De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verschoppelingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verschoppelingen

Feuilleton.

6 minuten leestijd

EEN OORSPRONKELIJK VERHAAL DAT AANVANGT ONGEVEER 1870

Ja ! — zei ze nu beslist — ik doe het ; vader heeft ook gezegd, dat ik zelf Koen moest zien te spreken, om hem uit te leggen, wat de koe mankeert !"
„Maar dat kon je mij óók wel zeggen, als Koen er zelf eens niet was. Wat scheelt 'm ? Ik denk dat hij een keteltje vol sterke koffie moet hebben, dan is hij weer beter. Je zult het zien ! Ik heb er wel verstand van !"
„Nou, kom nou ! Je kunt het wel hooren, als ik het Koen vertel. Toe ! 't arme beest ligt te krampeeren van de pijn !"
,,Dan gauw maar !" Zij stapten hard aan.
„Paul, denk er om, dat ik niet alleen met Koen loop. Als jij niet meegaat, loop ik alleen weg".
„Wees maar niet bang. Marie ! Hij durft 's avonds zonder mij niet uitgaan. Je weet niet hoe bang hij is. En Hilda is ook altijd bang, als Koen en ik niet thuis zijn, 's avonds. Dan loopt ze al naar buiten, want in huis durft ze niet te zijn".
Ze naderden het huis ; Paul opende de deur, ging haar voor en liet haar dan de boodschap doen !
„Genavond Koen, 'n avond Hilda ! en met de groetenis van vader en dat de witkop ziek is en of Koen dadelijk even kwam kijken".
„Hêh ? — Watte ? — Zoo beste meid, is de witkop ziek en wat scheelt 'm ? Paul heb je de spullen klaar ? —• want je moet mee !"
Marie was al blij, want alleen door 't bosch te moeten, was ook niet alles. Paul vroeg :
„Alles moet zeker mee, Koen ? 't Slachtgerei en de laatmessen (lancetten) ? "
„Hêh ? — Zoo, zoo ! 't ziet er leelijk uit ; maar ik zal hem wel beter maken. — Watte ? Ja zeker, alles mee ! Kom, dan gaan we maar dadelijk. Hilda, 't zal wel laat worden, ga jij maar naar bed !"
Het meisje liet Koen en Paul voorop gaan en volgde hen op de hielen, of, als 't pad breed genoeg was, liep ze naast Paul. Door 't bosch liepen alle drie achter elkander aan Paul voorop : hier kreeg nu en dan, soms de een, straks de ander een twijg in 't gelaat : 't was uitzien en oppassen. Toch hield Koen immer 't gesprek aan den gang.
„Hêh ? — En heeft de witkop, gister nog goed gevreten ? En hoe maakt het de muis? Watte ? Altijd goed gezond zeker. En Pomme, na dien eenen keer, is altijd goed bij de spullen, hêh ? "
Koen kende al het vee van Kooijker en vroeg naar den welstand er van ; maar aan de zieke vrouw dacht hij niet. Paul wel. Straks, als ze op den breeden grindweg waren, zou hij met Marie een beetje achter loopen en haar zeggen, dat zij God moest vragen om de genezing harer moeder.
,, Hêh, meisje ! heb je wel koffie in huis, wel genoeg ? "
Paul lachte stil : nu kon Marie hooren, dat hij wel verstand had van zieke koeien.
,, We hebben nog een vol pond. Koen, behalve nog een beetje in 't trommeltje."
„Watte ? Zoo, dat is genoeg. En brandewijn, is er die ook ? "
„Ook genoeg, Koen ! — En anijszaad en raapolie." Nu kon Paul dan ook eens hooren, dat zij ook wel wat wist !
Op den grindweg kreeg hij haar alleen te pakken.
„Marie ! je moet God om genezing vragen voor je moeder !"
,, Dat doe ik al, alle dagen." „En helpt 't niet ? "
„Zeker, wel, 't helpt altijd ; maar de ziekte moet haar verloop hebben, dat heeft God toch zoo beschikt. Alles heeft zijn verloop. Maar moeder wordt stillekes aan beter !"
„Kan God het dan niet ineens, Marie ? " „Och, jongen ! zoo doet God niet. Als jij graag 't lezen wilt leeren, moet je 't aan God vragen, maar als je niet begint te leeren, leer je 't nooit. Je moet God vragen en zelf beginnen : dan gebeurt het."
Ja, daar kon 't ventje goed bij met zijn verstand.
„Ik kan al een beetje lezen, Marie !" „Heb je 'r om gebeden ? "
„Ja, want het mocht, zei de meester, hij heeft mij zelf geleerd ; en hij zal mij lederen Zondag leeren."
, „Ik heb al een boekje voor je, van onzen meester van Delberg : daar kan je 't gemak keiijk uit leeren. Ik zou 't je Zondag geven; maar je kunt het nu straks wel meenemen."
Paul was zoo blij, dat hij eventjes Marie bij de hand moest pakken.
,, Jij bent een echt goed meisje !" Zij waren 't gedoe van Kooijker genaderd.
Nu ging Marie vóór en Paul wachtte Koen bij 't bruggetje op, omdat hier gevaar was.
Kooijker stond buiten al uit te zien. ,, Kom, ben je daar al ? "
De beide mannen gingen regelrecht naar den stal. Paul moest maar achter blijven. Koen beloofde hem altijd, dat hij hem 't veedokteren zou leeren, en hij ging meest altijd mee, maar Koen liet hem niet bij de patiënten, dan wanneer hij zijn hulp daar hoog noodig had : de jongen zou anders al te vroeg alles weten !
Marie vroeg haar te bed liggende moeder, of Paul wel bij haar in de kamer mocht, 't Kon haar niet schelen, zei ze, en Marie vatte dit op als een toestemming. Paul stond alleen in 't donkere „voorhuis".
„Kom maar hier, Paul !" fluisterde 't meisje, dat het eene bedsteedeurtje zóó gedraaid had, dat moeder niets in de kamer kon zien : dan was moeder rustiger, en zij beiden vrijer. Zij zette twee knopstoelen met groote biezen zittingen bij de bruingeverfde vuren tafel, en wees Paul den eenen aan als zijn plaats. Het licht van een eenvoudig petroleumlampje viel uitsluitend op de tafel, zoodat Paul nauwelijks op de groote Friesche klok, die vlak tegenover hem hing, kon zien, hoe laat het was. Marie had een lade van een kast uitgehaald en schoof die weer toe.
„Kijk ! dit is het !" fluisterde ze, terwijl ze een leesleerboekje voor eerstbeginnenden voor den jongen op de tafel legde. Zij zette zich naast hem.
„Kom, we gaan dadelijk beginnen ! Hoorde je wel, dat Koen tegen Hilda zei, dat het heel laat zou worden ? Zoolang heb jij den tijd om ie leeren en zoolang moet ik bij je blijven. — Nu moet je goed opletten en je best doen. Kijk, hier beginnen we."
Zij wees met een breinaald aan. Hij zat meestal op zijn stoel te huppelen als een ruiter op zijn paard, 't Was of zijn handen en voeten meehielpen om 't lezen te leeren. Verbazend wat ging dat er van langs, 't Maakte zelfs Marie hartstochtelijk. Ze hoefde iets maar een paar maal te zeggen en dan wist hij 't. Wat die Paul toch een rapperd was !
't Meisje hoorde haar vader in 't voorhuis komen en wipte haastig van haar plaats. In de kamerdeur bleef hij staan.
„Hoe is 't met de witkop. Vader ? " „Je moet gauw een vollen ketel water koken en heel sterke koffie zetten."
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 april 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Verschoppelingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 april 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's