Ik verheug me nochtans
Die Habakuk toch. Wat een wonderlijke man is dat. Hij bidt en hij juicht in één hoofdstuk. Hij bidt in grote nood. Hij juicht van grote vreugde. U weet al hoe dat komt. Zijn gebed is natuurlijk inmiddels verhoord. De omstandigheden zijn zeker gewijzigd. God heeft Zijn rede ingetrokken. Dacht u da ...