In de tekst klinkt een tegenstelling: echter. Eenvoudig gezegd gaat het om opbouw tegenover afbraak. Van wie of van wat? “Hij”. Wie is dat? De Heere Jezus. Hij moet wassen, groeien, meer worden, maar ik, Johannes de Doper, minder. Wat betekent dit in het leven van u en jou? Als u werke ...