HET VERBOND GODS
XXVIII. De Dienst des Woords. Wij hebben gepoogd het licht te laten vallen op de gewichtige roeping, welke aan den Dienst des Woords is verbonden tot de vervulling van de beloften van het genadeverbond aan de uitverkorenen. In de volheid des ...
HET VERBOND GODS
XXIX. De tucht des Woords. In de voorafgaande beschouwingen kan gebleken zijn, dat het genadeverbond in den zin van het Verbond ten eeuwigen leven, zooals dat in de Formulieren van Doop en Avondmaal wordt verstaan, niet zoo eenvou ...
HET VERBOND GODS
XXX De tucht des Woords. Onderwerping aan de tucht des Woords is maar niet een uitwendige zaak, alsof het een opgelegde wet gold. De vreeze Gods brengt zulk een gehoorzaamheid mede, en ofschoon de allerheiligste in dit leven nog slech ...
HET VERBOND GODS
XXXI Tot de tucht des Woords behoort in de eerste plaats kennis van het Woord. Hoe zal men naar en uit Gods Woord leven, als men het niet kent? God wil, dat Zijn Woord wordt gehoord en gehoorzaamd. Predikt het Evangelie aan alle creaturen, en dan volgt: leerende h ...
HET VERBOND GODS
XXXII De tucht des Woords. De grond voor de tucht des Woords is de liefde Gods. Gij zult liefhebben den Heere uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand en met geheel uw kracht. Dit is het eerste en het groote gebod en het ...
HET VERBOND GODS
XXXIII En het tweede gebod aan dit gelijk is : Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Als uzelf. Daar is voor een mensch niets zoo na als het zelf. Eigenlijk is 't woordje na nog te zeer verwijderd. Want het ik is het persoonlijke zelf. Vandaar dat een mensch ge ...
HET VERBOND GODS
XXXIV De tucht des Woords. Wanneer wij bij het gebod des Heeren worden bepaald, merken wij tweeërlei gehoorzaamheid op. Het kan zoo zijn, dat wij door opvoeding en een onderworpenheid om des gewetens wil het gezag van de wet erkennen, ...
HET VERBOND GODS
XXXV De tucht des Woords. Wij hebben gesproken over de slaafsche gehoorzaamheid en over de liefde, die de vervulling der Wet is. Bij de geboden komt dat zoo heel duidelijk uit. Daarom hebben wij eerst op het gebod gewezen. ...
HET VERBOND GODS
XXXVI De tucht des Woords. Hoe geheel anders gaat het Woord spreken tot degenen, die in de toeëigening van het zaligmakend geloof staan en Christus als hun Borg en Middelaar kennen en in het geloof omhelzen. Het is niet alleen de vreu ...
HET VERBOND GODS
XXXVII Het gezag des Woords. Wij hebben over de tucht des Woords gesproken, doch wie zich onder de tucht van Gods Woord stelt, voegt zich onder Zijn gezag, Hij erkent dat Woord als Gods Woord. Dat geldt zoowel van de slaafsche geh ...