I. Leer mij verstaan, dat 't alles is volbracht, waar — diep in mij — 'k gestadig nog bespeur een streven, om door eigen-werk en kracht mij zelve weer te ontsluiten de hemeldeur. o Doolziek hart, dat eigen, werk bemint, — hoe ook bevlekt en immer onvolmaakt — en Chri ...