De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bijbel vertalen en Bijbelvertalingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bijbel vertalen en Bijbelvertalingen

8 minuten leestijd

III.

Geen enkele vertaling is onfeilbaar. Afgedacht van wat hierover in de vorige artikelen uiteengezet is, wijs ik op de vele talen, waarin de Schrift is vertaald: De Bijbel in zijn geheel is overgezet in 231 talen; voeg daarbij de 290 talen, waarin hetzij het Oude of het Nieuwe Testament is overgezet en de 695 talen, waarin een gedeelte van de Schrift, een evangelie of een ander boek, is weergegeven en dan komen wij tot een aantal van 1216 talen, waarin van de grote werken Gods getuigd wordt. Waar moest het heen, als ieder voor zijn vertaling het predicaat feilloos zou opeisen!

Men mene niet, dat men voor deze dingen in de 17e eeuw geen oog had; juist wel, in verband met wat de r.k. kerk leerde over de Vulgata. En reeds vlak na de doorvoering van de Statenvertaling in ons land werd ervoor gewaarschuwd, dat wij hier niet te doen hadden met een vertaling, die nu voor eeuwen af zou zijn.

Wat Trommius zegt.

Abraham Trommius schrijft in een voorrede aan de christelijke lezer en gebruiker van zijn „Grote Nederlandsche Concordantie" (1685) hier reeds over. Na de grondigheid van de Statenvertaling te hebben geroemd wijst hij op de betekenis van de kanttekeningen, die „aan de bescheiden lezer vrijheid geven om zulk een zin voor zichzelf uit te kiezen en aan te nemen, „die hem best behaegt ende waer toe syn bevat en oordeel meest neygt"; daardoor wordt aan de lezer „zijn behoorlijke vrijheid in het oordelen gelaten". Hij wijst op de luister en achting, die aan dit kostelijke werk door de Synode en door de Staten-Generaal is gegeven. Maar, zegt hij, dat wil niet zeggen, dat wij deze hoewel anders uitnemende overzetting als authentiek willen voorstellen en iedereen de vrijheid benemen om „sedichlick" daarvan af te wijken. Het is genoeg, dat wij haar de lof geven die haar toekomt van een getrouwe en welgegronde overzetting, meer niet.

Van de aantekeningen op de kant zegt Trommius, dat het nooit de bedoeling van de vertalers is geweest, dat men daarvan niet mocht afwijken: dat zou te „nadelig zijn voor het onderzoek der heilige Schriften". De kanttekeningen banen de weg voor het nageslacht dat alles, wat tot nader opening en klaarder verstaan der goddelijke Schriften kan uitgevonden en aan het licht gebracht kan worden vrij mag worden voorgesteld, onderzocht en aangenomen tot stichting der gemeente. Wel waarschuwt hij voor wezenlijke veranderingen omdat men dan nooit een vaste voet van overzetting zou hebben.

Brakel over de vertaling.

Eenzelfde betoog vindt men in de Redelijke Godsdienst van Wilhelmus a Brakel. De Statenvertaling noemt hij een onwaardeerbaar geschenk. Maar voegt hij er aantoe: Hoe volmaakt deze overzetting ook is, zo is zij toch niet authentiek of onfeilbaar. De grondteksten zijn direct door Gods ingeving van God zowel ten opzichte van de zaken als van de woorden, maar de overzettingen hebben de van God gegeven zaken, maar niet de woorden. En al kan een onkundige die overzettingen niet aan de grondtalen toetsen, zo kan hij toch verzekerd zijn van de waarheid der zaken uit de overeenkomst des geloofs en de samenhang der zaken. En als men zegt: maar Christus en de apostelen haalden het Oude Testament aan met de woorden van de Septuaginta, en daarmede erkenden zij dus haar authenticiteit, dan antwoordt Brakel: Christus en de apostelen beoogden de zin van de tekst en niet de woorden.

à Marck over de betekenis van een vertaling.

Op eenzelfde manier laat à Marck zich uit in „Het merch der christene Gotgeleertheit" (1714). Hij vindt het maar uitwerksel van onbetamelijke dartelheid en eerzucht, dat men in de leer de Statenvertaling voorbijgaat, verandert, berispt en op allerlei wijze verdacht maakt, waarvan geen ander vrucht te verwachten is dan velerlei twijfel, verwarring, en voortdurende verandering, tot smaad en bespotting van ons gezuiverde christendom.

Verre zij het evenwel van ons, dat wij enige vertaling zouden willen aanmerken als onfeilbaar en als zodanig boven of naast de grondtaal stellen; of ook aan de leraren betwisten zowel hun plicht om de bijzondere kracht van de grondtaal te tonen en verscheidene vertalingen, die ook in onze Bijbels dikwijls op de kant zijn aangetekend met elkaar te vergelijken als hun vrijheid om niet alleen van de gewone vertaling in hun gevoelen af te wijken maar ook deze afwijking met een behoorlijke zedigheid en voorzichtigheid voor te stellen.

Vinet; Luther.

