De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET VERBOND GODS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET VERBOND GODS

9 minuten leestijd

Woord en belijdenis.

XLI.

Het nauw contact tusschen Gods Woord en de belijdenis wortelt in het leven der kerk. Immers de kerk leeft uit het Woord, dat vleesch is geworden, maar daarom ook bij het Woord, dat van den Christus Gods getuigt. De levensbetrekking tot den verhoogden Christus is verborgen, gelijk Paulus zegt: Ons leven is verborgen bij God. Verborgenheid is een trek van alle leven, zoowel geestelijk als natuurlijk. De gansche schepping leeft, doch wij kennen dat leven enkel in de gestalten en werkingen, waarin het zich openbaart. Als wij het leven beschrijven, geven wij uitdrukking aan wat wij daarvan kunnen waarnemen en opmerken. Zoo is ook het leven van de kerk verborgen. Het wordt gekend aan de verschijnselen die daaruit opkomen. Het geestelijke openbaart zich in het natuurlijke, in de werkingen van verstand, wil en gevoel en in alle levensverhoudingen. Het godsdienstige leven is het leven van den godsdienstigen mensch, het leven van den vrome op aarde, het leven van den Christen in deze wereld. Het ageert en reageert in de onderscheidene verhoudingen van de aardsche samenleving. Het drukt een stempel op de levenshouding, beeft een eigen karakter, hetwelk gemeen is aan allen, die uit denzelfden wortel levenskracht ontvangen.

Als de apostel zegt: „Ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij", getuigt hij uit de mystieke levensgemeenschap met den Christus. Dat geldt echter niet alleen hem. Hij roemt niet in een uitgelezen voorrecht, dat hem alleen is ten deel gevallen. In die mystieke gemeenschap zijn allen opgenomen, die van Christus zijn en Hem als hun Verlosser en Zaligmaker omhelzen.

Het leven der kerk is het leven van Christus in de Zijnen, dat is Zijn lichaam. Christus leeft op een verborgen wijze in Zijn kerk. Dat leven wordt gewekt en gevoed door den Heiligen Geest. Daarin is de eenheid en de gemeenschap der kerk. Zoo konden wij dus zeggen, dat de kerk uit het vleeschgeworden Woord leeft, en daarin is haar leven onderscheiden van wat uit den mensch is en met Hem geen gemeenschap heeft.

Hoe zal de kerk dat leven rein houden van de inmengselen van des menschen hart ? Hoe zal zij de werkingen van haar geestelijk leven onderkennen en vrijwaren tegen alles, wat uit de wereld, waarin zij leeft, opkomt en het goud onderscheiden van allerlei mengsel uit de smeltkroes der wereld, dat als edel metaal wordt aangediend? Hier is geen ander antwoord, dan hetgeen past, als wij deze vragen persoonlijk stellen : n.l. Als zij Zijn Woord bewaart. Het Woord is de openbaring des levens, de pilaar der vastigheid en de regel des geloofs. Daarom zal de kerk bij het Woord, d.i. de Heilige Schrift, leven.

Dit nu komt overeen met haar roeping om het Woord trouw te bewaren, want zij leeft in de wereld, predikt in de wereld, heeft een roeping ten aanzien van de wereld. Daarom wordt zij voortdurend bepaald bij het Woord, dat haar licht is, hetwelk zij heeft te verkondigen.

De kerk spreekt niet haar eigen woord, maar zij heeft der wereld Gods Woord te brengen. Zij arbeidt niet op eigen gezag, maar op hoog bevel van haar hemelschen Koning. Zij heeft haar taak en roeping niet zelf bepaald, doch dient in gehoorzaam­ heid in het werk Gods. De kerk en het kerkelijk leven is geen zaak van menschelijke ordinantie, afhankelijk gesteld van tijd en gelegenheid. Van uit haar eigen aard en wezen is zij aan het Woord gebonden. Haar gang is niet in het onzekere, want zij is in de hand des Heeren, die haar tot Zijn getuige in de wereld heeft gezet. Doch ook in de vervulling van haar taak wordt zij uitgedreven naar het Woord.

Immers zij wordt openbaar in deze wereld. Menschen uit het gevallen geslacht van Adam worden tot haar vergaderd. Wel worden deze heiligen genoemd en met dezen naam versierd, doch dit ziet op den nieuwen mensch in Christus. Zij hebben het beginsel des nieuwen levens ontvangen door den Heiligen Geest, doch dragen deze schat in aarden vaten. Als wij dus zeggen, dat de kerk in deze wereld leeft, heeft dat in de eerste plaats betrekking op den strijd van de wereld in de kerk. De aardsche kerk is geen gemeente zonder vlek en zonder rimpel. In haar boezem doen de booze rnachten der ongerechtigheid zich gelden. De mensch is vleeschelijk verkocht onder de zonde en het Koninkrijk Gods is geestelijk. Ja, ook in de vroomheid kan zich zooveel mengen, dat vleeschelijk is. Er zijn ook vrome zonden, die schadelijk werken op het leven der kerk. Wij behoeven niet verder te gaan dan den strijd, die nog in de dagen der apostelen ontstond over de werken der wet, zoodat zelfs een man als Petrus door Paulus werd terecht gewezen. Deze en dergelijke strijdigheden komen telkens weer voor, want de kerk blijft en het geloof blijft, maar de geslachten wisselen en dezelfde dingen keeren altijd weer terug.

