Verschoppelingen
Feuilleton.
EEN OORSPRONKELIJK VERHAAL DAT AANVANGT ONGEVEER 1870
't Was een klein mager manneke ; maar zeer schrander en bovenal goed en vriendelijk en altijd gereed om anderen te helpen. Zijn vrouw Betje, alleen bij dien naam of als „Kuipersche" bekend, was krachtiger van gestalte, doch loverigens in alles zijn evenbeeld.
Ze woonden in een net, nog al ruim huis, doch voor hen eer te klein dan te groot, want ze hadden zeven kinderen en de baas hield een knecht, die daar ook in den kost was. 't Huis was dus vol met die tien menschen. Hillebrand was een Godvreezend man en Betje een Godvreezende vrouw en de kinderen versierden de Godsvrucht hunner ouders, gelijk de knecht die zijns meesters. Wie Hillebrand kende, verwachtte eigenlijk niets anders. Zulk een man moest zulk een vrouw, zulke ouders zulke kinderen, en zulk een baas, zulk een knecht hebben.
Er was in Winnewoud een klein kerkje, en daar deden nu en dan de naburige predikanten dienst; doch vaak werd er slechts een preek gelezen door — Hillebrand. En dat scheen hij zoo bijzonder goed te doen, 't beviel zóó, dat de meesten liever bij hem kerkten dan bij sommige predikanten. Ook bezocht hij de zieken en leidde de begrafenissen.
De kuiper was algemeen bemind.
En al waren er daar heel wat ongeloovigen, die 't betreurden, dat zulk een verstandig man een geloovige was, toch waren ook zij als Winnewouders trotsch op hun Hillebrand.
Als 't er op aankwam, was hij de vraagbaak, de raadsman. Met alles kwam men tot hem.
Op Hillebrand had ook de wagenmaker van Delberg het gemunt. De beide mannen kenden elkander. Bos, die overdag geen tijd had, was er bij avond op uitgetrokken. Hij werd vriendelijk ontvangen, en zoodra de man zijn boodschap had gezegd, kreeg hij eerst een bestraffing, omdat ze zich in Delberg niet eerder van een onderwijzer hadden voorzien : zij wisten immers al lang, dat de andere in dienst moest. Of ze daar misschien gedacht hadden, dat het wel eens Zondagsschool-onderwijzers zou regenen en zij er dan een van zouden oprapen ? Maar de kinderen mochten daaronder niet lijden : Zondag hoopte hij, als de Heere 't niet verhinderde, om half twee op zijn post te zijn. Hij zou dan zijn eigen Zondagsschool op een ander uur zetten.
's Zondags waren weer al de kinderen op hun post, de wagenmaker ook.
„Bos, is er al een meester ? "
„Nog niet !" — En toch was 't bijna half twee. Als hij nu nog eens niet kwam ! Maar dat kon niet, dacht Paul. God zóu maken, dat er een meester was !
Ze zaten reeds en zouden juist gaan zingen.
Daar kwam een klein, tenger kereltje, oudachtig, maar vriendelijk.
„Dag kinderen !" „Dag Hillebrand ! dag kuiper !"
De helft der kinderen, die van de boeren, kenden hem wel : hij leverde hier in Delberg de botervaten, emmers en tobben, pompen, zeisen en hooiharken.
„Hillebrand ! zal jij ons nu leeren ? "
„Ja, ik ben daarvoor hier gevraagd, en nu zullen we dadelijk beginnen !"
Eerst zingen. Maar de pas aangestelde voorzanger was niet noodig : Hillebrand kon het nog beter dan Mark Mons.
Dan bidden, teksten overhooren en toen begon de nieuwe meester te vragen.
Eerst wisten allen 't, toen maar de helft ; de vragen werden al moeilijker : tien wisten 't nog ; toen maar vijf meer.
Wat een spanning !
Maar Marie en Paul gaven 't niet op. Zij wisten 't altijd : doch zij antwoordde meestal kort, hij veel meer naief. Wat had de kuiper een schik van dat tweetal.
Dan begon hij te „vertellen". Zóó hadden de kinderen 't nog niet gehoord. En dat zoo'n gewoon manneke dat zoo kon !
De kinderen waren nog maar even buiten, of de gunstige kritiek over den nieuwen meester daverde luide over den breeden grindweg, en Marie en Paul ook waren bijzonder in hun schik.
De kuiper en de wagenmaker stonden op den weg met elkander te spreken. Paul ging hen, vriendelijk groetend, voorbij.
„Dat is 't ventje, dat ik bedoelde — zei Hillebrand — en is die thuis bij dien dronkenlap ? Maar hoe ter wereld kunnen jullie hier dat zien en zoo laten ? Die jongen is een kind van God, en die moet met dien vuilen vloeker en schreeuwer van de eene kroeg in de andere ! Dat schaap wordt daar afgebeuld ! Die jongen heeft geen kindergelaat : 't is een oud mannetje, en met een ervaring, dat ik nog versteld sta van zijn antwoorden. Die stakkerd !
Dat meisje ook, zijn concurrente in levens wijsheid ! Dat is een kind van God, een jonge lijderes, een gezichtje vol zorgen, een moedertje in verstand Dat kind heeft een nameloos zwaar leven. Je moet je dat meisje aantrekken, haar eens opbeuren en in alles bijstaan. Zoo Zondags kan je best eens alleen met haar spreken. Doe het eens, dan zal je w!at hooren !"
De wagenmaker zuchtte. Doch de kuiper wilde, dat er iets gedaan zou worden.
„Ben je Woensdag thuis ? " „Ja !"
„Dan kom ik, als God het niet verhindert. Woensdag naar je toe en dan zullen 'we eerst eens zien, wat er voor dien jongen te doen is."
De wagenmaker zuchtte.
„Dus tot Woensdag ! Ik moet nu maken, dat ik in Winnewoud kom."
Een handdruk en groeten, en elk ging zijn weg.
Van Delberg tot Winnewoud, den heelen weg langs, dacht Hillebrand aan Paul. Eindelijk zag hij licht! Zijn vrouw zou 't wel goed vinden. Ruim had hij 't wel niet met zijn groot gezin, doch waar tien leefden, konden ook elf leven : dan allemaal maai een hapje minder en 'n slaapplaats was er nog wel te maken. Die lieve jongen zou bij die menschen vandaan, 't Moest ! De Heere zou daartoe medewerken !
Thuisgekomen was de koffietafel gereed: er werd vlug iets genuttigd en daarop begaf de man zich naar zijn eigen Zondagsschool. En 's avonds, als hij met al de zijnen rustig thuis was, vertelde hij van Paul, en als hij uitverteld was, deelde hij zijn plan mee om den lieven jongen als zijn kind in huis te nemen. Doch dat kon alleen, als ze allen een hapje minder wilden eten en een plaatsje voor Paul inruimen. Hoofd voor hoofd vroeg hij, of ze dat wilden. En ze wilden 't allen : de knecht even graag ais de vrouw en de jongens niet minder dan de meisjes.
Van nu was er in 't kuipershuis maar éen wensch, dat Paul spoedig in hun midden mocht zijn.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 mei 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's