De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE HOFNAR VAN GELRE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE HOFNAR VAN GELRE

FEUILLETON

3 minuten leestijd

Een verhaal uit het begin der zestiende eeuw

   O, 't klinkt beiden zoeter in de oren dan in vroeger tijd hun ooit de mooiste Kerstzang in „de heilige nacht" het devote hart heeft gestreeld, als zij in 't koor der kloosterkerk te midden der anderen plechtig meezongen het loflied op de geboren Heiland.
   Intussen wordt er weer flink doorgewerkt. Weldra knapt een tweede tralie af. Een kwartier later nóg en nóg een en — alle zijn nu verwijderd.
   Maar hoe thans naar boven ? De wand is wel ruw, echter niet geschikt om er, al was men de vlugste acrobaat, zonder hulpmiddelen tegen op te klauteren, en het venster is hoog.
   Daar komt iets door 't raampje halverwegen naar binnenhangen. Ten minste, dat begrijpen ze, schoon ze 't niet goed kunnen waarnemen.
   Zijt ge klaar ? ruist het geheimzinnig van boven met een fluisterstem.
   Het is blijkbaar de hoge stem van de nar. „Ja, goede vriend, " fluistert Resius terug.
   „Maar hoe komen wij boven ? " „Ah !" horen ze, gevolgd door een onderdrukt gelach. „Dus nu toch begrepen, de zotten ! — Hier, vat aan : een touw met een lus. Maak je klaar : eerst de een, dan de ander. Vooraf me beloofd, dat je me nooit zult verraden."
   „Wij beloven het op ons erewoord, goede vriend, " Resius terug.
   „Buono ! Dan je gereed houden. Wij zullen je ophijsen."
   Het raampje wordt nu wederom vrij.
   Op de tast heeft Resius het touw aangegrepen.
   „Hier, Siebe, jij eerst."
   "Neen, u eerst, u is de oudste, " zegt Siebe. Als Resius echter blijft aandringen, geeft Siebe eindelijk toe en bevestigt de lus onder zijn armen.
   Ternauwernood is het touw gespannen of een sterke arm begint op te trekken. Siebe kan hier en daar zijn voet op een vooruitstekende oneffenheid van de wand zetten, waardoor hij het trekken vergemakkelijkt.
   Als zijn hoofd even boven het vensterkozijn komt uitsteken en hij dit reeds met beide handen krampachtig heeft vastgegrepen, voelt hij zich eensklaps door een ijzeren vuist in zijn monnikspij aangepakt en in een ommezien naar buiten getrokken.
   Het raampje blijkt, van de buitenkant gezien, niet hoog, zodat Siebe zich, eenmaal er door, meteen op de begane grond bevindt. Hier ontdekt hij behalve de nar, nog een man, een Herkules gelijk, 't Is dezelfde, die hem daar net zo stevig heeft vastgegrepen, en zonder wiens gespierde reuzearm het de tengere nar nimmer zou gelukt zijn, om op deze wijze zijn plan te volvoeren.
   Maar, o wee als Siebe een woord van dank wil fluisteren en de sterke redder aanziet, slaakt hij een nauw onderdrukte kreet van ontzetting. Want ja, wat hij daar aanschouwt, doet zijn hart van schrik even stilstaan : bij 't flauwe, nachtelijke schemerlicht ziet hij voor zich een reuzengedaante met een glimmend, zwart gezicht en koolzwarte handen ; grote, schitterende ogen en een brede mond, waaruit hem een rij witte tanden vervaarlijk toeschemeren.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE HOFNAR VAN GELRE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's