De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BEZWAREN TEGEN 15O PSALMEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BEZWAREN TEGEN 15O PSALMEN

PROEVE VAN EEN NIEUWE BERIJMING

15 minuten leestijd

Men heeft, met geringschatting van de traditie en van de gehechtheid waarmede vele kerkleden aan de psalmen in de oude berijming vertoonden zijn, gestreefd naar gehele vernieuwing ook daar, waar dat zeer bepaald niet nodig en dus ook niet gewenst was. Meer eerbied t.o.v. verschillende „klassieke psalmen", die welhaast tot kerkelijke volksliederen geworden zijn, was zeker op zijn plaats geweest. Het moet toch mogelijk zijn in vele psalmen van de oude berijming de voop ons taalgevoel hinderlijke of gebrekkige dingen te veranderen en zo nodig bepaalde verzen te herdichten. Dat deze werkwijze mogelijk is bewijst b.v. ps. 25 van de „Proeve". Andere voorbeelden zijn: ps. 67 : 2 en 3; 75 : 1; 79 : 3 en 5; 86 : 4; 89 : 8; 116 : 1 en 3; 124 : 1; 126 : 1; 130 : 4, 133 : 3, 138 : 3 en 4.

Het zal voor hen, die bij de psalmen in de oude berijming zijn opgegroeid, een offer betekenen deze te moeten prijsgeven. Zij zullen daartoe alleen bereid zijn als het in de plaats ervan gebodene van hoog gehalte is en klaarblijkelijk de onberijmde psalmen beter weergeeft. Bij de „Proeve" is meermalen (het tegenovergestelde het geval. Men vergelijke (eerst wordt de oude ber. genoemd, daarna de nieuwe): 4:4b met 4 : 3; 5 : 12 met 5 : 7; 17 : 8 met 17 : 7; 20, 42 en 68 geheel met nieuwe ber.; 76 : 1 met 76 : 1; 80 geheel; 82 : 3 en 4 met 82 : 3; 93 geh.; 96 : 9 met 96 : 7; 98 geh.; 99:7 met 99:7; 100 en 110 weer geheel.

Een ander bezwaar is, dat op verschillende plaatsen het rijm ontbreekt of onvolkomen is. Dat moge voor moderne gedichten geen bezwaar zijn, in een psalmberijming is het een gebrek. Het is een bekend feit dat bij het leren van verzen zuiver rijm grote steun biedt aan het geheugen. En psalmverzen moeten toch geleerd worden? Voorbeelden: 2 : 1 Here—scheuren; 3 : 1 schild—geschuild; 22 : 4 Vader—nadert; 25 : 7 vinden— vrienden; 35 : 3 gelijk—bevrijdt; 61 : 3 vogel— mogen; 38 : 7 vrienden—beminden; 61 : 7 schalt— overstraald; 68 : 1 vlucht-aangezicht; 69 : 5 staande—schaamte; 78 : 15 verwonderd—veranderd; 105 : 3 vriend—kind; 119 : 10 Godlof—geloof; 119 : 11 schreit-mij; 138 : 1 vertoeft— hoofd; 146 : 4 spijze—bevrijdt ze; Van armoede getuigt m.i. het gebruik van dezelfde woorden als rijm: 21 : 6 brengen-volbrengen; 22 : 12 is—is; 38 : 12 mij—mij; 47 : 2 aan—aan; 77 : 1 vinden— vinden; 92 : 7 zijn—zijn; 107 : 13 Hij—Hij; 111 : 6 is—is; 118 : 3 schuilen—schuilen; 119 : 14 zijn-zijn; 124 : 4 Heer—Heer—Heer, vrijgemaakt—gemaakt; 132 : 5 zijn—zijn; 132 : 8 heeft—heeft. Van rijkdom getuigt ook niet het tweemaal in één vers gebruiken van dezelfde rijmwoorden: 34 : 5; 72 : 5; 86 : 5.