Zo zouden wij kunnen voortgaan om te laten zien, hoe men ook vroeger oog had voor de noodzakelijkheid om de vertaling te toetsen en vooral om de studie van de grondtalen voort te zetten tot opbouw en stichting van de gemeente. Men heeft er veel begrip voor gehad hoe moeilijk vertalen is. Vertalen is niet woord voor woord weergeven, wat in het oorspronkelijk staat, want dan werd vergeten, dat eerst de woorden in een geheel gezet een zin hebben. En daarbij komt, wat Vinet zei: Er is altijd iets dat boven de woorden uitgaat, het zijn ideeën, het is de geest van de schrijver, het is zijn leven. Datzelfde brengt Luther op deze wijze onder woorden in een brief aan Van Amsdorf: Niemand kan het Woord verstaan en dus kan niemand het ook overzetten dan door de Heilige Geest. Vertaling eist een oprecht, vroom, vlijtig, eerbiedig, christelijk, geoefend, ervaren hart. En van de vertaling van Erasmus zei Luther: „Hij heeft het Nieuwe Testament wel vertaald, maar niet aangevoeld". Dat is wel het scherpste oordeel, dat over een vertaler en uitlegger kan worden uitgesproken.

De vertalingen van Luther.

Een ding heeft Luther goed geweten en voortdurend heeft hij dat ook gezegd, dat zijn werk niet volmaakt was. In 1522 kwam het Nieuwe Testament in het Duits uit en in 1534 de vertaling van het Oude Testament.

Aan de vertaling van het Oude Testament had men twaalf jaar gewerkt. Eerlijk vertelt Luther welk een moeite men er mee gehad heeft. Over Jesaja schrijft hij aan Link (in 1528): Wij zitten nu te zweten over de Duitse vertaling van de profeten. O, God, wat een zwaar en moeilijk werk is het om die schrijvers tegen hun wil te dwingen om Duits te spreken. Zij hebben er geen lust in om hun Hebreeuws op te geven en het barbaarse Duits na te zeggen. Het is precies alsof men een nachtegaal zou dwingen om een koekoek na te doen en zijn eigen heerlijke melodie zo op te geven voor de monotone koekoekszang, die je wel haten moet. Met het boek Job heeft Luther zeer veel moeite gehad met de vertaling en hij is de enige niet, toen niet en nu niet, in zijn worsteling om een goede zin aan de tekst te ontwringen. In elke druk zijn dan ook wijzigingen aangebracht; in 1541 verscheen een geheel nieuwe editie. Dat was in de 16de eeuw! Denk vooral niet, dat het gemakkelijker is geworden in de loop van de eeuwen. Wie hiervan meer wil weten kan terecht (o.a.) in het boek van dr. W. J. Kooyman, „Luther en de Bijbel", Bosch en Keuning", Baarn.

Nederlandse vertalingen na de Reformatie.

In ons land zijn vooral na de hervorming vertalingen van vertalingen gebruikt, eerst van Jacob van Liesveldt, waarvan de eerste editie verscheen in 1526 later die van Godfried van Wingen, de zogenaamde Deux-Aes-Bijbel of Uilenspiegel-Bijbel; deze laatste is bij de Hervormden in gebruik geweest tot de verschijning van de Staten-vertaling in 1637. Het waren vertalingen van vertalingen met al de nadelen daaraan verbonden. Geen wonder, dat steeds meer stemmen opgingen, die riepen om een vertaling rechtstreeks uit de grondtalen. Niet dan met moeite haalde men Marnix over om zijn werk aan een nieuwe vertaling voort te zetten ten dienste van de kerk, een overzetting in „de algemeenste, klaarste en zuiverste taal". Als goed kenner van het Hebreeuws had Marnix de vertaling van Luther goed bestudeerd en zijn kritiek was nogal scherp: „Oprecht beken ik, dat onder alle vertalingen geen zover afwijkt van de Hebreeuwse tekst als die van Luther". Maar de zwaarte van zulk een groot werk kende hij ook terdege. Bovendien moest hij optornen tegen een oppositie, die opkwam vooral uit de gemeenten. Velen waren met de oudere vertalingen groot geworden; dat was hun Bijbel. Waarom al die nieuwigheden?

Ook na de dood van Marnix (1598) bleef de zaak van een eigen Nederlandse oorspronkelijke vertaling slepende, totdat op de Synode van Dordrecht de zaak werd doorgezet.

De Dordtse Synode over de vertaling.

Daar heeft men eenparig als zijn oordeel uitgesproken, dat een overzetting uit de grondtalen dringend nodig was, omdat de oude van fouten krioelde. Alleen de remonstrant Frederici vond geen nieuwe vertaling nodig (november 1518). Hij wilde de oude en gebruikelijke vertaling behouden, omdat alles wat tot de kennis der zaligheid nodig was uit deze vertaling te putten was. Bij de nadere vaststelling van regels voor de vertaling sprak men zich uit voor een rechtstreekse vertaling, men wilde geen revisie van de oude; van de Bijbel van Liesvelt oordeelde men, dat deze gebrekkig was en alleronvolmaaktst. Maar men heeft wel bepaald, dat men uit de oude overzetting bewaren zou, wat waar en zuiver Nederlands was. Ook zou men uit eerbied voor de heilige taal hebraïsmen zoals de uitdrukking Koning der Koningen, knecht der knechten en dergelijke en graecismen als „de stem des roependen in de woestijn" zoveel mogelijk behouden. Men ging nu dus verder dan eertijds, toen men met een revisie tevreden was. Revisie zou volgens Sibelius niet anders dan „oplappen" betekenen.

Utrecht, H. Bout.

(wordt vervolgd)

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Bijbel vertalen en Bijbelvertalingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's