerd voor een werkdag van maximaal acht uren. Het wetsontwerp waarin dit werd geregeld werd in de Kamer verdedigd door de rooms-katholieke minister van arbeid, Aalberse. Er waren slechts een paar Kamerleden principieel tegen de wet: de communisten. Zij vonden de beperking van de arbeidsduur niet ver genoeg gaan.

De beslissing viel laat in de middag van vrijdag de elfde juli – de laatste vergaderdag voor het zomerreces. Na een hoofdelijke stemming bleek dat de Arbeidswet met grote meerderheid was aanvaard. Maar toen de Kamervoorzitter de uitslag van de stemming bekendmaakte, ontstond er rumoer in de vergaderzaal. De socialisten waren zo blij dat de wet was aangenomen, dat ze tot verbazing van de rest van de Kamer eendrachtig en luidruchtig hun strijdlied de ‘achturenmars’ begonnen te zingen.

De rechtse Kamerleden werden totaal overrompeld en waren met stomheid geslagen. Op één na: de antirevolutionaire luitenant-kolonel L.F. Duymaer van Twist. Een echte houwdegen, compleet met snor, strijdvaardig afgevaardigde van Steenwijk en Staphorst, die ook de aanvoerder was van de Oranjegezinde Bijzondere Vrijwillige Landstorm. Hij was trouwens een van de oprichters van de Gereformeerde Bond en de Bond tegen het Vloeken. Als enige hield hij z’n hoofd koel. Toen hij het rode overwinningslied hoorde, nam hij onmiddellijk het initiatief: hij zette uit volle borst het Wilhelmus in. ‘Luide zingend sloeg hij tevens de maat’, stond er in de Nieuwe Rotterdamsche Courant de volgende dag. Voor het eerst in de parlementaire geschiedenis weergalmde het Wilhelmus door de oude statige vergaderzaal.


Het Nederlands Dagblad laat in de serie ‘Houvast’, waarin bekende Nederlanders aan het woord komen over hun houvast in leven en sterven, de schoolpastor van de CHE aan het woord, drs. Nico van der Voet. Geloof is voor hem blijven leven met open vragen.

Zo’n open vraag is voor mij ook de betekenis van Jezus. Waarom moest God deze route gaan om zich met de wereld te verzoenen? En ik denk ook na over de wederkomst. Jezus zei dat Hij spoedig terug zou komen, maar Hij komt al 2000 jaar niet. Hoe zit dat nu? Ik heb geen antwoorden op deze vragen maar ze verontrusten me ook niet. Geloven is leven met vragen. Daarin is het een broertje van ongeloof, want een goede ongelovige leeft ook met vragen.

Laatst sprak ik een student die dacht dat hij om te geloven aan allerlei eisen moest voldoen. We hebben vaak veel te grote dingen voor ogen als het gaat om het leven met God. Veel mensen zoeken naar de zin van het leven, maar in de Bijbel gaat het om zin ín het leven. Dat is voor sommige mensen nog te groot. Ik daag studenten uit om zich af te vragen of ze zin hebben in vandáág. Mijn geloof leert me dat als ik ’s morgens wakker word, ik zin in vandaag mag hebben, want God geeft me deze dag, Hij is mijn schepper, Hij geeft me leven. Het is een geweldig geschenk dat ik er mag zijn en dat ik ruimte mag innemen. Dat raakt aan mijn zelfbeeld.

Een tweede punt dat ik jongeren meegeef, is dat ik geloof dat Jezus mijn redder en zaligmaker is. Dat betekent dat ik niet bang ben om te falen vandaag en dat ik de lat niet heel hoog hoef te leggen. Zelfs van mijn zonden hoef ik niet wanhopig te worden. Mijn dragende grond vind ik in Gods genade. Daardoor mag ik ontspannen mijn dag binnengaan. En als mensen commentaar op me hebben, deert me dat niet want ik leef uit genade.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

In zicht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's