Het vormen van nieuwe woorden moet, dukt mij, in een psalmberijming achterwege blijven. B.v. bevleugelen (18 : 11 en 103 : 2); verwees zijn kroost, verweeuw zijn gade (109 : 4). Totterdood (18 : 5 en 69 : 2) en metterdood (88 : 7) waren tot heden in onze taal niet gebruikelijk.

Ook verouderde woorden als tempeest (83 : 5) en gebenedijd (100 : 3) kan men beter achterwege laten.

Sommige verzen van de „Proeve" zijn meer gedichten naar aanleiding van de psalmtekst, dan een berijming ervan. Voorbeelden volgen.

Ps. 21 De gehele berijming hiervan is een gebrekkige weergave van de tekst. In vs. 1 komt zonder enige aanleiding de veelgesmade deugd om de hoek kijken. Het heilzaam licht (4) staat niet in de tekst, de aan voegende wijs van vs 5 ook niet. „Spant ook d'onzaal'ge nog een strik om U ten val te brengen" (6) is een niet geslaagde berijming van: „Als zij onheil over u (niet U) willen brengen". Wat een ouderwetse contractie: d'onzaal'ge!

Ps. 22 Vreemde dingen in deze berijming: vs. 5 jonge stieren, die met hun hoge hoornen en bliksemende ogen op mij toornen.

VS. 7 Mijn lijf verteerde tot de lege som van mijn geraamte.

VS. 8 Mij Sterke, spoed U, ik behoef U zeer! Mijn vege rest

VS. 10 Die lag verneerd in vernedering. Een pleonasme.

VS. 11 O, haal uw hart op aan zijn gunstbewijzen. Dit is triviaal. 

Ps. 23 : 1 is een mooi vers, maar de accenten liggen anders dan in de tekst. Verg. „Ik wil van God als van mijn Herder spreken". Tekst: De Here is mijn herder, mij ontbreekt niets. 23 : 2 „Richt Gij mij toe het nachtmaal der genade". Dit wekt gedachten aan het H. Avondmaal, gedachten die niet in de tekst liggen.

Ps. 27 De inhoud van deze psalm is in de oude berijming beter weergegeven dan in de nieuwe. Het ware beter geweest, met verandering van enkele niet meer gebruiikelijke uitdrukkinigen, de oude toerijming zoveel mogelijk te handhaven.

Vs. 1 De tekst: „Toen boosdoeners op mij afkwamen" „mijn tegenstanders en mijn vijanden" is verzwakt tot: „Of zich de boosheid tegen mij verbindf". Dientengevolge kon men ook de woorden: „zijn zij zelf gestruikeld en gevallen" niet plaatsen.

Anderzijds wordt in de volgende verzen heel wat toegevoegd dat in de tekst niet staat.

Ps. 33 : 3 „Hij sluit de oervloed in de schuren" is een enigszins vreemde beeldspraak. Vs. 4 „Aller volken streven rust in Gods beleid lijkt ook niet juist.

Ps. 35 : 1 „Ik heb voor u mijn leven veil" staat niet in de tekst en is een vreemde uitdrukking om God in de mond te leggen.

35 : 3 „Zo zal mijn hart zich voor den Heer vrolijk verhogen tot zijn eer is een aanvechtbare zin. Evenzo: „Al mijn vlees en bloed zal zingen". • 35 : 5 „Zijt Gij mijn brullen nog niet moe? " Als er sprake is van brullen, dan bij de jonge leeuwen (tekst ws. 17) maar niet bij de dichter. „Verlos mij als uw onderpand" is toch maar een vreemde weergave van: „Verlos toch mijn ziel van hun verwoestingen". De oude berijming vanj VS. 8 b is beter.

35 : 10 „Uw heil, den gansen lieven dag!" M.i. in een psalmberijming misplaatst.

