China ging weer dicht
Jarenlang was Garrie van Pinxteren correspondent voor NRC in China. Onlangs (29 december) schreef ze een terugblik op de veertig jaar dat zij in China woont en hoe in die veertig jaar China geleidelijker opener werd – en toen weer dichtging. ‘In het China waar ik nu woon is de politiek hard, cynisch, en zijn de mensen onvrij.’ Haar verhaal gaat niet over de kerk, maar wie dit leest, weet genoeg.
NRC
Als ik in 1982 aankom, ligt de Culturele Revolutie (1966-1976) bij Chinezen nog vers in het geheugen. Mao Zedong begon die politieke campagne omdat hij voelde dat hij macht begon te verliezen. Volgens Mao was het van belang om de resten van de traditionele Chinese cultuur en van het confucianisme met wortel en tak uit te roeien, zodat de waarlijk nieuwe mens kon ontstaan in China.
Het leidde ertoe dat verschillende facties elkaar gingen bevechten om te bewijzen dat hún factie het zuiverst in de leer van Mao was, waarbij burgers elkaar zelfs de dood injoegen. Het was een chaotisch decennium vol vervolgingen, verbanningen naar het platteland, executies en moordpartijen.
Wat mensen elkaar toen hebben aangedaan, is daarna nooit echt openlijk besproken of verwerkt. China kent geen waarheidscommissies. Dat kan ook niet, want dan zou je moeten praten over de fouten die de Communistische Partij van China (CPC) maakt. Daardoor blijven alle conflicten uit het verleden smeulen onder het heden. Onopgelost. Als een niet goed genezen wond die altijd weer kan openbarsten. (...) President Xi Jinping, die in 2013 aan de macht kwam, gelooft dat China alles het beste op eigen kracht kan doen. Hij gebruikt het buitenland waar dat kan, maar vertrouwt de buitenwereld voor geen meter. En zijn eigen burgers ook niet. Hij controleert alles en iedereen voortdurend, geholpen door een steeds verfijndere technologie.
Het doet mij denken aan het China van de jaren tachtig, waar persoonlijke en politieke vrijheid niet bestond. Als je van school of van de universiteit kwam, kon je niet zelf kiezen waar je wilde werken. De staat stelde je aan bij een bedrijf of instelling, daar moest je in principe de rest van je leven blijven werken. Je uitspreken over de politiek was gevaarlijk, de omgang met buitenlanders kon je ook in gevaar brengen.
Dat veranderde stapje voor stapje. In 2008, het jaar dat de Olympische Spelen naar China kwamen, bepaalden mensen zelf waar ze wilden solliciteren. Rijkere Chinezen reisden vrij binnen en buiten China. Voor binnenlandse reizen was geen vergunning meer nodig en het krijgen van een paspoort was geen zeldzaam voorrecht meer. Ook schelden op de CPC mocht eigenlijk best, als je dat maar niet al te openbaar deed en geen organisatie oprichtte die tegen de partij in opstand zou kunnen komen. (...) In 2001 werd ik correspondent voor NRC. Dat smaakte zoet: opeens mocht ik overal naartoe. Als fly on the wall kon ik op veel plekken meeluisteren. Officieel mocht er weinig, maar in de praktijk kon er heel veel. Als je verhalen niet al te politiek gevoelig waren, liet de overheid je gewoon je gang gaan. Soms was er zelfs een burgemeester die spontaan instemde met een interview als je aan zijn deur klopte. Ik vroeg mijn vriend Xie om mijn assistent te worden. Omdat hij heel veel wist en alle kranten las, maar vooral omdat ik wist dat hij absoluut betrouwbaar was en me nooit zou verraden aan de autoriteiten.
De nieuwsgierigheid was van beide kanten groot. De redactie van NRC zei: vertel ons iets over China, maakt niet zo veel uit wat, want we weten er heel weinig van. Op het platteland, waar ik veel naartoe ging, wilden de mensen vooral weten wie ik was, en hoe het er in Nederland aan toe ging. Hoeveel verdiende ik? En woonde ik soms op de ambassade? Ze dachten dat ik als journalist in dienst van de staat was, want dat waren de meeste Chinese journalisten ook. Ik was een vreemde, maar geen vijand.
