De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

AUGUSTINUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

AUGUSTINUS

7 minuten leestijd

II.

Belangrijk is ook, dat de school van Plotinus hem een ander inzicht gaf in 't wezen van 't kwade. De Manichaeërs hadden aan het kwade een eigen zelfstandigheid toegedacht. God zou zo buiten het gebied van het kwade staan. Dit bracht hem in conflict met de leer van Gods alomtegenwoordigheid : er is niets, dat niet van God is. Was God dan de auteur van het kwade ? Een bevredigende oplossing van deze intellectuele moeilijkheid bood hem de metaphysische zondeleer der Neo-Platonici: als alles zijn oorsprong heeft in het ene, absolute Zijn en daarin weer terugkeert, en dit ene, absolute Zijn goed is, dan moet al het uit het Zijn voortgekomene óók goed zijn. Dan is het kwade slechts te verklaren uit de afwezigheid van het goede, het niet-meer-zijn, het verlies van werkelijkheid, , , Seinsverlust".

Wanneer de wil van de mens van zijn oorspronkelijke, essentiële richting op dit Zijn, d.i. het goede, is afgeweken, is hij op niets gericht, is hij niets, is hij boos. Reeds in deze periode poogt Augustinus binnen het kader van de Neoplatonische zijnsleer te komen tot een voorlopige fundering van de menselijke wilsvrijheid die hem evenwel voor vele vragen zal blijven stellen.

De ontmoeting met bisschop Ambrosius, die hij in Milaan, waar hij tot leraar in de rhetorica was benoemd — 384 — leerde kennen, betekende voor Augustinus het grote keerpunt in zijn leven. Onder Ambrosius' dwingende invloed ontsloot zich de bijbel voor hem en leerde hij buigen voor zijn gezag. Niet zonder innerlijke strijd werd het ontdekkende licht hem geschonken ; strijd met allerlei moeilijkheden van het O. T., strijd ook en vooral met de begeerten van het vlees. Gedreven door bewondering voor het leven der mon­ niken, die in vrijwillige afstand van de genietingen der wereld zich in de practijk der ascese alleen aan God wijdden en overweldigd door de mysterieuse vermaning van een uit een naburig huis vernomen kinderstem, de bijbel ter hand te nemen, besloot hij, gegrepen door de lectuur van Rom 13 VS. 13 en 14, de onzekerheid van een christelijk leven te verkiezen boven de zekerheid van een wereldse loopbaan, rijk aan verwachtingen. In 387 werd hij te Milaan door Ambrosius gedoopt, tezamen met zijn zoon Adeodatus en zijn vriend Alypius.

Een jaar na zijn doop keert Augustinus terug naar zijn geboorteplaats. Monica, die haar diepste wens door de bekering van haar zoon in vervulling had zien gaan, was intussen gestorven. In 396 tot bisschop aangesteld over Hippo Regius, bleef hij dit ambt tot aan zijn dood toe uitoefenen (430). Vier en dertig jaar is Augustinus hier bisschop geweest en had hij de zorg over en de verzorging van deze stadsgemeente, werd hij betrokken in allerlei pastorale problemen, kleine en grote. Rusteloze activiteit kenmerkte zijn arbeid in deze parochie : het kon gebeuren, dat hij soms 5 maal achter elkaar moest preken en vaak 2 maal per dag.

Maar.... hier heeft Augustinus in en vanuit zijn pastorale bedrijf met monumentale spankracht zijn wereldomvattend systeem geschapen en een bouwwerk doen verrijzen dat een wegwijzer zou zijn in de nacht van eeuwen voortdurende kerkelijke en dogmatische controversen, dat steun zou bieden aan de rationalistische methodenleer van Cartesius, maar tevens met Luther, Calvijn, Pascal en Kierkegaard het wijde erf der theologie zou beheersen tot op deze tijd in-een levend, existentieel appèl aan de huidige, wetenschappelijke bezinning. Van Hippo uit heeft Augustinus de Noord-Afrikaanse kerkpolitiek geleid, en heeft hij zijn , bonte reeks van meditatieve, apologetische, polemische en thetisch-dogmatische geschriften het licht doen zien. Hier heeft hij positie gekozen tegen de geestelijke stromingen van zijn dagen en ketterijen en scheuringen bestreden, kortom hier is voltooid een , , monumentum aere pereimius". Het is ondoenlijk, hier ook maar een greep te doen uit de, veelheid van zijn werken — wij noemen slechts de Coiüessiones (Belijdenissen), kort voor 400 geschreven, de „de Civitate Dei" (de staat Gods), geschreven tussen 413 en 426 en de „de Trinitate" (tusschen 399 en 419). De belijdenissen beschrijven in gebedsvorm (een literaire vorm, die uniek was in die tijd; confessio heeft een tweeledige inhoud: belijdenis óf van zonde óf van lof) het uiterlijk en innerlijk leven van de auteur van zijn geboorte af, afgewisseld door beschouwingen van philosophischpsychologische kleur : het geheugen en de tijd (boek 10 en 11) en een exegese van het scheppingsverhaal.

