Bijbel vertalen en Bijbelvertalingen
De Statenvertaling
De Statenvertaling.
Zoals bekend heeft het tot 1637 geduurd voordat de Statenvertaling gereed is gekomen. Velerlei tegenspoed heeft de voortgang van het werk geremd, meer dan één medewerker werd door de dood weggenomen, onder wie Faukelius (1625), Rolandus (1632). (Bogerman stierf vlak voor de voltooiing in 1637). Eén ding had men voor op de oude vertalingen, men kon van de vertalingen gebruik maken, die sinds de hervorming verschenen waren, o.a. de Engelse vertaling van 1611, de Authorised Version. Van elke vertaling kan men zeggen: niemand kan van voren aan beginnen, maar niemand behoeft dat ook. Van Luthers vertaling heeft men wel gezegd: Hij onderzocht het origineel tot in de diepte en hetgeen hij presteerde in de weergave van het oorspronkelijk in het Duits was meer dan een vertaling, het was een schepping. Dat mogen wij ook van de Statenvertaling schrijven.
Over het geheel is de Statenvertaling met blijdschap aanvaard; vrij snel is de nieuwe Bijbel erin gekomen. Dat de overheid ook hier een grote stem had, blijkt o.a. uit de acte van authorisatie en approbatie, waarbij zij de „meergemelde overzetting authoriseren en approberen ten einde dat dezelve in de kerken en de publieke scholen der Verenigde Nederlanden en andere rijken en landschappen onder onze gehoorzaamheid ressorterende moge worden aangenomen en gebruikt en dat dienvolgens alle kerkelijke vergaderingen, kerkedienaren, professoren en doctoren in de heilige Theologie, regenten van colleges en voorts alle en een iegelijk, die dit enigszins aangaan in het exerceren van dezelve diensten en bedieningen zich daarna mogen reguleren om alzo de enigheid, welstand en dienst der gemelde Nederlandsche Gereformeerde Kerken en scholen meer en meer te (be)vorderen". Dat de kerk niet zo bijster gesteld was op het feit, dat de Staten Generaal al te veel eer voor het ontstaan van deze overzetting aan zich wilde trekken, weten wij uit een correspondentie over het titelblad, waar de kerk zich tenslotte heeft neergelegd bij het „door last van de Hoogh Mog. Heeren Staaten Generaal" enz. Zoals de Kerk in de jaren van de Republiek zich bij zoveel heeft moeten neerleggen, dat de Overheid beliefde te ordonneren en reguleren. Evenwel mag de grote verdienste van de Overheid ten opzichte van het ontstaan van de Statenvertaling nimmer worden vergeten.
Op particuliere Synoden kwam de zaak van de invoering van de nieuwe translatie meer dan eens aan de orde: in Gelderland bepaalde men, dat de vertaling met de meeste „sachticheit en discretie" in gebruik zou worden genomen. Men kan hierover allerlei vinden in het artikel van Dr. C. C. de Bruin: Invoering en ontvangst van de Statenvertaling in de uitgave Van het Nederlands Bijbelgenootschap De Statenvertaling 1637-1937.
De betekenis van de Kanttekeningen.
Het is een beslissing van grote wijsheid geweest als men besloot aantekeningen te maken naast de vertaling. Terecht zijn deze kanttekeningen een vraagbaak geweest vele jaren door. In die kanttekeningen erkenden de Statenvertalers, dat een andere vertaling mogelijk was; zij zeiden: ij hebben een keuze gedaan. Zij zeiden dus niet: die andere vertaling op de kant is fout. Maar in bescheidenheid erkenden zij, dat een andere vertaling mogelijk was, al kozen zij die niet. In de huidige verdediging van de Statenvertaling tegenover de Nieuwe Vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap worden deze Kanttekeningen niet altijd, althans niet voldoende gerespecteerd. Ik las ergens over de vertaling van Rom. 5 : 12. De Statenvertaling heeft hier: in welken allen gezondigd hebben". De Nieuwe Vertaling: omdat allen gezondigd hebben". „Omdat! Hier is de erfzonde-betrekking met Adam dus gebroken en is het accent op de dadelijke zonde van de mens gelegd", zo las ik ergens in een bestrijding van de Nieuwe Vertaling. Maar wat staat er in de Kanttekeningen - en ik mag nauwelijks veronderstellen, dat deze schrijver de Kanttekeningen niet heeft geraadpleegd! - „ofte: oor sooveel of omdat se alle gesondight hebben ende dat brengt ook noodsakelick denselven sin mede, want alle menschen die sterven hebben in haerselven geen dadelicke sonden begaen, gelijck blijkt in de onmondige kinderen, welcke vele sterven in hun onmondigheyt ende derhalven moeten gesondight hebben in desen eenen mensch, in wiens lendenen sy waren". We zien uit deze kanttekeningen, hoe voorzichtig wij moeten zijn om onmiddellijk klaar te staan met een opmerking: Alweer een aantasting van de kernwaarheden van de Schrift".
