Vernietigde geschiedenis
Onlangs (14 maart) werd in Amsterdam een boek gepresenteerd over de opgravingen in het nazivernietigingskamp Sobibor. NRC (10 april) besteedt aandacht aan deze boekpresentatie. ‘Sobibor was van mei 1942 tot oktober 1943 in gebruik als vernietigingskamp met gaskamers. In die periode zijn er 180.000 mannen, vrouwen en kinderen vermoord, onder wie ruim 34.000 Nederlandse Joden.’ Het kamp heeft als zodanig gefunctioneerd tot 14 oktober 1943. Op die datum vond een opstand plaats waarbij ongeveer 300 gevangenen wisten te ontsnappen. Na de opstand werd het kamp ontmanteld en vernietigd. Er werden bomen geplant om alle sporen uit te wissen. Het kamp lag in Polen, vlak bij de grens met Oekraïne. Met het oog op 4 mei is het belangrijk om niet te vergeten.
NRC
Hoewel Sobibor minder bekend is dan Auschwitz, is het kamp in het Westen altijd in de herinnering gebleven. Naoorlogse processen tegen bewakers en films over de opstand en ontsnapping in 1943 zorgden ervoor dat het kamp niet in de vergetelheid raakte.
Ter plekke was echter lange tijd geen enkele vorm van herdenking. Lokale bewoners, bij wie het kamp bekend had gestaan als ‘het getto’, plunderden de massagraven op zoek naar goud en andere kostbaarheden. Hoewel de Joodse gemeente van Lublin ervoor pleitte een hek om de plek te zetten, gebeurde dat niet. Pas in 1965 werd op de plek een herdenkingsmonument onthuld in de vorm van een massieve toren die de gaskamers symboliseerde en een stenen beeld van een moeder met kind. ‘Ter herdenking van hen die door de nazi’s zijn vermoord’, luidde het opschrift. Net als in de rest van het Oostblok werd over Joodse slachtoffers niet gesproken. In 1993 kwam er wel ook nog een klein museum.
In 2008, bijna twintig jaar na de val van de Berlijnse Muur, besloot Polen samen met Nederland, Slowakije en Israël een nieuwe gedenkplaats en een nieuw museum te bouwen en archeologisch onderzoek te laten doen.
Vanwege het grote aantal belanghebbenden en betrokkenen en persoonlijke tegenstellingen ging dat niet altijd zonder problemen en spanningen, blijkt uit het onderzoek van twee Poolse specialisten op het gebied van memory studies (Katarzyna Grzybowska en Roma Sendyka) en twee Britse archeologen die tientallen Holocaustplekken hebben onderzocht (Caroline Sturdy Colls en Kevin Colls).
Bij het archeologisch onderzoek moest rekening worden gehouden met het feit dat volgens het Joodse geloof graven niet verstoord mogen worden. Hierover hadden ze goed contact met een toezichthoudende rabbijn, zeggen archeologen Schute, Mazurek en Haimi. Zo konden ze met zijn toestemming vaststellen dat een kuil die als massagraf had gediend nu leeg was, waarschijnlijk leeggeroofd door lokale mensen op zoek naar kostbaarheden. Verder lieten ze de massagraven vol asresten van verbrande lijken ongemoeid.
Wel waren er discussies over in hoeverre kunstgebitten en andere protheses als onderdeel van het menselijk lichaam moesten worden gezien. De rabbijn vond van wel en wilde dat 102 kunstgebitten en 34 beenprotheses die al waren opgenomen in de collectie van het Majdanek Museum voor herbegraving zouden worden teruggegeven. Volgens de Poolse wet was het echter onmogelijk om op basis van religieuze wetten objecten uit de museumcollectie te verwijderen.
De grootste spanningen en problemen waren er tussen de opgravende archeologen en de directeur van het Majdanek Museum, dat in 2012 de beheerder van Sobibor was geworden en als opdrachtgever van de opgravingen fungeerde. De archeologen, die in 2008 onder auspiciën van het toen nog zelfstandige lokale museum – niet veel meer dan een klein houten gebouw – waren begonnen met door vragen gedreven archeologisch onderzoek, zagen hun werk veranderen in een commerciële noodopgraving: het ontwerp en de bouw van het nieuwe museum en de nieuwe gedenkplaats bepaalden waar en hoeveel ze moesten opgraven. Ze zijn het er nog steeds niet mee eens dat het museum en de heringerichte gedenkplaats binnen het voormalige kamp zijn aangelegd. Voor de aanleg van een parkeerplaats moesten ze daarom het Vorlager en Lager II helemaal opgraven, waar de selectie plaatsvond en de vrouwen en kinderen van de mannen werden gescheiden. En opgraven is en blijft een vorm van vernietigen, aldus de archeologen, die delen voor later en mogelijk non-destructief onderzoek in de grond hadden willen laten zitten. (...)