Ook in onze dagen kunnen wij gewaar worden, dat de gedeeldheid dergenen, die eenzelfde belijdenis eeren, veeltijds wordt bevorderd door menschelijke inzettingen en gevoeligheden, die voor de waarheid Gods behooren te wijken. Hoe kittelachtig kunnen de menschen onderling zijn,als de een den weg der zaligheid bekwamer weet uit te meten dan de ander. Niet zelden worden maatstaven aangelegd, die niet naar het Woord zijn, zoodat men elkander de zaligheid beknibbelt en schier misgunt, terwijl men met den mond de vrijmacht der genade roemt. Is de weg van Paulus dan de weg van allen ? Zie op den stokbewaarder te Philippi. Zie op Timotheüs. Zie op den Moorman. Zij zijn eenzelfde geloof deelachtig geworden, in één Doop gedoopt en leven hetzelfde leven, doch de leiding des Heeren is niet gebonden aan een bepaald program of voorschrift.

Daarom heeft de kerk voor haar eigen leven voortdurend noodig bij haar belijdenis te worden bepaald, die naar het Woord is. De insluipselen en menschelijke vonden en strijdigheden, die eenmaal werden overwonnen en afgewezen, trachten steeds weer binnen te dringen. Alleen door de tucht des Woords kunnen zij worden bedwongen.

Wij hooren sedert lang allerlei klacht over de verdeeldheid van het kerkelijk leven en over de krankheid der Hervormde Kerk. Het is inderdaad gegrond en de krankheid is ernstig en vraagt niet alleen ons aller belangstelling, doch moge ook uit' drijven tot bezinning en veel gebeds. Belangstelling is er zonder twijfel. De vraagstukken der kerk houden velen bezig en de roep om reformatie, reorganisatie, vereeniging en hereeniging weerklinkt van alle kanten. Bezinning is er ook. Doch heeft het gereformeerde volk in al zijn geledingen en kerkelijke organisatie reeds ernstig stil gestaan bij de gedachte aan een kerkelijke gemeenschap naar Schrift en belijdenis, waarin het gezamenlijk behoorde te leven?

Ook daarop moet men zich bezinnen, want het is eisch der gehoorzaamheid. Het heeft niet te overwegen, of het gewenscht is, dat zulk een eenheid tot openbaring kome. Het meer of minder wenschelijke kan voor degenen, die de gereformeerde belijdenis aanhangen, geen punt van overweging zijn. Het wenschelijke is in deze zaak het menschelijke. Menschelijke overwegingen kunnen ten aanzien van de kerkelijke vereeniging, of wil men hereeniging, vóór en tegen stellen, omdat men zal verliezen wat men gaarne behoudt en misschien aanvaardt, wat men liever niet heeft. Zoolang de menschelijke voorliefde en gevoeligheid aan het woord blijft, zal het bij praten blijven. Maar, zooals gezegd, dat kan alles geen punt van overweging zijn. Als de eisch in het oog wordt gevat, als Woord en belijdenis tot hun recht komen, is het oordeel eenstemmig : alle gereformeerden behooren in één kerkverband.

De vraag kan alleen zijn : Hoe komen wij daar ? Hoe vinden wij den weg der gehoorzaamheid. En dan zal er heel veel menschelijke zwakheid moeten worden overwonnen. Niet de eenheid behoeft te worden gezocht, want die is er. Die is er in het geloof en gemeenschappelijk belijden, zooals dat in de belijdenis is neergelegd. De gereformeerde kerk in Nederland is niet zoek. Zij leeft nog altijd in de spruiten en takken, uitgeschoten uit den wortel van de nationale kerk.

Zij bewaart nog altijd dezelfde belijdenis als den gemeenschappelijken grondslag van haar geloof, al moet worden betreurd, dat zij niet onberispelijk uit haar belijdenis leeft. Ondanks de verdeeldheid en de afwijkingen, waaraan de gereformeerde kerk in dien breeden zin genomen, in verschillend opzicht schuldig staat, is het besef van saamhoorigheid nog niet ganschelijk uitgesloten. Men keurt tet in den grond der zaak niet goed, dat het zoo is, zelfs als men zich in zijn eigen kerk niet ongemakkelijk gevoelt. Ja, het ontbreekt niet aan teekenen, die er op wijzen, dat men den eisch des geloofs laat spreken en tot overleg niet ongenegen is.

Wie zich echter bezint op den eisch zal toegeven, dat de spruiten en takken, al staan zij op denzelfden wortel, uit elkander zijn gegroeid en zich gedragen als waren zij ieder voor zich de kerk. Daarom zal de bezinning op den wortel terug moeten gaan. Terug tot de gemeenschappelijke belijdenis en leeren, dat de ware kerk geestelijk is, terwijl de zichtbare kerk slechts een vorm harer openbaring kan zijn. Men zal moeten aflaten, van het zegel der ware kerk alleen voor de eigene organisatie op te eischen, ja óok dat zij althans de meest zuivere openbaring van haar is, om gezamenlijk te streven naar een kerkelijk leven, dat overeenkomt met den aard en het wezen der kerk. De verschillende gereformeerde organisaties zijn in één opzicht in gemakkelijker conditie dan de Hervormde Kerk, omdat zij op den grondslag der belijdenis staan en dienovereenkomstig kunnen leven en handelen. De Hervormde Kerk heeft nog altijd dezelfde belijdenis, doch zij heeft noodig die te erkennen als haar Confessie en voor het kerkelijk leven tot haar recht te brengen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET VERBOND GODS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's