De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een vader had twee zonen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een vader had twee zonen

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

Hagar baarde een zoon bij Abram. Sara werd zwanger en baarde Abraham een zoon. Genesis 16:15a en Genesis 21:2a

De oorlog tussen Israël en Hamas is nog steeds in volle gang. Dan denk je: Hoe kan dat toch? Twee broedervolken die zo met elkaar in de clinch liggen?

De Engel van de Heere heeft tegen de vluchtende Hagar gezegd dat ze terug moet keren naar haar meesteres Sarai en dat ze een zoon zal krijgen, die ze de naam Ismaël moet geven (Gen.16:9-11). Vervolgens lezen we dat Hagar teruggaat en een zoon baart bij Abram. Reken maar dat Abram geloofde dat dit de vervulling van Gods belofte was. Wat zal hij veel van deze jongen hebben gehouden en wat zal hij hoge verwachtingen van hem hebben gehad. Wat zal hij hem ook veel hebben geleerd.

Toch was dit niet de vervulling van Gods belofte. Dertien jaar na de geboorte van Ismaël komt de Heere op Zijn belofte terug. Hij belooft opnieuw dat Abram, die dan intussen Abraham heet, een zoon zal krijgen bij Sara. Abraham is dan al negentig jaar oud. Geen wonder dat hij God vraagt of Ismaël voor Gods aangezicht mag leven. Maar nee, dat is niet Gods bedoeling. De Heere belooft wel dat Hij ook Ismaël tot een groot volk zal maken.

Izak en Ismaël

En dan ziet de Heere naar Sara om. Ze wordt zwanger en ze baart Abraham een zoon in zijn ouderdom. Vanaf dat moment klinkt in dat gezin alleen maar de naam Izak en verdwijnt de naam Ismaël meer en meer naar de achtergrond. Zijn naam wordt in Genesis 21 vanaf vers 9 bewust verzwegen. Hij wordt daar ‘de zoon van de slavin’, ‘de jongen’ en ‘het kind’ en dergelijke genoemd, alsof zijn naam en de drager ervan er niet meer toe doen.

Dan gebeurt er iets bijzonders. Als Izak rond zijn derde levensjaar van de borst af mag, wordt er een grote feestmaaltijd voor hem gehouden. Als iedereen volop geniet van de feestmaaltijd, ziet Sara ineens het spottende gezicht van Ismaël, precies zoals het gezicht van de spottende Hagar destijds.

Er zijn veel lelijke dingen over Ismaëls spottende gezicht gezegd, maar zijn ongenoegen was wel heel menselijk. Ismaël was een puber van een jaar of veertien. En dan krijgt Izak zo’n groot feest voor zoiets onbenulligs. Voor hem hebben ze iets dergelijks nooit georganiseerd.

Het spottende gezicht maakt Sara echter ziedend. Ineens flitst het door haar heen dat Ismaël mogelijk in dezelfde belofte deelt als háár zoon. Dat nooit. Ze gebiedt Abraham de slavin en haar zoon weg te sturen. Terecht vindt Abraham, als vader van Ismaël, haar woorden volstrekt kwalijk. Zoiets doe je niet. We zien hier parallellen met de gelijkenis van de verloren zoon. Ook voor de jongste zoon wordt een grote maaltijd aangericht en de oudste zoon voelt zich achtergesteld en gooit roet in het eten.

Apart gezet volk

En wat doet God, Die ‘het recht der armen en verdrukten gelden doet’? Hij geeft Abraham te kennen dat hij naar zijn vrouw moet luisteren, ‘want alleen het nageslacht van Izak zal uw nageslacht genoemd worden.’ De Heere heeft voor Zichzelf een volk afgezonderd uit het nageslacht van Izak, om een geheiligd, apart gezet volk te zijn, het volk van Zijn verbond. Paulus gaat hier in Galaten 4 op in en zegt dat de zoon van Hagar, die naar het vlees en niet naar de belofte was geboren, niet zou erven met de zoon van de vrije.

Brood en water

In Genesis 21 zien we dat Abraham zich haast om Gods opdracht uit te voeren. Hij staat de volgende morgen vroeg op, maakt brood klaar en vult een zak met water. Dan geeft hij haar ook ‘het kind’, intussen een stoere tiener, en stuurt hij hen weg met alleen maar een brood en een zak water.

Waarom zadelt Abraham als rijke herdersvorst niet een paar ezels op en geeft hij hun niet alles mee wat ze onderweg nodig hebben? Calvijn geeft hierbij een mooie uitleg. Hij zegt dat Abraham hun alleen meegaf wat ze nodig hadden, in de hoop dat ze heel dichtbij zouden blijven en iedere keer zouden terugkomen om een nieuwe voorraad te halen.

Kort daarna zien we Hagar voor de tweede keer ronddolen in de woestijn, zonder uitzicht en zonder water, maar wel met een rijke belofte op zak.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Een vader had twee zonen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's