Ps. 42 : 1 „Schreeuwt mijn ziel om God te vinden. Die ik ademloos verwacht. Iemand die schreeuwt is niet ademloos. Als geheel is dit vers zeker niet beter dan vs. 1 oude ber., evenmin als de vs. 3 en 7. De „vleugellam geslagen ziel" evenals de „ziel, gekerkerd in verlangen" (vs. 4) is klaarblijkelijk ingevoegd om het mooi te maken. 42 : 5 Hoeveel beter wordt in de oude ber. de tekst (9) weergegeven dan in dit nieuwe vers. Hier kan men rustig Lucas 5 : 39 toepassen,

Ps. 45 : 4 Kon men niet iets anders bedenken voor de „hoogwelgeboren vrouwen"? Tekst (15): jonkvrouwen in haar gevolg, haar vriendinnen. 45 : 6 Een ingewikkelde omhaal van woorden om de eenvoudige tekst (17) weer te geven: Op de plaats uwer vaderen zullen uw zonen staan.

Ps. 48 : 3 „Ons hart is in uw liefde thuis" is wel een erg gemeenzame uitdrukking voor: Wij gedenken, o God, uw goedertierenheid, (tekst vs. 10).

Ps. 49 : 1 „Mijn lier zal u een raadsel openbaren". Een merkwaardige lier! In de tekst (5) staat: Ik zal mijn geheimenis bij de citer ontsluieren.

Ps. 50 : 1 Vergeleken bij het machtige vs. 1 van de oude berijming, dat ook beter de tekst weergeeft, is dit maar een slap geval.

Ps. 51 : 3 „De overmacht van bloed en duisternis, waarin ik ben ontvangen en geboren is een verdoezeling van de klare taal van de psalm (vs. 7): Zie, in ongerechtigheid toen ik geboren, in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen. 51 : 7 Hierin staat veel meer dan in de tekst (20, 21).

Ps. 52 : 5 Is geen toevredigende weergave van de tekst (10 en 11). Wat de seizoenen erbij doen is niet duidelijk. „Ik zal uw naam verwachten — want die is goed — weer te geven door: „Wij wachten, aan U toegewijd, uw goed aanwezigheid" lijkt nogal banaal.

Ps. 56 : 3 „dit is mijn toeverzicht". Een germanisme - zuversicht.

Ps. 58 Met 4 strofen (oude ber. 8) is de psalm niet voldoende gehonoreerd. Vooral de tweede helft (vs. 7—12) is er schraal afgekomen. 58 : 2 „de tongen van de fluit" zal wel tonen moeten zijn.

58 : 3 „Als stro in de wind verloren gaan". Dit zal wel kaf moeten wezen.

Ps. 60 : 3, 4. Dit kan men moeilijk meer een berijming noemen; het is veeleer een gedicht naar aanleiding van de tekst. De namen van stammen, plaatsen en landen zijn verdwenen. Die staan toch niet voor niets in de psalm. Hetzelfde geldt uiteraard voor 108 : 3, 4.

Ps. 62 : 4 „Hij zal u nieuwe hoop doen horen" is een twijfelachtige zin.

62 : 7 „Nu weet ik dat Hij alle macht geeft". De tekst (12): de sterkte is Godes — betekent dat God alle macht heeft, zoals ook (13) de goedertierenheid bij Hem is,

Ps. 65 : 4 „Gij plant de bergen vast in d'aarde, omgord met heldenmoed". De tekst (7) heeft: met sterkte omgord. Lijkt mij niet hetzelfde. „De tekens uwer macht". Teek'nen is beter. „U prijzend komt het licht gerezen, het juicht tot in de nacht". Tekst (9 b): waar de morgen gloort en de avond daalt, brengt Gij gejuich.

Ps. 67 Een goed voorbeeld hoe met geringe wijzigingen van de oude berijming een goed vers verkregen kan worden. Had men dit meer gedaan!

Ps. 68 Dit is weer meer een gedicht naar aanleiding van de psalm dan een (berijming. 68 : 1 Waarom moest de machtige aanhef van deze strijdpsalm verdwijnen en zulk een kreupelrijm er voor in de plaats komen?

