OVER BRILLEN
Antwoord aan Prof. van Niftrik (II)
En nu het principiële.
In het vorige artikel ,,Lezen en lezen is twee", heb ik beloofd een antwoord te geven op de vraag, die prof. Van Niftrik in zijn artikel ,,De Waarheid en de Waarheidsvriend" mij stelde, n.l. : „Wat betekent nu concreet de krachtterm : De Schrift als absoluut normgevend erkennen ? " Verderop schrijft prof. Van Niftrik : ,,Ons kerkvolk wordt misleid, als het te horen krijgt, dat er mensen zijn als Observator, die de Schrift als absoluut normgevend erkennen en andere, die de Schrift relativeren. Observator moet nu maar eens horen, dat hij daarmede mede-christenen wondt en pijn doet en krenkt en ergert. Het gaat bij Barth om het volstrekte gezag van de Bijbel over de Kerk en het theologisch denken".
Door deze laatste zinnen kunnen wij des te beter de bedoeling van de vraag van prof. Van Niftrik verstaan. Het gaat dus in het kort om deze kwestie : Op welke gronden zien wij de H. Schrift als absoluut normgevend, wat is de zin van deze uitdrukking ? En welke motieven hebben wij om te zeggen, dat met vele anderen Barth en de Barthianen de Schrift relativeren ?
Mijn taak is, hierop een antwoord te geven.
Ik hoop dat.in één of meer artikelen te doen.
Ik begin met een zin uit het artikel van prof. Van Niftrik, waarmede ik het volkomen eens ben en wat ik in andere woorden in mijn artikel ook heb betoogd, n.l. dat wij de Schrift allemaal met een bril op lezen.
Prof. Van Niftrik noemt een gereformeerde bril, een lutherse bril, een barthiaanse, een piëtistische, een mystieke. Ik kan er nog aan toevoegen, een vrijzinnige bril, een thomistische bril, een Anglikaanse bril, een Grieks Katholieke bril, etc. etc.
Ook zijn er niet-theologische brillen : een aesthetische bril, een litteraire bril, een ,,we tenschappelijke" bril, een archeologische bril, een philosophische bril, een hegeliaanse bril. etc. etc. Altemaal brillen om daarmede de H. Schrift te lezen.
Ieder mens nadert met een zeker apriorisme de Schrift, d.w.z. hij heeft van tevoren, apriori, reeds een bepaalde zienswijze of levensbeschouwing, van waaruit hij de Schrift gaat onderzoeken.
Allen zijn wij beïnvoed, voorbereid, gevormd, gekneed door de omstandigheden, waarin wij leven, milieu, opvoeding, onderwijs, ook eigen karakter, geestelijke gaven, etc. etc.
Als we nog verder doordenken, dan komen wij tot de conclusie, dat ieder mens op zijn eigene wijze de Schrift nadert; het individualisme laat zich ook in dit opzicht niet onbetuigd.
Sommigen achten dit volkomen normaal en gunnen een iegelijk zijn eigen interpretatie, dank zij het feit, dat er dan toch nog „iets" is, dat interpretatie verlangt.
Zulk een vrijzinnig standpunt verdedigen wij niet.
Doch prof. Van Niftrik schrijft: ,,Nu zijn er brillen en brillen. Sommige brillen zijn helemaal ongeschikt om het Woord Gods te lezen, andere zijn goed geschikt en er zijn er, die zeer geschikt zijn. Ik meen, dat de Barthiaanse bril zeer geschikt is. Maar ik houd er rekening mee, dat ik door die bril ook niet alles zien en horen kan. Daarom wil ik mij door anderen (met een andere bril op) laten leren".
Dit is het zuiverste individualisme (,,helemaal ongeschikt", ,,goed geschikt", ,,zeer geschikt", „ik meen").
Het individualisme van de 19de eeuw, waartegen Barth altijd gevochten heeft, komt ineens om de hoek gluren.
En het individualisme is het broertje van het relativisme !
Maar, wat wilt ge dan ? — zal prof. Van Niftrik vragen.
Dit - en nu zet ik de zo juist onderbroken lijn door — bij alle verschillende brillen is er één bril, die de enig juiste is, de enige, waardoor men de Schrift zuiver en naar waarheid ziet. En dat is niet de hegeliaanse bril, niet de thomistische, niet de barthiaanse, maar de bril, die de H. Schrift, zoals die daar ligt, als Gods Woord erkent, dat is de bril, waarmee onze Ned. Geloofsbelijdenis de H. Schrift nadert: „De H. Geest getuigt in onze harten, dat ze van God. zijn". Artikel 5).
Wij willen alleen door die bril zien.
Nu erken ik wel, dat toch in ieder mens ook met deze belijdenis van Gods Woord het karakter der persoonlijkheid blijft gelden — gelukkig maar, anders zouden we allen een cliché geloof hebben — maar het persoonlijke „aanvoelen" van de Schrift neemt één gemeenschappelijke overtuiging, de enigheid des geloofs: de Schrift is Gods Woord, niet weg.
De Schrift dient zich als zodanig aan en de Kerk belijdt dit.
Met deze ,,Gereformeerde" bril heeft onze Kerk de Schrift te lezen, omdat de belijdenis onzer Kerk (art. 2.—7 Ned. Geloofsbelijdenis) zich als zodanig uitspreekt.
Dus u gaat van een axioma uit — zal prof. Van Niftrik in 't midden brengen.
Ja, evenals Barth en de Barthianen, evenals de rationalistische school, de godsdiensthistorische school, de hegeliaanse philosophic, de existentiephilosophie, de thomistische theologie, enz.
Allen gaan van een bepaald axioma uit, van een beschouwing, die de visie op en het onderzoek van de Schrift bepaalt,
hetzij het rationalistische standpunt (Rationalistische school).
hetzij het absoluut-idealistisch (Hegel, Marbeineke). standpunt
hetzij het historisme (Troeltsch),
hetzij het tijd-eeuwigheid schema (Barth),
hetzij de synthese: Aristotehsch-Christelijk denken (Thomisme).
Ons axioma is het geloof en de belijdenis der Kerk, dat de H. Schrift tot ons komt als Gods Woord, naar het getuigenis van de H. Geest in ons hart.
Dit is geen verklaring, geen bewijsvoering, maar de belijdenis en het geloof der Kerk.
Nu kunnen we alle andere brillen laten rusten, als in onze discussie niet ter zake dienende — Barth verwerpt ze ook in de Kirchl. Dogmatik, en prof. Van Niftrik spreekt over helemaal ongeschikte brillen — alleen willen wij ons in een volgend artikel bepalen bij de Barthiaanse en de Gereformeerde bril.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's