Schoonheid en huiver
Respect voor de schepping (2)
In de belijdenisgeschriften wordt niet erg veel aandacht besteed aan de schepping. Gedurende vele eeuwen was het een min of meer slapend geloofsartikel. Over allerlei zaken werd strijd gevoerd, maar nooit over de schepping.
In de tijd van de Reformatie is veel gestreden over het avondmaal, over de verdienstelijkheid van de goede werken, over de plaats van de overheid, over de ambten – denk aan het primaat van de paus – maar over de schepping waren luthersen, gereformeerden en rooms-katholieken het in grote lijnen met elkaar eens. God is de Schepper en de schepping is goed. Punt. Niemand die daaraan twijfelde.
Provisorisch
Dat is inmiddels veranderd. De schepping ligt onder vuur. In het debat over evolutie is de schepping een strijdpunt geworden. Daarnaast worstelen we met een juiste waardering van de schepping. In hoeverre is de schepping door de zonde aangetast? Is onze schepping vanaf het begin misschien bedoeld als een provisorische schepping, een tijdelijk huis om in te wonen en moeten we de herschepping zien als de echte schepping? Belangrijk is ook de vraag in hoeverre we ons ten aanzien van ethische vragen op de schepping kunnen beroepen.
Dat onze wereld schepping van God is, zegt ons dat de werkelijkheid geen ding is, een soort gebruiksvoorwerp. De schepping is niet slechts een verzameling van atomen, moleculen, cellen en genen. De schepping is veel meer. Zij toont de aanwezigheid van God in onze wereld.
Kennen
Artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis begint met de woorden: ‘Wij kennen Hem – dus God – op tweeërlei wijze.’ Wij kennen God door middel van Zijn schepping. ‘De schepping is als een prachtig boek, waarin alle schepselen als grote en kleine letters zijn, die ons te aanschouwen geven…’ .
Het is opvallend dat artikel 2 begint met het woord kennen en niet met het woord geloven. Ter vergelijking: artikel 1 begint wel met geloven. ‘Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond….’ Artikel 3 over de Bijbel begint met het woord belijden. ‘Wij belijden dat dit Woord van God niet is voortgekomen uit de wil van een mens….’
Daartegenover wordt in artikel 2 een beroep gedaan op onze zintuigen, op onze ogen. Er is namelijk iets te zien. Het staat er nog sterker. Niet slechts dat de schepping ons Gods eeuwige kracht te zien geeft, maar doet aanschouwen. Er gaat een werking uit van de schepping. De schepping straalt iets uit. De schepping is niet passief maar dwingt ons om oog te hebben voor Gods eeuwige kracht en goddelijkheid. Ieder mens wordt met de Schepper geconfronteerd. We kunnen Hem niet ontwijken. Wie desondanks Gods macht en wijsheid in de schepping niet ziet, wíl die niet zien. Het niet willen zien is dus niet een kwestie van onmacht. Het is een kwestie van schuld. Artikel 2 van de NGB belijdt in krachtige woorden Gods openbaring in de schepping.
In de woorden van artikel 2 proef je de overrompelende kracht, wijsheid en grootheid van Gods schepping. Lang niet iedereen ziet dat of ervaart dat; ook christenen zijn ermee verlegen. Sterker, juist gereformeerde christenen hebben er moeite mee om de woorden van artikel 2 te laten staan. Want we zijn toch blind?! We staan met de rug naar God toe. Dus hoe zouden wij Hem in de schepping zien? Het lijkt juist orthodox om aan Gods scheppingsopenbaring niet al te veel waarde te hechten. De scheppingsopenbaring wordt niet ontkend, maar speelt geen vitale rol.
Tent om in te wonen
De vraag is: wat is schepping? De schepping is meer dan de natuur, meer dan het milieu, meer dan het klimaat. De schepping is voor God een middel om zich bekend te maken. Dat is het eerste en voornaamste doel. Dat is zo in de Psalmen en dat is zo in het boek Job en zo spreken ook de profeten. Denk aan Jesaja 40:22. Daar zegt de profeet over de Schepper: ‘Hij is het Die de hemel uitspant als een dunne doek en uitspreidt als een tent om in te wonen.’
De schepping is voor God een tent om in te wonen. Paulus valt beslist niet uit de toon als hij in Romeinen 1 zegt dat God Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid bekendmaakt in de schepping.
De schepping roept een bijzonder gevoel van schoonheid op, maar ook van huiver. Juist dat laatste roept vragen op. Kan de goede schepping wel huiver oproepen? Uit het boek Job (de Leviathan en Behemoth in Job 40), maar ook uit bijvoorbeeld Psalm 104 weten we van de wrede kanten van de natuur. De jonge leeuwen verlangen van God hun voedsel, staat in Psalm 104:21. We mogen dus het gedrag van de leeuw niet zomaar opvatten als ontwrichting van de schepping. Zoals God zorgt voor de vogels (Matt.6), zo zorgt Hij ook voor de leeuwen.
Relatie
In dit verband lijkt Jesaja 11 iets heel anders te zeggen: ‘De wolf zal bij een lam verblijven en een zuigeling zal zich vermaken bij het hol van een adder. Men zal nergens kwaad doen of verderf aanrichten op heel Mijn heilige berg.’ In overeenstemming met Jesaja 11 is het bekende verhaal van Daniël in de leeuwenkuil. Hij is omringd door hongerige leeuwen, terwijl hem geen haar gekrenkt wordt. Ook kunnen we denken aan Jona: de vis doodt hem niet, maar wordt een middel om hem te redden. Een ander voorbeeld is de verzoeking van Christus in de woestijn. Er staat dat de engelen Hem dienen en de wilde dieren bij Hem zijn (Mark.1:13). Zoals de hongerige leeuwen geen bedreiging vormden voor Daniël, zo waren de wilde dieren geen bedreiging voor Christus.
De oorzaak hiervan is niet dat de aard van deze roofdieren ineens veranderd was. Wel is de relatie mensdier in deze voorbeelden veranderd. Door de zondeval is de verhouding mens-dier in het ongerede geraakt, maar hun aard zullen deze dieren niet verloochenen. Het lijkt me dat we ons een te romantisch beeld van de schepping vormen als we ons de roofdieren van voor de zondeval voorstellen als tamme huiskatten. Het gaat steeds weer om de relatie. We kunnen het vergelijken met de verhouding van de mens tot God.
Vertrouwen
De relatie van God en mens is geen fysieke relatie, maar een geestelijke. Op geestelijk vlak is verzoening nodig. Als gevolg van de verzoening ontstaat vertrouwen. In zo’n relatie is geen plaats voor angst. Vanwege de zonde is de mens bang voor God, de Heilige. Als dat verandert, komt er ook een nieuwe omgang met God. Die nieuwe omgang met God heeft zijn weerslag op de hele schepping. Dan ontstaat ook een nieuwe relatie tussen mens en dier.
Als we ons de roofdieren van voor de zondeval als tamme huiskatten voorstellen, dan is ons beeld te romantisch
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's