Dat werd anders rond de Olympische Spelen. Die periode staat bekend als eentje van grote Chinese openheid, maar ik merkte juist toen een verstrakking. China was als de dood voor negatieve publiciteit rond dit mega-evenement. Steeds vaker werden mensen geïntimideerd om niet met buitenlandse journalisten te praten. We werden ook niet meer uitgenodigd voor de opening van het nieuwe vliegveld of van de Olympische stadions. Vroeger moesten we dan juist op de eerste rij zitten, dat gaf extra status aan zo’n evenement. (...) De Chinese overheid doet er veel aan om ons te ontmenselijken, en dat werkt door. Als ik in 2021 in een Chinese appgroep met veel jonge ouders vraag of er soms iemand is die met een Nederlandse journalist wil spreken over nieuwe beperkingen op privélessen aan schoolkinderen, vallen de lezers over me heen. ‘Waarom schrijf je niet over het onderwijs in Europa? Is het daar soms zo goed mee gesteld?’, zegt iemand. Een ander: ‘Wie zegt dat jij een echte journalist bent? We weten allemaal dat er genoeg spionnen zitten onder die zogenaamde journalisten.’ Ik zie de opmerkingen pas na een halfuur. Antwoorden kan dan al niet meer: ik ben uit de appgroep gegooid.
Het wordt moeilijker om een geloofwaardige Chinese spreker op te voeren, en dus ook om een genuanceerde Chinese mening te horen. Ik schrijf steeds meer geopolitieke analyses en steeds minder over de mensen van vlees en bloed die hier wonen. China wordt zo weer een zwart gat voor het Westen. Dat is gevaarlijk. Het wordt makkelijker om ‘de’ Chinezen te gaan zien als een soort buitenaardse wezens. Omgekeerd geldt dat ook. Er lopen hier steeds minder buitenlanders rond, kleine kinderen wijzen ons weer na, net als in 1982. Veel Chinezen durven ook niet meer met ons te praten, bang om als landverrader gezien te worden. Tot mijn grote verdriet.
In 1982 was China nog een straatarm land. Rijst, kookolie, katoen, fietsen: het was allemaal op de bon. (...) Nu zijn de meeste van mijn Chinese vrienden uit die tijd veel rijker dan ik. Ze hebben meerdere huizen en auto’s, wonen soms in het buitenland. Een van hun kinderen reed in de VS rond in een rode Porsche. Gekocht met de creditcard van haar moeder. (...) China’s grote groei lijkt nu voorbij, en jongeren willen juist weer graag bij de staat in dienst, dat geeft meer bestaanszekerheid. Groei staat voor Xi Jinping niet meer op één. Veiligheid gaat nu voor alles. Zo werd mijn oude vriend Dong Yuyu in 2022 opgepakt en in 2023 officieel beschuldigd van spionage. Hij werd opgepakt toen hij zat te lunchen met een Japanse diplomaat in hetzelfde Novotel waar wij ook altijd afspraken. Ik ken deze journalist al jaren. Hij gaf me regelmatig zijn persoonlijke interpretatie van het Chinese nieuws. In het begin ging dat heel openlijk: ik mocht de gesprekken gewoon opnemen met mijn grote radiomicrofoon. Later wilde hij liever dat ik die achter de menukaart verborg. Nog later zocht hij juist plekken op met veel anderen om ons heen, zodat duidelijk was dat we niets stiekems deden voor wie ons misschien in de gaten hield.
Nu zit hij al bijna twee jaar gevangen, tot een proces is het nog niet gekomen. Dat komt er pas als de overheid precies weet wat ze hem ten laste gaat leggen en hoe zwaar ze hem willen straffen. Dat hij veroordeeld wordt, is zo goed als zeker. De overheid tolereert niet langer dat hij met buitenlanders praat en dat hij dan een standpunt verkondigt dat niet hetzelfde is als de overheidspropaganda. Bezoeken mag ik hem niet, en ik ben bang dat ik hem nooit meer zal zien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's