De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verschoppelingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verschoppelingen

Feuilleton.

6 minuten leestijd

EEN OORSPRONKELIJK VERHAAL DAT AANVANGT ONGEVEER 1870

Lachend ging de man naar binnen, waar men zeer vreemd opkeek, dat er nog zoo laat belet werd gevraagd. Gelukkig herinnerde de freule zich terstond het aardig herdertje.
|„Ge moet hem even allen zien — zei ze — dan zal ik alleen wel verder met hem afhandelen."
Haar lachend gelaat deed een verrassing veronderstellen : alle aanwezigen betoonden hun ingenomenheid met den voorslag, en den knecht werd gezegd, dat het herdertje maar binnen moest komen.
En daar kwam hij ! Eerst deed het schelle licht zijn oogen pijn, zoodat hij een oogenblik niets in de mooie kamer kon onderscheiden. Met de pet in de hand zei hij :|
„Genavend saam !"
Goeden avond, herder !" zeiden terstond eenigen. Verlegen zocht zijn oog de heele kamer rond. En waarlijk, daar zat ze het dichtst bij hem.,
Ha, freule Virginie !"
Die hartelijke uitroep sloeg prachtig in ; ieder merkte, dat die twee elkander kenden.
„Had je iets te zeggen, herdertje van Winnewoud ? " vroeg ze vriendelijk.
„Ja, freule Virginie."
„Waarom kom je niet vroeger op den dag ? "
Ik moet toch bij de schapen zijn, zoolang de zon schijnt, freule Virginie."
„Dat is waar! Die beestjes kunnen niet zonder je."
„Nee, dat kunnen ze niet, freule Virginie!"
„Kan je mij hier niet zeggen, waarvoor je midden in den nacht naar me toekomt ? Is 't voor je zelf, herdertje ? "
„Nee, freule Virginie ! 't is voor Marie, die mij 't lezen heeft geleerd, en die mijn vriendin is."
't Was zoo stil in de groote kamer, alsof alleen de freule en de knaap daar waren.
„Kan je 't mij niet vragen, terwijl deze dames en heeren er bij zijn ? "
„Als dat voor Marie beter was, freule Virginie, dan zou ik het wel doen. Maar er is wat bij, dat de Heere in den hemel alleen maar weet, en Marie en ik ; en zij wil niet, dat anderen het weten, maar ik zou het u wel kunnen zeggen, u alleen."
„Dan is 't zeker niet iets moois !"
„Juist wèl, freule Virginie ! Als 't dat niet was, zou ik het u niet willen zeggen."
De schijnbare verstoring der feestvreugde beloofde een zeldzame verrassing te worden. Aller nieuwsgierigheid was strak gespannen. Virginie nam Paul mee in een andere kamer; daar gaven ze eerst elkander de hand en daarop begon hij zijn verhaal. Eerst vertelde hij de geschiedenis van den spaarpot met de, voor Marie, zoo treurige gevolgen, en dan deelde hij mee, wat zij reeds voor jaren voor hem had gedaan, en dat hij gezorgd had, dat ze dezen nacht bij Hillebrand onder dak was. Hij had den verren nachtelijken tocht ondernomen in de hoop, dat freule Virginie wel zou willen zorgen, dat Marie een goeden dienst kreeg.
„Je houdt dus Marie voor een godvreezend meisje ? "
„Ja, freule Virginie 1"
„Ze heeft jou leeren lezen, dus heeft ze zelf goed geleerd ? "
„Ze weet alles, freule Virginie ! den Bijbel en alles."
De dame lachte.
En kan ze werken ook ? "
„Werken, freule Virginie ? Werken ? Als ze iets kan, dan kan ze dat. Haar moeder is altijd ziek geweest, en ze heeft altijd al het werk voor haar moeder gedaan. Er is geen meisje, dat zóó veel heeft moeten werken als zij."
En kan ze daar niet langer blijven, waar ze nu is ? "
„Och, freule Virginie ! U weet niet, wat goede menschen dat zijn ; zeker zou ze daar kunnen blijven, en ik zou alle nachten wel in 't hooi in de schuur kunnen slapen '; maar men mag dat van die goede menschen niet vergen, 't Is maar een werkman en een huis vol kinderen. En 't is beter, dat Marie dadelijk een dienst heeft."
„Ken je haar ouders ? Zijn dat daglooners ? "
„Nee, freule Virginie ! haar vader is boer. hij heet Wijbrand Kooijker en in zijn schuur is 't altijd Zondagsschool geweest."
„O, dan heb ik hem wel eens gezien."
Paul herinnerde zich nu terstond, wat Marie hem had verteld van een freule.
„Freule Virginie I bent u wel eens in de schuur geweest ? "
„Ja, ééns."
En hebt u daar dan niet een meisje gezien, ouder dan de anderen ? En ze leerde niet meer mee, maar ze was er toch altijd. Zóó groot was ze en ze had kuiltjes in de koonen, hier en hier !"
„O, is 't dat meisje ? — Goed, blijf hier even, dan zal ik je zoo zeggen, wat ik voor haar zal kunnen doen."
Allen in de kamer zaten gespannen te wachten op de terugkomst van de freule, zoodat, toen ze binnenkwam en zich gezet had, allen één en al gehoor waren. Ze vertelde nu alles, wat ze wist van Paul en Marie beiden en van de Zondagsschool in Delberg.
,, Voor dat meisje moet goed gezorgd worden", zei een bejaarde dame.
„Als niemand anders het doet, zal ik er voor zorgen", zei een andere dame, en allen waren eenstemmig van oordeel, dat men zulk een meisje niet aan haar lot mocht overlaten.
Jonkheer von Olmwold, Virginie's vader, keek zijn dochter aan. Hij had wel gemerkt, met hoeveel takt en gevoel zij voor Marie had gepleit.
„Virginie, kind ! we vieren hier samen je verjaardag : zou het een cadeautje voor je , zijn, als ik zei, dat ik de zorg voor Marie aan jou voorloopig hier in huis opdraag ? "
0 vader! — zei ze — wat zou ik dat een voorrecht achten !"
„Laat dat herdertje dan nog eens hier komen !"
Virginie kwam weer met hem binnen.
Hij zag bleek en beefde een weinig.
„Hoe heet je, vriend ? "
„Ik heet Paul, mijnheer I" „En hoe meer ? Hoe is je van ? "
„En hoe meer ?
Hoe is je van ? "
't Speet den jongen, dat hij nog altijd vergeten had, bij Teun Dolle te vragen naar zijn vollen naam. Hij werd een beetje verlegen.
Je hebt toch een van? "
„Ja mijnheer ! maar dat is ieder keer veranderd : eerst was ik Paul van Sijmen en Duifje, toen Paul van Koen en Hilda en nu ben ik Paul van Hillebrand." *)
Virginie gaf haar vader een beteekenisvollen wenk.
Nu goed I jij bent in elk geval een flinke Paul. Ik prijs je, om wat je voor je vriendinnetje doet. Als ik je nu zeg, dat mijn dochter Virginie van nu aan voor Marie zal zorgen ; dat ze morgen hier mag komen, en hier mag blijven, wat doe jij dan, Paul ? "
„Hier? " Bij den jongen kwamen de tranen van blijdschap te voorschijn.


*) De schrijver heeft meer jonge menschen van Pauls slag gekend, die eerst bij de aangifte voor de nationale militie hun waren en vollen naam kwamen te weten.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Verschoppelingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's