De gebeurtenissen van zijn leven : zijn uitermate fascinerend beschreven, doorlopend getuigenis van een ongeëvenaarde scherpte van blik en subtielanalyserend vermogen. Dezer dagen is er weer eens de aandacht op gevestigd dat de Confessiones alle tijden omspannen en daarom tijdloos zijn — zij raken d.e mens tot in het diepst van zijn ziel en vertegenwoordigen zozeer de spanningen, worstelingen, ups en downs van de diep in zichzelf borende mens, , dat de lezer in dit boek eigen strijd en onmacht, twijfel en vertwijfeling, verruiming en bevrijding in het licht van Gods barmhartigheid doorleeft. Zij be- Jioren tot de wereldliteratuur.

De , , Staat Gods" is geheel anders van toon. Het is een indrukwekkend apologetisch geschrift.

Het eerste deel stelt zich te weer tegen de misvatting alsof de ondergang van Rome te wijten zou zijn aan de verwaarlozing van de heidense cultus door de zuiverende werking van het Christendom. Allerlei voorbeelden uit de Griekse en Romeinse geschiedenis illustreren het tegendeel. De laatste 12 hoeken geven een groots opgezette visie van de principiële, antithese van de staat Gods en de staat van de duivel, die in de eerste zes perioden der wereldgeschiedenis nog ongescheiden en vermengd voortbestaan, maar eenmaal : op de zevende dag, de sabbath der ruste, gescheiden en onvermengd zullen zijn.

Wij kunnen hier •— helaas — niet dieper op ingaan. Dat dit imposante geschiedwerk met name in de middeleeuwen een grote autoriteit bezat, vindt zijn verklaring in deze opvallende tournure dat de kerk niet alleen meer onder de geestelijke heerschappij der heiligen staat, maar ook gefundeerd is in de ambtelijke leiding der bisschoppen. De priesters kunnen in de kerk heersen en ook de staat regeren. De idee van de kerkstaat zagen de middeleeuwse vorsten en theologen in de , , Gods- «taat" voorgetekend. De belangstelling er voor is vooral bij de geschiedenisphilosophen uit onze dagen toenemende.

De , , de Trinitate", Augustinus' dogma­tische hoofdwerk, is een van de moeilijkste geschriften. Augustinus poogt hier met behulp van de oeconomie van het menselijk bewustzijn ontleende analogieën (geest-kennis-liefde ; herinnering-verstand-wil binnen de eenheid van het zelfbewustzijn) tot klaarheid te komen inzake het mysterie der Drieeenheid. Aan het slot moet hij bekennen, dat wijsigerige kennis te kort schiet, haar te benaderen.

Dit waren —• uitermate sober en gebrekkig — enkele gedachten uit Augustinus' belangrijkste werken, in Hippo geschreven.

Grote overwinningen boekte Augustinus op de principale punten tegen de Manichaeërs, het Donatisme en het Pelagianisme. De bestrijding der Manichaeërs vereiste eindeloze discussies en het schrijven van vele polemieken. Tussen 388 en 400 woedde deze strijd het hevigst. In 411 werd op een bijeenkomst te Carthago het Donatisme veroordeeld en zeven jaar later werd de leer van Pelagius officieel in de ban gedaan.

Zo heeft deze man, vaak eenzaam, op een betrekkelijk afgelegen post door de indrukwekkende kracht van zijn persoonlijkheid, door zijn profetisch charisma, zijn intuïtieve werkelijkheldsbeleving, zijn diep-psychologisch inzicht, zijn universalisme, zijn oorspronkelijkheid maar bovenal door zijn , alle moeilijkheden te boven komend geloof in de liefde Gods, zichzelf eeuwen overleefd. Een ontmoeting met Augustinus blijft een gebeurtenis. In 430 stierf hij enkele maanden nadat de Vandalen het beleg om Hippo hadden geslagen, 76 jaar oud.

(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

AUGUSTINUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's