Gelijk het gejaagde hert schreeuwt naar de waterstroomen, zoo dorsten de zielen van Gods kinderen naar den Levenden God. Hun klacht is het steeds : „Wanneer zal ik naderen voor Uwe oogen, in Uw Huis, Uw naam verhoogen ? " In die klacht ligt dus ook nog een begeerte opgesloten en dat kan ook niet ...