De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

In Contact van de wijkgemeente Hillegonda te Rotterdam schreef ouderenpastor ds. A. van Vuuren over ‘De Cornuiten’:

Oudere mensen hebben de neiging om terug te blikken. Ik betrap mezelf er ook steeds meer op, al behoor ik nog tot de jongere-senioren. Iemand van u tikt me al op de vingers. Een christen leeft toch niet in zijn achteruit? Wees gerust, dankzij Gods genade blik ik vaak vooruit. Dan neuriet het in me: “Blij vooruitzicht dat mij streelt.” Toch terugkijken mag. Niet uit nostalgie. Zo van: vroeger was alles beter. Maar in dankbare verwondering voor wat God schonk in ’t verleden.

Werkend onder de ouderen in Rotterdam kom ik mensen tegen die ds. Cor Korevaar en ds. Nuit Kleermaker goed gekend hebben. Vanwege hun voornamen werden zij met hun aanhangers de Cornuiten genoemd. Kornuiten, geestelijke kameraden, dat waren ze. Als kind kerkte ik vaak ’s avonds met een van mijn ouders bij de Cornuiten. Dat had te maken met de samenstelling van ons gezin en mijn Rotterdamse moeder. Dan keek ik mijn ogen uit, zittend in een nis in de bomvolle majestueuze Koninginnekerk. Of werd ik zittend in de Laurenskerk even afgeleid door de trein die ik via de ramen achter de preekstoel voorbij zag en hoorde denderen. In de sport wordt in Coronatijd vaak teruggeblikt op de Klassiekers. Welnu, klassiekers, dat waren de Cornuiten zeker. Ze waren de klassieke theologie toegedaan. Ze dachten en preekten in de lijn van Vroege kerk en Reformatie. Ze deden dat in een aansprekende, altijd betrokken vorm.

In het Rotterdamse kleurenpalet van predikanten bekenden zij ook kleur. Maar ze dachten hoogkerkelijk. Het gaat niet om de groep, maar om de kerk, de gemeente van Christus. Zo werden alle ambtsdragers uit alle wijken ondanks modaliteitsverschillen in een en dezelfde dienst bevestigd.

Ze hadden wat te zeggen, deze Cornuiten.

Woordgetrouw als ze waren. Het heeft me in mijn jonge jaren vaak diep geraakt en geroerd.

Naar aanleiding van het stukje over het beeld van Erasmus (in De Waarheidsvriend van 2 juli) stuurde een lezer nog een toevoeging:

In 1996 is het beeld van Erasmus door vandalen, niet met een expliciete politieke doelstelling, omver gehaald. Overigens vinden veel Gouwenaars dat hij in Gouda zou moeten staan. Haastrecht, waar hij woonde in het Klooster, claimt hem niet. Hij was nogal negatief over de vele muggen in de moerassen van Haastrecht waar hij ziek van zou worden. Dit argument is in 2012 nog gebruikt door een actiegroep aan de Steinsedijk om de aanleg van Natura 2000 waterbekkens nabij Hekendorp tegen te houden. Dat is op beperkte schaal toch doorgegaan. Er zijn niet veel meer muggen gekomen. •••

Terecht kreeg ik de vraag van een lezer om ook het slot van de meditatie van dr. M. Verduin in Ecclesia over ‘droogte’ op te nemen, omdat alleen het eerste deel (in De Waarheidsvriend van 9 juli) eenzijdig zou kunnen overkomen:

De Geest leert ons ‘dorsten naar God’ (Psalm 42 en 63). In dat ‘dorsten’ is Christus ons voorgegaan: ‘Ik heb dorst!’ (Joh. 19:28). Zijn dorsten geldt zijn gehele lichaam: de Kerk. In Christus, door de Pinkstergeest, zullen wij, al dorstend naar God, een Gemeente zijn die zich onderscheidt van de massa, geen haar beter dan die massa. De Gemeente doet voorbede voor het hele volk en oefent zich, Jezus volgend, in ‘loslaten’, zoeken van de dingen die Boven zijn, waar Christus is (Kol. 3). De Heiland zegt niet: ‘Zet je beste beentje voor. Samen komen wij er wel uit’. Wat Hij wel zegt, is dit: Alles waar het op aan komt, is reeds volbracht! Alles wat van Mij is, is voor u. ‘Ik – uw Advocaat – reken u toe al mijn verdienste en alle heilige werken, die Ik voor u en in uw plaats heb gedaan’ (NGB.22). Zalig de mens die – het volk dat – dit gelooft en zich bekeert, met Jeremia meebidt: ‘Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, Here, doe het omwille van Uw Naam’ (vs.7; verg. vs.21 en 22).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's