DE HOFNAR VAN GELRE
FEUILLETON
EEN VERHAAL UIT HET BEGIN DER ZESTIENDE EEUW
Thans evenwel, niet wetende waarheen hij zich in zijn onrust en verlatenheid zal wenden, komt hem dit geheimzinnig schrijven weder in de gedachte, 't Is toch een geringe moeite, mij even in „De blauwe Hen" te vervoegen, denkt hij. Wie weet wat men mij heeft mee te delen, 't Kon wel iets zijn met betrekking tot ons klooster. Bij die overlegging is 't hem zelfs, of een geheimzinnige macht hem aandrijft aan het verzoek van de vreemde gehoor te geven.
Dus op weg.
't Is donker in Arnhem's straten, ofschoon in de vooravond van een zomerdag, want de nodige straatverlichting ontbreekt, terwijl de hemel van horizont tot horizont met roetzwarte, hier en daar gelig gerande wolken bedekt is. Een onrustige wind steunt bij tussenpozen door de kruinen der hoge iepen langs de weg en drijft een afmattende zwoelte voor zich uit. Daar vallen reeds enkele grote druppels als voorboden van een opkomend onweer.
Bernardus let er niet op, maar loopt met gezwinde pas een paar nauwe kronkelstraten door.
Daar breekt de bui los. Het hemelvuur speelt reeds om de hoge Eusebius-toren heen; de donder gromt en rommelt
Nu begrijpt onze monnik, dat hij zich móet haasten, om vóór 't erger wordt, onderdak te zijn.
Gelukkig, daar is reeds de Grote Markt. Kijk, bij die bliksemstraal kan hij in ééns duidelijk al de hoge gebouwen bij en op het Marktplein onderscheiden: aan die zijde het Hof van Gelre, ginds het Duivelshuis. Vlak bij 't Duivelshuis moet hij wezen.
Nog doet hij enige stappen en
Eensklaps schiet een oogverblindende bliksemstraal neer, alles in 't rond als in tover uit de duisternis tot helle klaarheid oproepend, vooral dat Duivelshuis met zijn afzichtelijke, grijnslachende stenen monsters boven de ramen. Een ogenblik ziet Bernardus hun gegrijns, en hij huivert. Dan — een knett'rende ratelslag, zó hevig of de hoge Eusebiustoren op de stad neerstort
Van hevige schrik als verlamd, blijft Bernardus met knikkende knieën staan. Onwillekeurig keert hij zich om en.......
„Als eens !" stamelt hij ontzet.
Meteen hoort hij een verward gejoel en er boven uit een benauwend geroep van „Brand!"; straks met de bijvoeging: „Ginds, in 't klooster der Conventualen!"
Dat is teveel voor het door vasten en bidden en smartende onrust verzwakte lichaam van de jonge monnik.
„Bij alle Heiligen, o God!.... Uw straf! kreunt hij en zinkt dan bewusteloos op het Martkplein neer.
Hoofdstuk III.
Een geestige Nar.
Gelre's 5) geschiedenis kent ook haar schandvlekken. Een er van is opgetekend uit het jaar 1465. In de nacht van 9 Januari werd de toenmalige hertog Arnold door zijn zoon Adolf in zijn slot te Grave opgelicht. De ontaarde vorstentelg voerde de oude man, wien hij 't zelfs niet vergunde de onderkleren aan te trekken, vier uur ver bij strenge vorst over het ijs naar Lobith en liet hem door gewapende handlangers de nacht daarop naar het kasteel te Buren overbrengen. Hier sloot hij de grijsaard in een nauw kamertje op en hield hem er gevangen — zes jaren lang. Inmiddels nam hij de teugels van het bewind in handen.
5) Gelre, oude naam voor een deel van het tegenwoordige Gelderland.
9)
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's