De prediking onder druk
in een tijd van secularisatie heeft iets van tegen de wind in praten. Je hebt niet ‘Preken alleen te kampen met godvergetelheid, maar ook met bijbelvergetelheid, de ontlezing van de Bijbel’, zeggen twee theologen in een uitvoerig interview in het Nederlands Dagblad (14 juni 2025). De twee theologen zijn Willem-Maarten Dekker, predikant van de hervormde gemeente Waddinxveen, en Ciska Stark, docent liturgie en homiletiek (preekkunde) aan de Protestantse Theologische Universiteit.
Een paar fragmenten uit dit interview. Volgens Dekker verkeert de prediking in een crisis. Ze staat onder druk. Niet alleen van de samenleving en de cultuur, maar ook van de kerk zelf.
Van gemeenteleden? Of van de kerkleiding?
'Beiden, maar zeker ook van theologen en de leiding van de kerk. Ik wil het niet over personen hebben, maar over een ontwikkeling. Neem bijvoorbeeld de ritualisering, waardoor de aandacht in de kerkdienst wordt verlegd van het Woord naar rituelen.Theologen en onderzoekers zijn daarin vooropgegaan, is mijn indruk. Mensen kunnen vandaag niet langer dan een kwartier luisteren, zegt een criticaster van de preek. Een volgende zegt: tien minuten, een ander: zeven.
Maar ik denk dat we met het aansteken van een kaars of zelfs met het wekelijks vieren van het avondmaal de malaise niet gaan keren. Misschien zijn we druk met rituelen omdat we dan niet bezig hoeven te zijn met onze eigenlijke opdracht? Die opdracht is: het omzetten van het geschreven Woord van God in het gesproken Woord van God. Ik denk dat we de waarde van de verkondiging opnieuw moeten ontdekken.’
Stark: ‘Je theologiseert en redeneert sterk vanuit de openbaring van het Woord. Maar ik zou die anders formuleren: het gaat erom de aanspraak in het ons overgeleverde Woord opnieuw te ontvouwen, in gesprek met de hoorders van vandaag. Het Woord is niet tijdloos; tijd en actualiteit doen ertoe. Je stellingen hadden ook honderd jaar geleden geschreven kunnen zijn.
Je schreef eens in een artikel dat een predikant zich niet zo moet afstemmen op de hoorders, maar hen eigenlijk moet negeren. Doe je daarmee een ander aspect van de Reformatie niet tekort, namelijk: de vrijheid en de werking van de Geest in de bemiddeling van het heil? Er moet iets gebeuren, zeker. Maar dat kan op zoveel manieren.’
Dekker: ‘Ik bedoel niet dat de mens geen onderwerp van de preek is. In een goede preek wordt ook de mens uitgelegd. In de prediking ga ik uit van een grondstructuur van mens-zijn: ellende, verlossing en dankbaarheid. In die zin hoef je je niet op de mens van 2025 te richten, want in de hedendaagse mens komt iets aan het licht wat van alle tijden is. De mens staat niet op zichzelf. Zijn ellende is ellende tegenover God, zijn verlossing is de verlossing door Christus, zijn dankbaarheid is gewekt door de Geest.’ (…)
Is er wat u betreft sprake van een crisis?
Stark: ‘Ja, maar die ligt op een dieper niveau: de crisis van de godverlatenheid, het apatheïsme (desinteresse, onverschilligheid, red.) en het atheïsme. Mensen zoeken hun heil niet meer in een preek, überhaupt niet bij God.’
Laten we nog even een stap terugdoen: wat ís preken?
Dekker: ‘Ik zou voor de vuist weg zeggen: het evoceren, wakker roepen van een godsbesef, op basis van uitleg en toepassing van de Schrift.’
Stark: ‘Ik zou zeggen: een preek is méér dan uitleg en toepassing. Er is ook verkondiging, getuigenis, vermaan...’
Dekker: ‘Hier stuiten we op een complex probleem, want zowel in de kerk als in onze cultuur en samenleving is sprake van een godvergetelheid die je inderdaad apatheïsme kunt noemen: mensen leven niet werkelijk met God. De preek probeert daarin in te grijpen, door te stellen dat God leeft en handelt. Dat gebeurt via de uitleg van de Bijbel. Maar daar wringt de schoen. Want in de kerk heb je ook nog te maken met bijbelvergetelheid: de ontlezing van de Bijbel.
