Als koningen regeren
De rauwe dood van martelaren leidt tot een plek op de troon
Pasen 2020 zal ons lang heugen. Geen massale samenzang in een overvolle kerk. Thuis, in kleine kring, bij de laptop of kerkradio toch met de gemeente de lofzang gaande houden. Wie of wat heeft het nu eigenlijk voor het zeggen in deze wereld? Het coronavirus? De macht van besmetting, ziekte en dood?
Het koningschap van Jezus staat vast, zo zeker als Hij op de derde dag verrezen is. Dé corona, de echte kroon draagt Hij. Maar Jezus’ koningschap blijft tot op de jongste dag een verborgen, een aangevochten realiteit, een heerschappij in het teken van het kruis. Wij zién nog niet dat Hem alle dingen onderworpen zijn (Hebr.2:8). Het boek Openbaring geeft dit volstrekt eerlijk en realistisch aan. Hoofdstukken lang lijken duistere machten het voor het zeggen te hebben, zodat de gemeente met de rug tegen de muur staat. Tegelijkertijd weet Johannes dat het geslachte Lam stáát en als de Leeuw van Juda Overwinnaar is (Openb.5:5,6).
Hart onder de riem
We lezen Openbaring 20, bijna aan het einde van het laatste bijbelboek, als een geweldige bemoediging, een hart onder de riem voor alle trouwe belijders van Jezus’ naam. Vaak wordt boven de perikoop Openbaring 20:1-10 het opschrift ‘Het duizendjarig rijk’ geplaatst. Deze term wordt hier echter niet gebezigd. Beter vind ik de drie opschriften in mijn bijbeltje: de satan gebonden (vs.1-3), de eerste opstanding (vs.4-6), de satan geheel overwonnen (vs.7-10).
Zoals bekend gaan de wegen van uitleggers bij dit hoofdstuk ver uiteen. Gaat het over een periode van duizend jaar die nog in de toekomst ligt met een vrederijk op aarde, voordat de jongste dag aanbreekt? Of geeft dit hoofdstuk een bepaald zicht op de geschiedenis tussen Jezus’ paasoverwinning en Hemelvaart tot aan de dag van Zijn verschijning in heerlijkheid? Persoonlijk kies ik voor het laatste en daarmee voor een symbolische opvatting van de ‘duizend jaar’. De boodschap van dit hoofdstuk is dan dat Jezus te midden van alle geweld van de duistere machten de regering toch vast in handen heeft en dat dit, al is het fragmentarisch, van tijd tot tijd ook in de huidige wereld zichtbaar wordt. Er zijn paastekenen en de wereld is niet paasloos.
Eerste opstanding
Laten we ons concentreren op de verzen 4 tot en met 6 over ‘de eerste opstanding’. We mogen met Johannes op Patmos een blik in de hemel slaan en zo achter de schermen van het wereldgebeuren kijken. In de wereld worden mensen onthoofd of op andere manieren om het leven gebracht om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God. De aarde kleurt rood van het bloed van trouwe belijders. Wat kan de satan toch ver gaan. Waar blijft God met Zijn hulp? Zou ook in Johannes’ dagen die schreeuw tot God niet geklonken hebben vanuit kerkers en arena’s? Zou de gemeente in de zondagse samenkomsten en doordeweekse gebedsuren niet gesmeekt hebben om uitkomst? En dat schijnbaar tevergeefs?
Kijk nu eens met mij mee, schrijft Johannes. Ik zag de zielen van de martelaars. U kent hen toch goed en u treurt toch diep om hun marteldood?
Misschien geldt het wel uw eigen man of vrouw of kind, broer of zus. Ze hebben u en jou het goede voorbeeld gegeven. Ze hebben het beest en zijn beeld niet aanbeden en het merkteken van het beest niet ontvangen op hun voorhoofd en hun hand. Ze hebben geweigerd de keizer of welke aardse macht ook maar als god te vereren. Ze hebben hun denken en hun doen niet laten bepalen door de ideologie van de goddeloze wereld en evenmin door de valse spiritualiteit van religie zonder Christus. Die standvastige houding hebben ze met de dood moeten bekopen.
