De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Racisme onderschat

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Racisme onderschat

7 minuten leestijd Arcering uitzetten

De gebeurtenissen buitelen de laatste tijd over elkaar heen. Eerst hield de klimaatdiscussie de gemoederen bezig, daarna werd wekenlang alleen maar gesproken over het coronavirus en nu bepaalt het racisme de discussie. De gruwelijke dood van George Floyd heeft opnieuw laten zien dat de Amerikaanse samenleving aan een chronische ziekte lijdt: racisme.

In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw was ‘apartheid’ het onderwerp van discussie. Ik heb altijd het gevoel gehad dat, wat betreft racisme, Amerika wat in de schaduw bleef, alsof daar niet zoveel aan de hand was. Men keek in ieder geval anders naar Amerika dan naar Zuid-Afrika. Alle aandacht en bewondering ging uit naar Martin Luther King, de voorvechter van gelijke rechten voor blank en zwart. De Afro-Amerikanen werden als de voorhoede van een nieuwe wereld gezien: ‘I have a dream’, waren de beroemde woorden van Martin Luther King. De zwarte Amerikanen vormden de voorhoede van een nieuwe samenleving, een samenleving van gerechtigheid en vrede. In Amerika betekende het christen-zijn heel iets anders dan in Zuid-Afrika. Het christen-zijn van de blanken/witten in Zuid-Afrika stond voor conservatisme, onderdrukking en racisme. Christen-zijn en ‘baas-zijn’ waren bijna identiek. De zwarte Zuid- Afrikaners (ANC) putten hun inspiratie uit seculiere revolutionaire bronnen (marxisme) en gebruikten geweld. Dat deden de Afro-Amerikanen niet, die putten hun kracht uit de Bijbel. Zo leek het dat zelfs onderdrukking en maatschappelijke achterstelling een messiaanse gloed kreeg: de gloed van een strijd waarvan de overwinning zeker was. ‘We shall overcome’ was (en is) een geliefd gospellied dat later het lijflied werd van de mensenrechtenbeweging. Daardoor hebben we, denk ik, het racisme in Amerika onderschat en gedacht dat het in Amerika nog wel meevalt vergeleken met wat in Zuid-Afrika aan de hand was. De werkelijkheid is dat het racisme in Amerika nog steeds als een veenbrand voortwoekert.

Reformatorisch Dagblad

In het Reformatorisch Dagblad doet Winfield Ward Murray uit Atlanta zijn verhaal.

Formeel is racisme in Amerika afgeschaft, maar feitelijk is het er nog overal, zegt Winfield Ward Murray, openbaar aanklager en docent constitutioneel recht in de stad Atlanta. ‘Steeds weer worden oude littekens opengereten.’

Littekens op zijn ziel heeft Murray zeker. Geboren in 1976, maakte hij de harde confrontaties die er in de jaren 50 en 60 tussen blank en zwart waren niet mee. ‘Ik ken alleen de verhalen van mijn vader.’ De bekende strijder voor burgerrechten, ds. Martin Luther King, heeft hij nooit gekend. Die was in 1968 vermoord. ‘Mijn moeder zat in zijn staf.’ Wettelijk lag sinds de Civil Rights Act van 1964 vast dat blank en zwart dezelfde rechten hadden. ‘En toch heb ik vanaf mijn vroege jeugd herinneringen aan discriminatie.’

Diep staat in zijn geheugen gegrift dat zijn vader, een welgesteld man en vanwege zijn kunde een gerespecteerd chirurg, een huis kocht in een buitenwijk van Atlanta. Via een makelaar was de koop geregeld. Toen Winfields ouders op het kantoor van de projectontwikkelaar kwamen om de koopovereenkomst te tekenen, probeerde die plotseling van de mondelinge overeenkomst af te komen. ‘Hij zag ineens dat mijn ouders zwart waren. Mijn vader liet zich niet van de wijs brengen. De koop ging door. Later hoorden we dat de bouwer bij de andere kopers van percelen, allemaal blanken, zijn excuses is gaan maken. En toen we een paar maanden later bij de bouw van ons nieuwe huis gingen kijken, stonden bijna alle percelen opnieuw te koop. De blanken moeten ons niet, zei mijn vader. De wijk wordt nu al jaren uitsluitend door Afro-Amerikanen bewoond.’ (…)

Inmiddels is Murray een gerespecteerd jurist, openbaar aanklager en docent aan het gerenommeerde Morehouse College. Financieel gezien hoeft hij zich geen zorgen te maken. ‘En toch ben ik niet gelukkig. Ik maak me zorgen: over de toekomst van ons land, onze stad, en van mijn kinderen. Wanneer verdwijnt de afkeer bij de witte Amerikaan jegens de zwarte?’ Dat die momenteel nog niet voorbij is, ervoer hij nog enkele maanden geleden. Samen met enkele zakelijke relaties dineerde hij ’s avonds in een restaurant in Buckhead, de chique wijk in het noordelijk deel van Atlanta. Murray maakte op zeker moment gebruik van het toilet. Nauwelijks had hij de deur op slot gedaan of iemand bonsde op de deur en riep: Schiet op – weet je niet dat dit een restaurant is waar alleen blanken welkom zijn?’