Een van mijn stellingen is dat de preek uitleg en toepassing is van een specifiek Bijbelgedeelte, niet van de Bijbel als geheel, een Bijbels kernwoord, een Bijbels personage of een Bijbelse gedachte. De hedendaagse trend om thematisch te preken is wat mij betreft funest. Dan krijg je bijvoorbeeld een Bijbelstudie over het leven van de profeet Elia. Of je krijgt algemene politieke opmerkingen over asiel en vluchtelingen, die misschien heel wijs zijn, maar die elke zondag en overal gemaakt kunnen worden. Zo raak je het ambachtelijke van de prediking kwijt, want een preek is uitleg van een specifieke Bijbeltekst en zegt wat vandaag verkondigd moet worden. Maar daarvoor is kennis van de Bijbel nodig en die moet onderhouden worden.’
Daarmee zijn we bij de crisis van de catechisatie en de teloorgang van de leerdienst.
Dekker: ‘Inderdaad, maar vooral bij de ontlezing van de Bijbel. Ik heb het gevoel dat ik daar dagelijks tegen strijd. In veel gemeenten leg je de lat al heel snel te hoog.
Onlangs heb ik gepreekt over Matteüs 23, de uitvoerige rede van Jezus tegen de farizeeën. Zevenmaal klinkt daarin het ‘wee u’. Het is een belangrijke toespraak van Jezus, om Hem en het Matteüs-evangelie te begrijpen. Maar uit alle preekregisters die ik erop nasloeg, bleek me dat er sinds de Tweede Wereldoorlog nauwelijks over gepreekt is. Vermoedelijk is dat ook omdat de tekst in de geschiedenis nogal eens antisemitisch is uitgelegd. Maar ik ben van mening dat ieder Bijbelgedeelte in aanmerking komt voor een preek, want alleen zo houden we de relatie met de God van de Bijbel echt in stand.’
Beaamt u dat?
Stark: ‘Ja en nee. Ik zie orthodox-gereformeerde studenten soms worstelen met de gedachte van de preek als heilsmiddel. Alsof het eeuwig wel en wee van kerkgangers afhankelijk is van hún preek. Sommigen gaan gebukt onder die druk. Als ze een Bijbelgedeelte uitleggen, hebben ze het gevoel dat ze niet doen wat ze zouden moeten doen: de kerkgangers tot Christus brengen.
Ik neem die spanning en hun roeping tot verkondiging serieus, maar zeg hen ook dat ze dienen als zij eenvoudigweg de gemeenteleden helpen om de Bijbel een beetje beter te leren lezen. Je kunt niet wekelijks de totale menselijke existentie aanspreken. Dus het belang van de catechetische functie van prediking – die er sinds de Reformatie is geweest – onderschrijf ik. Jij definieert preken kortweg als het evoceren (oproepen) van een godsbesef; dat is mooi. Maar dan wijs ik meteen op de liturgie, want dat gebeurt bij uitstek daar: in de liederen, de lofprijzing, de gebeden. De protestantse prediking loopt altijd het gevaar geseculariseerd te worden, zei de theoloog Tillich al, omdat ze gemakkelijk geïsoleerd raakt van de liturgie.’
Over de vraag hoe er gepreekt moet worden, is veel gezegd en geschreven. Ter afsluiting twee benaderingen, die we ook in het interview terugvinden. De ene benadering begint bij de mens, de andere bij God. De eerste omschrijving is van de Duitse praktisch theoloog Friedrich Niebergall (1866-1932) uit 1904 (zie F.G. Immink, Over God gesproken, 92-93). ‘Preken’, zo zegt Niebergall, ‘is een activiteit van een daartoe geroepen religieuze persoonlijkheid, die vanuit zijn verstaan van het evangelie een godsdienstige gemeenschap helpt om op hun vragen en noden een antwoord of hulp te bieden’.
Een tegengestelde benadering vinden we bij de Zwitserse theoloog Eduard Thurneysen (1888-1974). Hij schrijft in 1921 over preken (verkort weergegeven): 1. Geen welsprekendheid. 2. Niet ingaan op de zogenaamde behoefte van de hoorders. 3. De prediking wil de mens niet geruststellen en stichten, maar juist afbreken in de zin van ontleden. We moeten de mens in Frage stellen (aan zichzelf laten twijfelen) en dat doen we door te getuigen van de komende, binnenbrekende, gans andere, nieuwe wereld van God.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's