Geen niemandsland
Maar kijk nu toch eens goed: ze leven en ze heersen als koningen! Samen met Christus delen ze het paasleven in de glorie. Ze mogen de eerkroon dragen, terwijl ze juist alle eer aan Christus geven. Want ze weten: het is ‘door u, door U alleen, om ’t eeuwig welbehagen!’ Christus riep hen hogerop. Kom aan, u bent getrouw geweest tot in de dood, maar uw aardse dienst was nog maar weinig vergeleken met de hogere dienst die u nu mag vervullen.
‘Zalig en heilig is hij die deel heeft aan de eerste opstanding.’ Dat wil zeggen: de mens die direct na het sterven met Christus leeft in heerlijkheid. Vanuit het perspectief van Pasen is sterven dus meteen ook opstaan tot nieuw leven. Hetzij dat wij leven, hetzij dat wij sterven, wij zijn van de Heere. Er zit geen millimeter niemandsland tussen de laatste stap op aarde en de eerste stap in de hemelse troonzaal.
Jezus heeft immers gezegd: ‘Waar Ik ben, daar zal ook Mijn dienaar zijn.’ (Joh.12:26) Met Mij in lijden en dood, met Mij in opstanding en eeuwig leven.
Alleen martelaars?
‘En zij werden weer levend en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang.’ (vs.4b) De zaligen zitten op tronen. We vragen ons af wat deze koninklijke bediening inhoudt. Wat valt er te regeren als de heerschappij in Christus’ handen ligt en wanneer in de hemelse troonzaal Gods wil volmaakt wordt gehoorzaamd? Wij weten niet hoe we dit verder moeten invullen. In elk geval leeft de triomferende kerk in de hemel bewust, in Christus’ nabijheid. En de rust van de zaligen is tegelijkertijd werkzaamheid, het mee dragen van verantwoordelijkheid, en niet te vergeten de priesterlijke voorbede voor de strijdende kerk op aarde. In vers 9 staat dat ze priesters zijn van God en van Christus. Dat wijst op volkomen toewijding aan de Heere en tegelijkertijd hartelijke bewogenheid met de gemeente op aarde.
Men kan hier de vraag stellen of het alleen voor martelaars geldt dat ze met Christus op Zijn troon zullen zitten. In Openbaring 3:21 lezen we dat dit het vooruitzicht is voor ieder die ‘overwint’, dus voor elke broeder of zuster die in de kracht van de Heilige Geest de goede strijd heeft gestreden. Er mag in de hemel en op de nieuwe aarde verschil zijn in heerlijkheid (en de martelaars zullen bijzonder schitteren en stralen), maar er is geen verschil in zaligheid. Dit geluk is weggelegd voor elk die de Heere vreest, hoe klein of groot hij of zij ook is.
Sterfdatum vieren
Wat een troost bevat dit visioen voor de zwaarbeproefde en diepbedroefde gemeente op aarde. Ze mag wel treuren om haar geliefde doden, die dikwijls zo wreed uit dit leven werden weggerukt. Maar ze treurt niet als degenen die geen hoop hebben. Integendeel, in de vroege christelijke kerk werden de verjaardagen van de martelaars gevierd op hun sterfdatum in plaats van op hun geboortedatum. Want toen ze in Christus stierven, begonnen ze pas voluit te leven.
‘Maar de overige van de doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen waren.’ (vs.5a) Dat is de donkere keerzijde. Wanneer de verachten en veroordeelden in Christus’ nabijheid genade en eer ontvangen, zullen de wrede heersers en hardvochtige rechters verdwijnen in duisternis. Op de jongste dag staan ze bedremmeld in de beklaagdenbank en ontvangen hun verdiende vonnis. Hun schimmig en droevig bestaan kun je geen ‘leven’ noemen. Daarom staat er dat ze niet weer levend werden en geen deel hadden aan de eerste opstanding. Hun wacht ‘de tweede dood’ in eeuwige verlorenheid. Wat een ernstige waarschuwing en aansporing voor ons om onszelf geen rust te gunnen, totdat we in geloof mogen vertrouwen dat we Jezus’ eigendom mogen zijn en Hem als Koning dienen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's