IJdelheid der ijdelheden. Ja 't is alles ijdelheid Wat daar wriemelt hier beneden En vooral in onzen tijd. 't Eene wee, haast weggenomen, Kondigt 't ander wee weer aan; En Gods straf voor 's menschen zonden Breekt zich telkens ruimer baan.Wel deed God den vijand blijven Buiten 't dierbaar ...