De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zalig, zalig, niets te wezen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zalig, zalig, niets te wezen

4 minuten leestijd

Hij moet meer worden, ik echter minder. Johannes 3:30

In de tekst klinkt een tegenstelling: echter. Eenvoudig gezegd gaat het om opbouw tegenover afbraak. Van wie of van wat? “Hij”. Wie is dat? De Heere Jezus. Hij moet wassen, groeien, meer worden, maar ik, Johannes de Doper, minder. Wat betekent dit in het leven van u en jou? Als u werkelijk leeft door het geloof, gedreven door Gods liefde?

Laten we eerst teruggaan naar Johannes de Doper. Hij mag van zichzelf af wijzen, heenwijzen naar Jezus. Johannes is een vriend van Hem. De wegbereider. Hij wijst de Heere Jezus aan als de Christus, gekomen van boven. En Johannes komt van beneden. Jezus is boven allen. En Johannes de Doper is Zijn vriend. Hij is zozeer Zijn vriend, dat Johannes Jezus aanwijst als de Bruidegom. Het gaat om Hem.

God heeft Zijn glans op Johannes gelegd, en nu is het zijn roeping om de Gever van die glans aan te wijzen: de Heere Zelf. En als je in heilige aanbidding voor God minder en minder wordt, dan kom je uit bij het opschrift van deze meditatie. Wat een lied!

Zalig, zalig, niets te wezen

in ons eigen oog voor God,

eigen zin en lust te vrezen,

steeds te rusten in ons lot,

need’rig, kinderlijk en stil

ons te voegen naar Zijn wil.

Wat heeft Johannes dit ‘niets te wezen’ zalig voorgeleefd. Nu zijn wij geen Johannes de Doper. Hij is duidelijk een heilshistorische figuur in de Bijbel. Zo is er maar één. Hij staat met zijn ene been in het Oude en met zijn andere been in het Nieuwe Testament. Hij moet van Godswege zijn hoorders de zonde aanwijzen.

In figuurlijke zin gaat de weg naar de kribbe langs de Jordaan. Het oordeel van God drijft uit naar het Kind Jezus in de kribbe van Bethlehem. Maar zijn de woorden over het meer en minder worden vandaag voor ons als christen niet ook van toepassing? Zijn we er, dankzij Gods genade, niet achter gekomen dat dit minder worden van ons een werk is van de Heere? Hoor maar hoe dit lied vervolgt:

Is ons trots, hoogmoedig eigen

nog zo dikwijls ongezind,

om zich naar Uw wil te neigen,

waar het hart slechts rust in vindt,

werp die hoogmoed dan, o Heer’,

door Uw Geest in ons terneer!

Hoor je? Dat is Gods werk. Maar God houdt Zijn kind in het oog. Hij weet wat er zich afspeelt in het leven van Zijn kind:

Wat wij hebben of vermogen,

wat ons lief is, wat ons lust,

al ’t begeren onzer ogen,

ons genoegen, onze rust,

wat men denke, spreke, doe:

alles hoort de hemel toe.

“Alles hoort de hemel toe” – dat kan je verkwikken, maar ook verschrikken. Ben je in eigen oog niets, dan is Hij je alles. Ben je als diepgelovige in eigen oog heel wat – wat is Hij dan? Geef je dus aan God in Christus over: helemaal en totaal. Dan blijkt God zo goed:

Vragen wij, wat goed of kwaad is:

voor ’t geloof is alles goed.

Al wat d’ uitvoer van Uw raad is,

Vader, dat is alles goed!

Gij, o Heer’, zo wijs als trouw,

weet best, wat ons schaden zou.

Hierin is God zo groot geworden, zo voor het oog van het geloof gegroeid, dat je je helemaal aan Hem toevertrouwt. “Het Hoogste ziet om naar het laagste”, zei eens een ouderling uit de Friese Wouden. Waar loopt onze tekst, ontleend aan het gekozen lied, op uit? Op Gods glorie, heerlijkheid, eer, roem, trouw!

Laten we instemmen vanuit de praktijk van het ontvangen geloof. Het geloof dat zomaar opleeft, herleeft, zomaar weer werkt, op Zijn bevel, op Zijn woord, Zijn spreken:

Mag Uw Naam maar eer ontvangen,

’t ga ons slecht, of ’t ga ons goed;

dat alleen is ons verlangen,

trouwe Vader, wat Gij doet!

Eer is ’t ons, hoe laag het schijn’,

zalig, niets voor U te zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 2026

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Zalig, zalig, niets te wezen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 2026

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's