HET VERBOND GODS
De tucht des Woords
XXXI
Tot de tucht des Woords behoort in de eerste plaats kennis van het Woord. Hoe zal men naar en uit Gods Woord leven, als men het niet kent? God wil, dat Zijn Woord wordt gehoord en gehoorzaamd. Predikt het Evangelie aan alle creaturen, en dan volgt: leerende hen onderhouden al wat Ik u geboden heb.
Daaruit volgt niet alleen, dat het Woord getrouw bediend moet worden, maar ook dat men de samenkomst der gemeente niet mag nalaten. (Hebr. 10 : 25). Deze plaats wijst er reeds op, dat in die dagen sommigen er een gewoonte van maakten om niet te komen, terwijl het voorbeeld van den Heere Jezus juist tegengesteld is. Hij ging naar Zijn gewoonte naar de synagoge. (Luk. 4 : 16).
Ook in deze zaak hebben wij navolgers te zijn van den Heere, zoo wij ons onder de tucht en hoede van Zijn goddelijk Woord stellen. De opgang naar het bedehuis is trouwens een van de eerste eischen van het Sabbathsgebod. Dat wordt wel eens vergeten en veronachtzaamd. En nu willen wij niet beweren, dat naar de kerk gaan op zich zelf verdiensten voor God zou hebben, of zaligmakend zou zijn, doch buiten de prediking blijven druischt tegen de eerste regelen der Christelijke tucht in. En daarover gaat het thans.
Vooreerst dus de kennis van Gods Woord. Dit dient voorop gesteld. Dat eischt van ons, dat wij ons op de kennis van het Woord hebben toe te leggen. Wij hebben het profetische Woord en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt. In dit verband kan het duidelijk zijn, dat de prediking een onderwijzend karakter moet dragen. Het wordt gelezen en uitgelegd, opdat de gemeente toeneme in kennis. Daaraan sluit de vermaning tot onderhouding van de dingen, waarin men onderwezen wordt. (2 Tim. 3 : 16).
Het mag echter alleen bij het onderwijs in de prediking niet blijven. Met name de jeugd vraagt de aandacht. Het kerkelijk onderwijs heeft zich ernstig op dit stuk te richten om de kinderen kennis der Heilige Schrift bij te brengen. Allerminst mag hun jeugd als een beletsel worden genomen om dit te doen. De wil des Heeren is hieromtrent niet verborgen. En wie dit den kinderen onthoudt, veronachtzaamt niet alleen wat door het Woord duidelijk is geboden, maar doet hun te kort in hetgeen de hoogste belangen van het tijdelijke en eeuwige leven aangaat.
Daarom eischt ook het formulier van den H. Doop de belofte der ouders om hun kinderen van deze dingen breeder te onderwijzen en te doen of te helpen onderwijzen. Deze roeping rust op ouders en opvoeders en van zelf ook op den catecheet.
De kennis der Heilige Schrift moet de hoofdschotel zijn bij het kerkelijk onderwijs aan de jeugd. En het behoeft nauwelijks opgemerkt, dat het onderwijs aansluit op en in overeenstemming met de belijdenis der kerk zal zijn. Vooral bij de rijpere jeugd zal de leerstof over de belijdenisschriften worden uitgebreid. Met name de kennis van den Catechismus is van groot belang te achten en legt een grondslag in de gemeente, die in velerlei opzicht nuttig en noodig, slechts tot haar groote schade kan worden gemist. Catechisatie en Catechismus hooren bij elkander als innerlijk verwante woorden en zaken.
De belofte, bij den Doop afgelegd, kan voor de ouders geen grond zijn om dit onderwijs zonder meer aan anderen over te laten, al zijn zij gerechtigd daarbij de hulp van anderen in te roepen. Een iegelijk versta hier wel zijn eigen roeping, de ouders, zoowel als de leeraren. De Doopbelofte legt de verantwoordelijkheid op de ouders om te onderwijzen of te doen en te helpen onderwijzen.