68 : 2 Het beven zelfs (van) de Sinaï voor het aangezicht van God, de God van Israël is verdwenen. „Dit is uw Woord", maar

68 : 4 „God gaf zijn woord" (waarom nu geen hoofdletter? )

„Zij dekken als de sneeuw het veld". Tekst 15): toen . . . . sneeuwde het door haar op den Salmon. 68 : 5 Het gebergte van Basan (in de tekst tweemaal genoemd) is verdwenen.

„Ontelbaar is de ruiterstoet enz." Tekst (18): Gods wagens zijn tweemaal tienduizend, duizenden bij duizenden. Hier worden toch de engelen bedoeld? Van heel die intocht van den Heer aan 't hoofd van zijn vazallen lees ik in de tekst niets.

68 : 6 Als dit een berijming moet zijn van de tekst (18, 19) is die wel heel vrij.

„Vurige wagen, vurig paard" hoort thuis in 2 : Kon. 2 : 11.

„Wolk die den Heer verhulde" hoort thuis in Hand. 1 : 9.

Het in de oude ber. gewraakte „Almachtig Opperwezen" wordt toch gebruikt.

68 : 7 Is wel mooi, maar er staat heel wat meer in dan in de tekst (20, 21).

68: 8 Basan is weer verdwenen evenals: opdat gij uw voet baadt in bloed, de tong uwer honden haar deel krijge van de vijanden (24). Kon men dat niet gebruiken?

68 : 9 Benjamin, Juda, Zefoulon en Naftah zijn verdwenen, alsook de tempel. M.i. getuigt dat niet van eerbied voor de tekst.

68 : 10 Een vers van 12 regels om één tekst (31) weer te geven. Uiteraard moest er dan heel wat bijgemaakt worden.

68 : 11 Als boven: 12 regels voor één tekst (32), dus heel wat „bijwerk".

68 : 12 Hierin zijn 4 tekstverzen samengevat (33- 36) met het gevolg, dat b.v. 36 niet tot zijn recht komt.

Ps. 69 : 1 „Red mij, o God, het water stijgt en stijgt". De melodie daalt en daalt. 69 : 4 „een stonde van genade. Hoe ouderwets!

Ps. 71 : 4 „Sinds ik tot leven werd ontbonden".  Tot heden brachten we ontbinden steeds in verband met de dood.

71 : 14 „God lof, mijn mond zal luid opjuichen". Een nieuw woord?

Ps. 73 : 11 „Maar 't is mijn ziel en zaligheid te zijn bij God". Dit is, meen ik, geen goede zin. 73 : 5 Het is aan gerechte twijfel onderhevig of hun plagen en hun straf een juiste interpretatie is van de tekst. Het gaat hier over het kruis dat de vrome moet dragen, in tegenstelling tot de voorspoed der goddelozen. Want waarin zou anders bestaan het „afvallig zijn van het geslacht uwer kinderen" als de dichter klaagt over het plagen van de bozen?

Ps. 74 : 10 U is de dag, U is de nacht, o Heer. Moet dit niet Uw zijn? Tekst: Uwer is de dag, uwer ook de nacht.

Ps. 76 : 1 Juda en Salem uit de tekst zijn weggelaten. Toegevoegd is: „Hij doet zijn roep uit Sion horen" dat niet in de tekst staat. De oude berijming is veel juister.

Ps. 77 : 2 „En ik vraag aaïi mijn gedachten". Kan dat? In 6 strofen is m.i. de inhoud van de psalm onvoldoende weergegeven.

Ps. 78 : 1 „Mijn volk, ik ga geheimen openleggen", 't Is ver van fraai!

Ps. 80 : 1 Naast vs. 1 van de oude berijming is dit maar een slap geval. 80 : 2 Als boven. Benjamin en Manasse zijn weer verdwenen.

80 : 7 Vers 11 van de oude berijming is vrij wat sterker dan dit nieuwe vers met zijn gefantaseerde sterrebeeld en dageraad.

Ps. 81 : 1 „Stem en tegenstem springen op voor Hem". Springende stemmen?

