De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rome 5

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rome 5

7 minuten leestijd

De catacomben

Naar de buitenkant van Rome voert een trip naar de catacomben van St. Sebastiaan. Er zijn ook andere, die van Calixtus en van Domitilla, ook zijn er joodse catacomben ontdekt, maar die van St. Sebastiaan zijn toch wel de meest bezochte. Op weg daarheen — gewoon met een bijna lege stadsbus vanaf het Colosseum — gingen wij op een regenachtige morgen naar de Via Appia, de eeuwenoude weg naar het zuiden; op weg daarheen zien we de boog van Drusus en de Porta Appia en wij dalen af in de niet diep gelegen catacomben, oud-christelijke begraafplaatsen. Terwijl de Romeinen in de zeer oude tijd hun doden verbrandden — eerst in de tweede eeuw (Hadrianus) werd het begraven algemeen zede — is bij de christenen altijd vastgehouden aan de traditie van begrafenis en bijzetting der doden. In de onderaardse gangen waarvan de totale lengte voor alle gevonden catacomben op meer dan duizend kilometer geschat wordt zijn nissen uitgehakt, soms enige boven elkaar en daarin werden de doden begraven. Met een steen of een marmeren plaat waarop een eenvoudig opschrift werd het graf gesloten. Dat deze catacomben niet alleen op de moderne toerist indruk maken, blijkt wel uit wat wij van Hieronymus horen ergens in zijn verklaring van het boek Ezechiël (die hij schreef in de jaren 410—414): Als ik in mijn jeugd te Rome studeerde placht ik des zondags met gelijkgezinde leeftijdgenoten de graven van de apostelen en de martelaren te bezoeken. Dikwijls daalden wij in de onderaardse groeven af, waar men tussen de doden wandelt, die aan beide kanten langs de muren begraven liggen. Het is daar zo donker, dat men gelooft dat het woord van de profeet in vervulling is gegaan: Laat zij levend neerdalen in het dodenrijk. Af en toe dringt van boven een lichtstraal, die de schrik van de duisternis tempert, maar het is minder een venster dan wel een door het invallende licht geboorde opening. Dan ging men terug, stap voor stap, gehuld in zulk een dichte nacht, dat men onwillekeurig denkt aan een vers van Vergilius: Overal verlamt u de schrik, zelfs het zwijgen (vertaling van Steinmann, Hieronymus).

De catacomben getuigen tot vandaag van de grote worstelingen der Kerk om het geloof te bewaren tot het einde toe. Deze graven spreken van de piëteitvolle zorg, die christenen aan hun doden hebben besteed. Het is ook wel te begrijpen, dat de Kerken eigenaressen van de catacomben zijn geworden. Op de muren zijn talloze symbolen aangebracht: een vis (het Griekse woord ichthus, een woord, dat gevormd kan worden uit de eerste letters van Jezus Christus, Zoon van God, Zaligmaker), het anker (der hoop), duif met de olijftak, het schip (van de Kerk) met de vuurtoren in het zicht. Vele afbeeldingen en muurschilderingen, op de wanden herinneren aan bijbelse verhalen: Jona, Noach. Naar deze catacomben zou men in de tijd van de vervolging der christenen onder Valerianus (258) het gebeente van Petrus en Paulus hebben overgebracht. Vele christenen deden alle moeite om hun doden vlakbij de martelaren te begraven; dat bijgeloof leidde tot vroom bedrog, waardoor telkens weer reliquiën van martelaren werden 'ontdekt'. In de catacomben ziet men ook, hoe de doden werden aangeroepen. Duidelijk ziet men inkrassingen (grafiti) op de wanden o.a.: Paulus en Petrus, bidt voor Victor. Tertulianus vermeldt van de gewoonte om op de sterfdag een offer te brengen en voor de doden te bidden. Volgens de overlevering zou eerst later het gebeente van Petrus overgebracht zijn naar het Vaticaan en dat van Paulus begraven zijn aan de weg van Ostia (deze ligt westelijk van de Via Appia).

