Amerikaansche correspondentie.
Mijn oude vriend,
Ge begrijpt wel, dat ik u niet mijn oude vriend noem, omdat ge al zoo oud zijt. Maar wij Amerikanen noemen alles „oud" wat uit Europa komt, of daar nog is.
Zelfs Engeland is „the old country" "'t ouwe vaderland."
Laat ik er bijvoegen, dat ik in de oogen van mijne landslieden ook wel wat ouderwetsch ben.
Zij kijken mij allen wel eenigzins uit de hoogte aan.
Dit komt omdat het een volk is, zeer oppervlakkig en van vrome vormen in het godsdienstige.
Veelal ontbreekt het wezen, de ware rechtschapenheid.
Hiermede bedoel ik, dat het meestal menschenwerk is, dat zij vertoonen. Zij hebben daarbij een ijver zonder recht verstand. En een groot aantal raadslieden, om er verstomd van te staan. Ge kunt niet begrijpen hoevele hooggeleerden en zeergeleerden hier niet gevonden worden.
Het getal hoogescholen is legio. En door de ontzaglijk groote hulpmiddelen in geld aan die stichtingen geschonken tieren zij welig, kunnen maar doen wat zij willen. Waar ze in Europa nog eens tegen op moeten zien om de groote uitgaven, daar hebben ze hier niet de minste moeite mede.
Bibliotheken zoo schitterend ingericht dat een Europeaan er verstomd van zou staan.
Onderzoekingen kunnen ze instellen te kust en te keur. Naar welgevallen maken ze zich op in commissies om hier in Amerika of in het oude Europa, ook in Azië en Afrika, de landen, liefst ook de oude vermaarde, en bibliotheken te bezoeken. En dat ze in sterke mate met de Engelsche geleerden en ook met de Duitsche concurreeren of wedijveren zult ge u kunnen voorstellen.
Een Amerikaan wil gaarne al wat in Europa te vinden is de loef afsteken. Dus hebben ze een ruim veld met hunne niet schaarsche middelen.
Ze hebben het voordeel van een gunstigen wind, om in voordeelig vaarwater te komen, en kunnen naar verkiezing maar werken op elk terrein, dat ze willen in exploitatie (ontginning) of exploratie (uitvorsching) nemen.
Nu kunt ge u voorstellen, dat ik met mijn getuigenis tegen zulk menschenwerk hun voorkom een mensch te zijn die in deze wereld, althans in deze nieuwe wereld, welke zij hoe langer hoe meer tot volmaking meenen te brengen, niét pas.
Want ik kan niet anders dan bij voorkomende gelegenheid er op wijzen, dat met zulk werk men nog weinig verder komt dan tot wat opgeblazenheid des vleesches.
Gaarne wil ik wel eens van u vernemen of het Amerikaansche voorbeeld ook bij u veel navolging begint te krijgen. Ze zijn in Europa nog al voor navolgen van wat vreemds.
Vroeger heb ik al gehoord, dat niet alleen vele sekten uit Amerika in het oude werelddeel vasten voet trachten te krijgen, maar ook dat zulke werkzaamheden als hier vele gezien worden in vereenigingen, bij u niet weinig begeerte opwekken om ze ook te krijgen.
Met „u" bedoel ik natuurlijk niet u persoonlijk, maar het volk, het oppervlakkige volk in uw land. Want ik begrijp wel dat de wat anders ingelichten hun oogen geopend hebben voor het verkeerde van al dien import, of invoer van Amerikaansche artikelen, welke slechts vleeschelijk zijn.
Ik heb wel eens gehoord, dat het vleesch van Chicago in Europa niet erg vertrouwd werd.
Nu, gaat het zoo in het natuurlijke, in het geestelijke mag men er wel eveneens over denken.
Men heeft zich wel voor te stellen, dat al die vereenigingen en sekten hier zoo welig tieren, omdat Amerika het land is van de vrij-maconnerie, de vrijmetselarij op allerlei manier. Het is wonderlijk zoo veel zulk soort genootschappen als de vrij-metselarij er hier gevonden worden.
Die alle treden in de plaats van de Kerk of willen er in treden en krijgen de verschillende Kerken onder den voet, als ze kunnen.
Uit deze bakermat komen nu ook vele andere vereenigingen voort, als jongelings-, 1) jongedochters-, vrouwen-en mannen vereenigingen, van allerlei soort. Vele met een hoog wetenschappelijk of zedelijk doel, zooals men het laat voorkomen, gebouwen om van te watertanden.
Ik zou zoo zeggen tot de vrienden in Holland: „Wacht u voor 't echt Amerikaansche", maar ook niet minder: „Wacht u voor namaak", want ge komt zoo ongemerkt verder op een heel verkeerd spoor.
Wilt ge zulken raad niet aanstonds ten volle opvolgen, toch zult ge uw gedachte er wel eens over willen laten gaan.
Het komt mij voor, dat we goed doen met elkander van raad te dienen, zoolang het heden genaamd wordt. En ik hoop dat uwe landslieden, die dezen brief lezen niet denken zullen: laat die bemoeial van een Amerikaan maar tehuis blijven met zijn opmerkingen.
Want geloof maar dat al blijf ik een verre vriend ik toch steeds hoop te zijn, met alle belangstelling in uwe aangelegenheden.
Uw vriend en broeder.
1) Dus kunt ge meteen begrijpen waarom b.v. Jongelingsvereenigingen in Holland niet zoo goed tieren, als wel hier. 2e hebben hier een beteren geëigenden ondergrond. Hier wordt alles meer in vrijheid gedresseerd. En daar komt bij, dat het geheele leven, ook de tijd van 't maatschappelijk werk, meer er op is ingericht om aan zulke dingen zich te kunnen wijden. ledere Kerk is een gemeenschapsleven op zich zelf. In het Kerkgebouw eten ze en drinken ze zelfs, enz.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1910
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's