Daar rust alzoo een zorg op hen, die niet naar orde en behooren wordt behartigd, als men zijn kind naar catechisatie of school zendt, waar het omtrent deze dingen wordt onderwezen. De belangstelling der ouders dient verder te gaan. Zij hebben vóór alles een opvoedende taak. Leeringen wekken, maar voorbeelden trekken. Het huisgezin, waar God wordt gevreesd, zal eerbied koesteren voor het Woord. Daartoe zal de huiselijke godsdienstoefening bijdragen, ook al kan die slechts bestaan in de eerbiedige en regelmatige lezing van het Woord. Het is een goede gewoonte, die gelukkig in het Christelijk gezin! wordt onderhouden, evenals de gebeden voor en na den maaltijd en bij den aanvang en het einde van de dagtaak. Eenvoud en eerbied worden hierbij betracht en gewezen wordt op de goedertierenheid Gods, die in Zijn voorzienigheid de wereld onderhoudt en alzoo regeert, dat alle dingen niet bij geval, maar van Zijn vaderlijke hand ons toekomen. Het is niet genoeg, dat wij ons afhankelijk weten van Zijn souvereine almacht. Met de mond belijden is nog wat anders dan met het hart gelooven. Het is een eenvoudige logische sluitrede, als God de Schepper is van hemel en aarde, dat wij in alles van Hem afhankelijk zijn, maar het is niet zoo eenvoudig om alle dingen van Zijn vaderlijke hand te ontvangen. In voorspoed dankbaar en in tegenspoed geduldig, zoo leert de Catechismus. Als wij dat met een geloovig hart mogen betrachten, zullen wij ervaren, dat dit strijd en moeite voortbrengt in het binnenste, doch niet zonder vrucht. Dan toch zullen wij ontdekken, hoezeer onze ziel kleeft aan het stof en hoe wij geneigd zijn ons vertrouwen te stellen op menschen en aardsche goederen, terwijl wij den Heere met den mond roemen.
Doch als de dag van zorg en verdrukking daar is, wordt het geloof beproefd en de Heere weet, wat wij noodig hebben. Zijns is het goud en het zilver der gansche aarde en het vee op duizend bergen. Hij laat Zijn volk niet omkomen in duren tijd of hongersnood. Die op Hem betrouwen, zullen niet beschaamd worden, want Hij zorgt voor hen.
Uit het Woord leven, is een wandelen in het geloof. En in de nooden en zorgen, welke zich in het gezinsleven dagelijks voordoen, worden wij voortdurend vermaand onzen weg op den Heere te wentelen en met al onze nooden voor Zijn heilig aangezicht te verschijnen. Daarin ligt het beginsel der ware godsvrucht en de tucht des Heeren geeft ootmoed en wijsheid, die wij dagelijks noodig hebben om te doen, wat onze hand vindt om te doen. Ons leven moet, zal het goed zijn, naar buiten de trekken vertoonen van ons innerlijk bestaan en, zoo de vreeze Gods woont in een huis, zal het zijn weerspiegeling vinden in het huiselijk leven. Zijn gelaat zal de trekken der religie vertoonen en waar dat wordt gevonden gaat daarvan kracht uit op de samenleving.
Het ligt voor de hand, dat de toepassing in de practijk voor ouders en kinderen op moeilijkheden kan en ook telkens zal stuiten, die niet altijd even gemakkelijk kunnen worden opgelost. Een Christen leeft niet buiten de wereld, maar in de wereld. De Heere bewaart hem in de wereld. Daar heeft hij in getrouwheid zijn roeping te vervullen en zijn plaats in te nemen. Ook dit is niet bij geval, maar naar het voorzienig bestel Gods. In de wereld en nochtans niet wereldgelijkvormig. Geen ontvluchting uit de wereld om een vroom leven in afzondering te leiden, maar zijn taak volbrengen midden in het drukke gewoel der saamleving.
En nu komen de vragen : mag dit, mag dat, is dit geoorloofd en kan ik daaraan mededoen. In de groote lijnen is het wel duidelijk. De Wet des Heeren geeft een helder geluid, maar dit sluit niet uit, dat men in alle omstandigheden de norm der Wet niet altijd even gemakkelijk ziet, en men zou gaarne voor ieder geval een gedragslijn zien voorgeschreven. De menschen hebben vele bepalingen gemaakt omtrent kleeding, haardracht, gebruik en onthouding van allerlei, doch in het huisgezin vragen al dergelijke gevallen telkens weer om beslissing. En het ligt voor de hand, dat men voor allerlei voorkomende dingen geen regels kan stellen, dan deze: kunt gij dit of dat doende den Heere bidden om behoud, kunt gij u hier of daarheen begevende, den Heere vragen om u te bewaren ?
Waar de Heere gevreesd wordt, zal de kracht van zulk een vraag worden gevoeld en het beroep op het geweten tegenover God een zuiver geluid geven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1940
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1940
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's