Het ambt ter discussie
De synode sprak vorige maand over het ambt. Dit naar aanleiding van de nota Mozaïek van kerkplekken. Hierover was ook al in april j.l. gesproken en het komt opnieuw aan de orde op de vergadering van april 2020. Dan zal een definitief besluit genomen worden.
De vraag die aan de orde is: is de bediening van de sacramenten voorbehouden aan de predikant of mogen ook pioniers van een pioniersgemeente dopen en het avondmaal bedienen? In het verleden is ter synode al vele malen over het ambt gesproken maar nu staat de vraag in het kader van nieuwe missionaire vragen.
Toch gaat de discussie over meer dan pioniersplekken. Achter deze discussie gaat een vraag schuil: wat voor soort predikant willen wij in de toekomst laten voorgaan in onze gemeenten? Het is dus een fundamentele discussie. De kerk is in transitie: nieuwe vormen van kerk-zijn worden gelanceerd, we denken na over een nieuwe invulling van het werk van de predikant, de opleiding van de predikant moet misschien anders, er ontstaat ook een andere visie op het ambt. Dit is de achtergrond van wat nu volgt. Het onderstaande is overgenomen uit Confessioneel/Credo. Het is het verhaal van ds. Robin ten Hoopen.
Confessioneel/Credo
Ik was een jaar of 16 en zat op de fiets in de randstad van mijn jeugd, Zoetermeer. Opgegroeid in de roomskatholieke kerk, was ik al jong bekend met het ambt. Het priesterambt, wel te verstaan. De door God geroepen éénling, representant van Christus die zijn leven wijdt aan de goede boodschap en de kerk. In de kerk van mijn ouders hingen de posters van roepingenzondag: God roept jou! Was ik tot het priesterschap geroepen? Zo vroeg ik mij af op die fiets. Ja, ik had mij altijd als een vis in het water gevoeld als misdienaar en koster. Tegelijk had ik ook de eenzaamheid gezien.
Was ik bereid die weg te gaan? Kon ik de punten waarmee ik worstelde binnen mijn traditie voor lief nemen? Ik was mij immers meer en meer gaan vereenzelvigen met mijn protestantse vrienden.
Ik kan mij de exacte plaats nog herinneren, op dat rode fietspad vlakbij een drempel. Daar dacht ik: ‘God, als u het wilt dan is het mijn weg’. Ik gaf mij over. Op dat moment, over die drempel gekomen voelde ik een rust opkomen en schoot mij het verhaal van Abraham en Isaäk te binnen. Bereidheid, volledige overgave. Ik wist, er is voor mij een andere weg. Ik volgde weg van mijn hart, van mijn protestantse vrienden en ging theologie studeren in Leiden. (…) Aan een roeping heb ik vanaf mijn 16-17e jaar nooit getwijfeld. Voor mij was niet zozeer de vraag of ik een ambt zou bekleden, maar in welke kerk. Het werd de PKN. (…)
Toen ik begon als AIO (assistent in opleiding) ging ik al jaren voor in kerkdiensten en dat wilde ik blijven doen. Maar die keren dat ik een kansel, podium of liturgisch centrum beklom wrong er iets (…) geen zegen, geen doop, geen avondmaal. Toch de kern van het predikantschap, zei de katholieke jongen in mij. Maar dieper nog was de vraag: wie zendt mij?
Namens wie doe ik dit? Ik werd ermee geconfronteerd toen ik voor een uitvaart gevraagd werd – dat mocht wel. Op de begraafplaats dacht ik: namens wie sta ik hier. Waar haal ik de vrijmoedigheid vandaan om te spreken? (…) Ik had op die vraag kunnen antwoorden: ik ben een gemeentelid, een christen en dus mag ik hier staan. Het ambt van alle gelovigen is genoeg, zeker als promovendus. (…) Wij allen zijn geroepen om het priesterschap van alle gelovigen te bekleden. (…) Toch was dat in mijn geval niet genoeg. (…) Het ambt van ouderling, diaken en predikant is niet alleen het ambt van een gelovige die een cursus heeft gedaan en over kennis beschikt. Het ambt is meer dan spirituele geschiktheid. En zeker meer dan een taak die je uitvoert. (…) Het algemeen priesterschap staat bijzondere ambten niet in de weg. Zoals de Levieten werden geroepen uit heel Israël en Mozes uit het volk, zo worden ambtsdragers naar voren geroepen uit het midden van de gemeente. Ik voelde mij daartoe geroepen. Dat heeft met je diepste binnenste te maken, met een roepstem die je uitdaagt, naar voren roept en je draagt, voor kortere tijd of levenslang. Dat is voor mij het bijzondere ambt (predikant, ouderling, diaken). En daar geef ik hoog van op. Wat mij betreft is het Christus en de kerk representeren. Dat is het mooie én het kwetsbare van het ambt.