81 : 8 „Ik ben Hij Die is". M.i. nodeloos belerend. 81 : 11 Waar is Gods klacht gebleven: „Och, dat mijn volk naar Mij luisterde, dat Israël in mijn wegen wandelde".

Ps. 82 : 3 In de tekst (6) staat: Wel heb Ik gezegd: Gij zijt goden, ja, allen zonen des Allerhoogsten. De berijming: „Wat zich opwerpt als igod en heer. Dit klopt niet. Ook de drie laatste regels zijn geen weergave van de tekst.

Ps. 83 Alle namen die in de tekst voorkomen, zijn in de berijming verdwenen. Daarentegen wordt de naam Gideon ingevoegd, die in de tekst niet staat. „Heer, laat hun haan geen koning kraaien" (4) is een uitdrukking die men in een psalm niet verwacht.„tempeest" (5) kan men beter niet gebruiken.

Ps. 89 : 4 Rahab (Egypte) is verdwenen en in de plaats daarvan het onbestemde „wat ooit aan vijandschap de kop heeft opgestoken" gekomen. 89 : 18 „Herstel in heerlijkheid het land van melk en honing" staat niet in de tekst, en is er met de haren bijgesleept.

Ps. 92 : 1 Verdwenen is: „een psalm, een lied voor de sabbatdag". Waarom? 92 : 2 en 3 spinnen de tekst (4 en 5) onevenredig lang uit.

92 : 4 Hierin komt niet tot uiting de gedachte van de tekst (7 en 8): dat de goddelozen groeien als het kruid, en al de werkers der ongerechtigheid bloeien, opdat zij tot in der eeuwigheid verdelgd worden. (St. Vert.).

92 : 6 en 8 Hierin kan ik bepaald geen verbetering zien van de oude berijming.

Ps. 93 Voor mijn besef is de oude ber. indrukwekkender en had zij met enkele correcties, gehandhaafd kunnen blijven. De voet planten op de nek van deze watervloed (vs. 3) een twijfelachtige beeldspraak. (Tenzij men die vloed gepersonifieerd denkt).

Waarom de twee laatste regels van vs. 4 veranderd zijn ontgaat me.

Ps. 97 : 6 „Gods glorie staat te gloren": Dit kan mij niet bekoren! Ps. 98 : 3 „Zingt van het land van melk en honing". Dit is in de tekst ook niet bij benadering te vinden. Vermoedelijk is deze berijming van dezelfde hand als ps. 89 (18). Een stokpaardje? Of is het alleen omdat honing zo goed rijmt op koning?

Ps. 99 : 7 b Is geen goede weergave van: „Gij zijt hun een vergevend God geweest, hoewel wraak oefenend over hun daden". De oude ber. heeft dat beter.

Ps. 100 Het wordt eentonig, maar de oude ber. beantwoordt ook hier beter aan de inhoud van de psalm dan de nieuwe. In het bijzonder vs. 3 voegt dingen in die niet in de tekst staan.

Ps. 103 : 5 „Dat wij slechts leven op de adem van zijn stem" is een twijfelachtige zegswijze. 103 : 6 In welk opzicht dit beter is dan vs. 8 oude ber. ontgaat mij.

Ps. 104 : 5 Hoeveel Nederlanders zullen weten dat dat eiber is ooievaar? Echter: „de kleppend' ooievaren" van de oude ber. is ook niet fraai.

Ps. 105 : 2 Abram moet zijn Abraham. 105 : 11 Is lachwekkend en zal zeker moeten veranderen.

105 : 14 „De rijen door weerklonk hun lied: Wie God vertrouwt, die struikelt niet". Hiervan staat niets in de tekst en ook niet in Exodus 12.

Ps. 107 Is wel zeer vrij berijmd; meermalen kan men de tekst er niet in herkennen. B.v. 3, 6, 9 (hoe komt de dichter bij: „Zijn geest komt aangevlogen" 9? Er staat: Hij zond zijn woord), 14, 16, 20.