Murray aarzelde om de deur open te doen. ‘Ik was bang dat een opgewonden, ruig type me stond op te wachten. Tot mijn verbazing stond daar een jongvolwassen man, keurig in het pak. Zonder iets te zeggen stapte hij de toiletruimte binnen.’ Toen Murray dit aan de restauranteigenaar vertelde, beloofde die de man aan te spreken en hem te gelasten te vertrekken. Even later kwam de baas met de betrokken bezoeker op Murray af. Hij zou volgens de restauranteigenaar excuses willen maken. Toen die bij de tafel stond, zei deze echter: ‘Bekijk het maar, tegenover een nikker maak ik nooit excuses.’ Daar bleef het bij. ‘Racisme ziet diep in de genen van veel witte Amerikanen. Dat verdwijnt niet.’

Nederlands Dagblad

Dit is een pijnlijk verhaal. Maar het kan nog pijnlijker. Want ook mensen die gediscrimineerd worden kunnen op hun beurt ook weer discrimineren. Dat maakt racisme tot een probleem waarvoor eigenlijk geen oplossing bestaat. Godian Ejiogu is een Nederlands theoloog afkomstig uit Nigeria. Hij vindt het tijd om aandacht te besteden aan antisemitische opvattingen onder migrantenchristenen. Over Afrika zegt hij in het Nederlands Dagblad het volgende.

Opvallend is dat het antisemitisme in Afrika toeneemt naarmate het christelijke geloof daar groeit. De theologie die gebruikt werd om Afrika te kerstenen, bevatte antisemitische leer. Bijvoorbeeld de opvatting dat Joden schuldig zijn aan het niet erkennen van Jezus als de Messias en verantwoordelijk zijn voor zijn dood. Antisemitische opvattingen leven in allerlei groepen in de samenleving, niet alleen onder (migranten) christenen. We moeten echter wel waar mogelijk onze verantwoordelijkheid nemen en naar onszelf kijken. Binnen sommige christelijke migrantengemeenschappen in Nederland is hervorming nodig van de theologische leer over Joden. Op dit gebied is nog heel wat te winnen. (…)

Als migrantenchristenen voor de bestrijding van racisme zijn, moeten ze ook bereid zijn hun eigen vooroordelen over andere bevolkingsgroepen te onderzoeken. Het bestrijden van racisme en antisemitisme staat niet los van elkaar. Er is veel meer ontmoeting en dialoog nodig, om elkaar als mensen echt te leren kennen. Het streng bewaken van Joodse instanties in Nederland mogen we niet normaal vinden. Ik zie de bewaking bij het kinderdagverblijf, de basisschool en de middelbare school. Hoe voelen deze kinderen zich, als zij dagelijks zien dat ze blijkbaar niet veilig zijn in deze samenleving? Nederland zou een vrij land voor iedereen moeten zijn. Ook voor deze onschuldige kinderen.

Als ik al die bewaking in ons tolerante Amsterdam zie, de hoofdstad van vrij Nederland, word ik me bewust van de antisemitische elementen die ik leerde vanuit de christelijke leer in mijn land van herkomst. Als leerling op de middelbare school werd ik penningmeester van de jeugdafdeling van een door lekentheologen opgerichte politieke partij. Ik nam onmiddellijk weer afscheid nadat ik had ontdekt dat de oprichter en partijleider antisemitisch gedachtegoed verkondigde en Hitler verheerlijkte. (…)

Christenen zijn volgelingen van Jezus Christus, een Joodse man, die als Jood is geboren, getogen en overleden. Hij heeft zich nooit bekeerd tot een ander geloof of volk. Als christenen zijn we vervreemd van wie we zijn in Jezus Christus. Hij leerde ons onze naaste lief te hebben als onszelf. Hij leerde ons dat wij familie van elkaar zijn en dat we één Vader in de hemel hebben. Hij leerde ons dat we vreemdelingen hier op aarde zijn, omdat onze uiteindelijke thuishaven in de hemel is. (…)

Als elke christelijke gemeenschap erkent dat we vervreemd zijn van die Joodse man die liefde en broederschap verkondigde en naleefde, zullen we mentaal en fysiek verbonden worden met onze wortels. Dan zullen de Joodse kinderen in Nederland in vrijheid naar school kunnen, en zullen we in Nederland waarlijk kunnen zeggen: antisemitisme, nooit meer.

Dr. A.A.A. Prosman uit Amersfoort is emeritus predikant.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Racisme onderschat

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's