De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE HOFNAR VAN GELRE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE HOFNAR VAN GELRE

FEUILLETON

3 minuten leestijd

Een verhaal uit het begin der zestiende eeuw

   Die mooie avond-hemel kunnen onze gevangenen, wel is waar, niet aanschouwen, zelfs geen stukske ervan, doch door het tralievenster daarboven dringt niettemin nog iets van het dommelig avondlicht heel, heel eventjes tot hen door. Het stelt hun in staat, gewend als ze zijn aan duisternis, elkaar als donkere gedaanten waar te nemen.
   Bij Resius' laatste woorden heeft Siebe onwillekeurig naar boven gekeken, naar het raampje, waardoor het weinige schemerlicht naar binnen vloeit. Dat licht, hoe gering dan ook, herinnert hem aan het grote Licht, dat van Boven in zijn duistere ziel is gevallen, gisteren pas ; en het geeft hem blijde verwachting voor de toekomst. Het doet hem hoop koesteren, dat de eere, die hem zo uit zijn geestelijke duisternis in het goddelijk licht voerde, ook de Machtige is, om hem uit de duisternis van de kerker uit te brengen. En weer levendig komt hem de tekst te binnen, nog kort geleden door zijn neef tot zijn bemoediging uitgesproken : „Ziet, des Heeren oog is over degenen, die Hem vrezen, op degenen, die op Zijne goedertierenheid hopen".
   En geheel anders dan in de ogenblikken van zijn bijgelovige vrees roept hij thans uit :
   ,,Maar, neef, als die zot ons helpen wou, dan was ons gebed reeds verhoord ! Och, gebeurde het maar spoedig ! — Maar hoe zou hij 't aanleggen ? "
   „Patientie, Siebe : die geloven haasten niet. Hoe wij gered zullen worden, kan ik natuurlijk niet zeggen, maar dat er redding komen zal, daarvan ben ik zeer zeker overtuigd."
   Onder levendige gesprekken verstrijkt de avond. Hoe laat het echter is, weten de mannen niet, doch afgaande op de lange tijd, dat de duisternis in het gevangenhok en de nachtelijke stilte daar buiten heersen, moet het omstreeks middernacht zijn.
   Aan slapen wordt noch bij Siebe noch bij Resius gedacht. Toch zijn de gesprekken langzamerhand verflauwd, ja, houden eindelijk geheel op.
   Wat Siebe betreft, als de zo vurig verbeide redding zo lang op zich laat wachten, verliest hij van lieverlede wederom veel van zijn eerste opgewektheid.
   Als men toch eens niet kwam, overlegt hij. Als de zot hen toch had bedrogen ! 't Is reeds zo ver in de nacht ; nog een paar uur en — redding is onmogelijk ! En morgen ! ach, wat zal beiden dan boven 't hoofd hangen !
   Maar kijk, glijdt daar geen schaduw voorbij het raampje ? En hoor, knarst en vijlt en schuifelt het niet daarboven ?
   „Neef, zou men ? "
   Ja, Resius heeft ook iets vernomen.
   Hoor, daar valt een stukje kalk naar beneden. Geen twijfel meer : redding is nabij !
   Intussen gaat het knarsen en vijlen voort, heel zachtkens, maar niettemin geregeld. Er wordt thans zelfs bij gefluisterd.
   Daar houdt het op. Een ruk en •— een knap als van een stuk ijzer, dat afbreekt.
   Een poos is alles stil ; de schaduw voor het raampje is nu verdwenen.
   Zouden ze bespied zijn ? Thans, nu de bevrijding haast kan beproefd worden ?
   Bij beide gevangenen bonst het hart van spanning.
   Maar neen, toch niet. Hoor, daar begint het weer ; dezelfde geluiden van zoeven.

 

 (Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE HOFNAR VAN GELRE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's