Maar het archeologisch onderzoek is voor historici zeker van belang geweest, voegt hij er aan toe: de vondst van een niet afgemaakte tunnel bevestigt een eerdere mislukte vluchtpoging, waarover wel werd verteld maar waarvoor nog geen historisch bewijs was. En uit de opgegraven topografie en omvang van Sobibor – groter dan het eerder gebouwde kamp Belzec en kleiner dan het latere Treblinka – blijkt dat het kamp voor de nazi’s een tussenfase was in hun ontwikkeling van het perfecte vernietigingskamp. De archeologen hebben ruim 60.000 objecten opgegraven. Daarvan zijn er nu ongeveer 700 in het museum te zien. Ze liggen in een vijfentwintig meter lange vitrine. De tentoonstelling is ‘documentair’, concludeert de in memory studies gespecialiseerde historica Zofia Wóycicka in de wetenschappelijke bundel. Voor Polen, waar sinds 2004 historische musea vooral scenografische (visuele, AP) tentoonstellingen tonen met de nadruk op storytelling en theatrale middelen, is die nadruk op de objecten zelf opvallend terughoudend. Wel stelt Wóycicka vast dat de meeste opgegraven objecten van Nederlandse Joden waren. Zij hadden nog het idee dat ze naar een werkkamp gingen. De Poolse en Slowaakse Joden wisten beter en waren vaak al van hun bezittingen beroofd. Maar daardoor komen ze in het museum minder in beeld. Veertien van de opgegraven objecten zijn te herleiden tot concrete namen en personen. Zo is een naamplaatje gevonden van de achtjarige David ‘Deddie’ Zak uit de Uiterwaardenstraat in Amsterdam. Enkele Nederlandse nabestaanden willen die objecten graag terug hebben, maar een oude Poolse cultuurwet maakt dat onmogelijk. Op eigen kosten kunnen de nabestaanden wel een replica laten maken.
Nederlands Dagblad
De oorlog ligt nu bijna tachtig jaar achter ons. De tijden zijn ingrijpend veranderd. De Joden zijn niet langer slachtoffers maar daders. En – zoals bijna altijd het geval is –, is een Jood meer dader dan iemand anders. Buitenlandcommentator Aad Kamsteeg vertelt in een column in het ND (7 februari) over een ontmoeting die hij eens had met Shimon Peres, die van 2007-2014 premier van Israël was. Peres merkte mistroostig op dat hij zou willen ‘dat de wereld mijn land eens ging behandelen als elke andere staat’. Kamsteeg haakt daarop in.
Zo’n halve eeuw later klinkt dezelfde klacht. Ik hoor haar niet alleen bij Netanyahu en groepen als Centrum Informatie en Documentatie IsraëI en Christenen voor Israël. Ook anderen klagen. Meestal wordt dan niet ontkend dat er kritiek op Israëls optreden in Gaza kan worden uitgeoefend: schending van humanitair oorlogsrecht door onvoldoende onderscheid te maken tussen militaire en burgerdoelen, inzet van te zware middelen (proportionaliteit), te weinig toegang geven tot medicijnen en voedsel. De specifieke klacht is echter dat andere staten hetzelfde doen of zelfs erger, en dan minder of helemaal niet worden bekritiseerd. (...) Maar waarom demonstreren ook westerse burgers die hechten aan gelijke behandeling wel tegen Netanyahu en niet tegen Poetin, Kim Jung-un, Bashar al-Assad van Syrië, ayatollah Ali Khamenei van Iran en Hasan Akhund van de Afghaanse Taliban? Blijft men stil omdat men zich schuldig voelt over westerse politieke en economische suprematie en beschouwt men Israël als een koloniale uitloper daarvan?
Nog even terug naar Sobibor. De nazi’s vermoordden niet alleen mensen in Sobibor, ze begroeven daar ook de geschiedenis. Het planten van bomen was een misdaad. Wie de geschiedenis vernietigt, vernietigt de mens plus zijn nagedachtenis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2024
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2024
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's