Boven deze catacomben is in de vierde eeuw een grote basiliek gebouwd, de basiliek der apostelen (Petrus en Paulus). Zoals alle basilieken uit de oude tijd heeft ook deze in de loop der eeuwen vele veranderingen ondergaan. Sinds de 9e eeuw (? ) spreekt men van de St.-Sebastiaanbasiliek. Sebastiaan was volgens de traditie — maar wat geschiedenis is, en wat vrome fantasie is hier al evenmin nauwkeurig vast te stellen als in andere heiligenlegenden — een hoge officier van de keizerlijke lijfwacht, die onder Diocletianus de marteldood zou hebben ondergaan. De stoffelijke resten van deze martelaar zouden hier in de machtige en schone kerk worden bewaard.

Petrus en Rome

Maar wat moeten wij nu denken van deze overleveringen, in het bijzonder als het gaat over Petrus? Cullmann meent, dat de translatie van het gebeente van Petrus naar de catacomben niet meer is dan een hypothese en dat de opgravingen in deze catacomben niet meer zouden bewijzen dan dat deze kerkhoven in oude tijden reeds een plaats van verering van de apostelen zijn geweest. In het algemeen wijst hij erop, dat het graf van Paulus, en dat geldt ook van het graf van Petrus, in de St. Pieter niet geïdentificeerd kan worden. Wel zou Petrus als martelaar onder Nero zijn gekruisigd en de opgravingen spreken ten gunste van de stelling, dat de executie moet hebben plaatsgehad in wat nu het Vaticaanse gebied is. Van protestantse zijde kan niet ontkend worden, dat Rome effectief in de christelijke kerk een leidende rol heeft gespeeld, maar — zegt Cullmann — uit de historische rol, die een kerk in de naapostolische tijd heeft gespeeld mag geen Goddelijk recht voor alle tijden worden afgeleid, indien iedere samenhang met de apostolische tijd ontbreekt. En noch vanuit Antiochië noch vanuit Rome, maar alleen in Jerusalem heeft Petrus voor een korte tijd de toenmalige kerk in haar geheel geregeerd (zie O. Cullmann, Petrus, S. 264f).

Luther kon zeer scherp en fel zijn. Over deze vragen zegt hij ergens: Maar dat kan ik vrolijk zeggen, omdat ik het te Rome gezien en gehoord heb, dat men in Rome niet weet, waar de lichamen van St. Petrus en St. Paulus liggen en of zij daar liggen. En dan voegt hij erbij: De apostelen St. Petrus en St. Paulus mogen in Rome liggen of niet, het doet er niets toe. Inderdaad, zo is 't: Wat doet het ertoe, waar zij begraven zijn. Op de lagere school werd ons voorgehouden, dat het maar goed was, dat niemand het graf van Mozes geweten heeft, omdat dat maar geleid zou hebben tot afgoderij met het gebeente van de man Gods. Met eerbied mogen wij martelaren en heiligen van de oude en de nieuwe tijd gedenken en daarbij gaat het om de vermaning van de apostel: Volgt hun geloof na! En het tweede is de vermaning die in het woord des Heeren is besloten over het bouwen van de graven der profeten en het versieren van de graftekenen der rechtvaardigen (Matth. 23 : 29v.).

Nawoord

In de moderne tijd staat men tegenover Rome wel heel anders dan in het verleden; in de heidense oudheid was dit gebied het middelpunt der aarde. Wie Rome niet had gezien, die had niets gezien. La­ter trokken duizenden pelgrims naar de 'heilige stad'. Daar doen wij niet meer aan mee, al blijft Rome Rome, een bijzondere stad voor ieder, die geboeid wordt door de kunstschatten der oudheid. De stad biedt, wat nergens elders in oude wereldsteden gevonden wordt. — Wat hebben de discipelen met grote eerbied naar de schitterende gebouwen van de tempel in Jerusalem gekeken. Maar niet één steen is op de andere gebleven naar het woord van de allerhoogste Profeet. Zou dat woord niet ook gelden van andere bouwsels, hoe schoon en hoe mooi ook? De gedaante van de wereld gaat voorbij, het uiterlijk verandert. Bengel wijst erop, dat er niet staat zal vergaan, zal voorbijgaan, maar vergaat, dus heden, op elk moment weer knaagt de tand des tijds. Abraham verwachtte de stad, die fundamenten heeft, waarvan God Opperste Architect en Stichter is.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Rome 5

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's