In de waagschaal
In de waagschaal (tijdschrift voor theologie, cultuur en politiek) besteedt ruime aandacht aan het ambt. Ik citeer uit twee artikelen. Het ene is van mr. Piet Hein Donner, minister van staat, het andere van dr. Wouter Klouwen. Ik begin met de laatstgenoemde. Er is algehele verlegenheid met het ambt. En die geldt overigens niet alleen de predikant maar ook de andere ambten die we in onze Nederlandse protestantse traditie kennen: de ouderling en de diakenen. Wat betekent het ambt in de kerk? Weten we het nog? En als we het niet meer weten, kan het ambt dan wel als ambt functioneren? Want als er geen besef is van wat het betekent om ambtsdrager te zijn of als kerk ambten te hebben, raakt dan niet uit zicht wat de kerk tot kerk maakt? U leest het goed: de kerk staat of valt met het ambt. Nee, het staat of valt niet met de dominee. Ook niet met de ouderling of diaken. Maar wel met het ambt. Want als er niemand gemachtigd is een woord met gezag te spreken – hoe zal de gemeente dan horen? Hoort zij dan niet zichzelf in de woorden die tot haar gericht worden? De preek als bevestiging van het eigen geloof? De subjectieve uiting van één van ons? Of wat als wij menen geen machtiging nodig te hebben? Dan wordt de kerk een religieus bedrijf. Een club gelijkgestemden. (Waar het al veel op lijkt.)
Klouwen voegt eraan toe dat, op de keper beschouwd, verlegenheid de kern is van het ambt. Want, schrijft hij, in het ambt zelf gaat het om verlegenheid, aangezien wij moeten zeggen wat we niet kunnen zeggen. Het ambt is positief, namelijk machtiging om het Woord te spreken, en is negatief in die zin dat het de uitdrukking is van onvermogen. Want uit onszelf is het onmogelijk Gods Woord te verkondigen.
Mr. Donner schrijft: Ik begrijp dat in het rapport Mozaïek van Kerkplekken meer diversiteit voorgesteld wordt met betrekking tot de invulling van het ambt van predikant en daarmee ook een grotere verscheidenheid met betrekking tot hun opleiding. Nu ben ik geen theoloog die daar een verstandig oordeel over kan geven, maar slechts een publiek ambtenaar die daar alleen prikkelende vragen over kan stellen. (…) Het is echter niet gewoon een kwestie van kwalificatie (dus: eisen die aan de opleiding worden gesteld, AP), want er is ook het gegeven dat bij traditionele kwalificatie de kerkgebouwen leeg blijven lopen en de kerk verschrompelt. (…) Vanaf het begin hebben de kwaliteit van de prediking en de academische vorming van predikanten dan ook centraal gestaan in de Reformatie. Vandaar de predikantstoga; dat is een academische toga en geen priestergewaad. Het onderscheidt de predikant als ‘meer geleerd’ maar niet dichterbij God. Bij alle misgewaden die men tegenwoordig steeds vaker ook in de PKN ziet, wordt dat vrees ik wel eens uit het oog verloren.
Gezien de huidige ‘verschrompeling’ van de kerk is het volgens Donner wel de vraag of de invulling van het ambt op alle plaatsen gelijk moet zijn.
Leiden wij mensen op om leiders te zijn binnen de kerk of in een wereld die zoekend is naar zin en betekenis?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 2019
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 2019
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's