107 : 16 Hierin slaat de fantasie van de dichter op hol: „Zout is de nasmaak van een overmaat wan (boosheid; de dorst des levens kan omslaan in machteloosheid". De tekst (43) luidt: „Hij maakt vruchtbaar land tot zouten grond wegens de boosheid van wie daar wonen". Dat is iets anders.

107 : 20 De tekst (43) met dezelfde woorden weer te geven als de oproep tot lofprijzing vs. 8—9, 15—16, 21—22, 31—32 resp. in de strofen 4, 7, 10 en 15 is toch niet juist. Trouwens waar is in die coupletten 4, 7, 10 en 15 het verschil gebleven, dat in de tekst toch aanwezig is?

Ps. 108 : 3 en 4 Zie de opmerking bij psalm 60.

Ps. 110 Moet uit het zonder hoofdletter drukken van heer, u, gij, hij, blijken dat 't Messiaans karakter van deze psalm ontkend wordt? Dit zou in strijdzijn met Matth. 22 : 44, 45; Mare. 12 : 36, 37; Luc. 20 : 42—44 en met Hebr. 1 : 13; 5 : 6; 7 : 17, 21.

110 : 3 Is geen juiste weergave van de tekst (3). De oude ber. is beter.,

110 : 5 De tekst (5—7) is in dit couplet wel zeer besnoeid weergegeven.

Ps. 119 : 10 In de tekst staat niets over „geloof" of over „het licht van het geloof".

119 : 38 „Gij zijt mijn ziel, mijn zaligheid, mijn zegen" staat niet in de tekst.

119 : 51 „En niet meer gaat waar onze vaad'ren gingen" staat niet in de tekst.

119 : 66 „Gij hebt mij immers tot uw dienst verkoren" staat niet in de tekst.

Ps. 120 : 2 Mesech en de tenten van Kedar zijn verdwenen.

Ps. 122 : 2 „Naar 's Heren woord, om zijns Naams ere!" Wat een ouderwets gebruik van de genitief.

122 : 3 Waarom Vredesoord met een hoofdletter?

Ps. 128 : 2 De stekken van olijven te vervangen door scheuten (zie tekst - 3).

„Gods zegen ondergaan" klinkt wel vreemd, genieten zou beter passen. Bij ondergaan denkt men aan iets onprettigs: straf, een operatie enz.

Ps. 130 : 3 Kan „Uw glorend aangezicht" niet door iets anders vervangen worden?

130 : 4 „Zo doe Hij ook aan mij" is een vrome wens die niet in de tekst staat.

Ps. 134 : 3 „Hij is het die u samenriep" staat niet in de tekst en dient blijkbaar om het mogelijk te maken dit vers bij huwelijks-bevestigingen te laten zingen.

Ps. 135 : 5 Sihon en Og zijn weggelaten. Moet tekens niet teek'nen zijn?

Ps. 141 : 8 „Verzamel weer mijn vege leven" is een zonderlinge zin.

Ps. 143 : 5 Is het invoeren van Isrel in deze zo persoonlijke psalm geen inlegkunde? 143 : 7 „Doe weer uw vriendlijk aanschijn gloren". Dat gloren schijnt men nogal mooi te vinden. Ik niet.

Ps. 150 : 1 „Looft die alles is in allen" staat niet in de tekst. Blijkbaar is gedacht aan 1 Cor. 15 : 28 maar daar wordt in de toekomende tijd gesproken.

150 : 2 „Rinkend met de tamboerijn? " Hoe gaat dat?

„Looft Hem fluitend met de fluit". Ja, wat zou men anders met een fluit doen?

Tenslotte wijs ik er nog op dat, hoewel men het veelvuldig samentrekken van lettergrepen in de oude berijming als een belangrijke reden voor het samensteleln van een nieuwe berijming heeft aangegeven, niettemin de contractie Isrel voor Israël ruim 20 maal in deze berijming voorkomt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BEZWAREN TEGEN 15O PSALMEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's