Ik pleit helemaal niet voor de Nieuwe Vertaling - daarover later nog - maar ik wil alleen maar zeggen: niet elk argument is gerechtvaardigd!
Aanvankelijk heeft men geen Bijbels aanvaard zonder deze kanttekeningen, zelfs tegen een willekeurige verkorting van de kanttekeningen werd protest aangetekend en het is te betreuren, dat later de kanttekeningen volkomen zijn verdwenen. Hier was een middel geweest door aanvullingen de gemeente direct op de hoogte te houden van de vorderingen ten aanzien van de studie van de Bijbel.
De Statenvertaling niet het museum in.
Op de betekenis van de Statenvertaling voor onze Nederlandse taal is menigmaal gewezen. De Statenvertaling is voor ons een monument van godsvrucht en geleerdheid, maar ook deze dingen - de invloed daarvan op ons gewone Nederlands - mogen wij niet onderschatten. Van de Engelse vertaling van 1611 Authorised Version schreef, ik meen Kenyon: De invloed van de Authorised Version is in de Engelse taal van die aard, dat menigeen het zich nauwelijks bewust is als wij taaleigen (idioom) gebruiken, die wij te danken hebben aan een directe vertaling uit het Hebreeuws. Dat geldt van Luthers vertaling voor het Duits en eveneens van onze vertaling.
Prof. Van Dijk waarschuwde in 1907: „Op ander gebied geeft men schatten uit voor bewaring en restauratie van oude momenten en ook op onstoffelijk gebied moeten wij, dunkt mij, zuinig zijn op kostelijke dingen". Ook overigens zijn de door hem toen gebruikte argumenten echt nog niet verouderd. Hij pleit voor aansluiting aan de Statenvertaling, waarbij wel zekere reserves in acht genomen moeten worden. Door zulk een aansluiting bewaart men voor de trouwe bijbellezer een zeer gewenste continuïteit.
Als men mij vraagt: Waarom leest u toch altijd op de kansel de Statenvertaling, dan antwoord ik soms: omdat de Statenvertaling mij te levend is ook in deze tijd, dan dat ik haar in een museum zou willen opbergen. Er is nog wel meer over te zeggen, maar hier in dit verband nu dit argument.
Revisie.
Hebben wij nog dezelfde Statenvertaling als in 1637? In de eerste plaats missen wij de kanttekeningen en ik wees reeds op de verarming, die daarvan het gevolg is. Maar wat wil men? Een generale Synode als die van Dordrecht is in de tijd van de Republiek niet meer gehouden met al de gevolgen daarvan voor de kerk: vele vragen die het kerkelijke en geestelijke leven betroffen, kwamen niet tot een oplossing en konden alleen in de mindere vergaderingen aan de orde komen.
Maar langzamerhand kregen wij toch een gereviseerde Bijbel. Allerlei oude woorden werden vervangen en zelfs dat gaf aanleiding tot moeilijkheden: het Brits en Buitenlands Bijbelgenootschap te Londen hield zich aan de oude tekst in tegenstelling met het Nederlands Bijbelgenootschap, dat allerlei woorden veranderde, met als gevolg, dat wie een Bijbel kocht op bepaalde woorden lette, zoals poëten in Hand. 17. Als voorbeeld noem ik Mare. 6 : 39, waar het woord waardschappen voorkomt; de huidige uitgaven van het Nederlands Bijbelgenootschap hebben hier: ezelschappen; in sommige Nederlandse uitgaven en in een uitgave van Br. en Buitenl. Bijbelgenootschap (1940) las ik nog waardschappen, een op 't ogenblik volkomen onbekend woord. Het gevaar van zulk een methode van herziening ligt voor de hand. Ik herinner aan het woord nederheid uit de Lofzang van Maria (Luc. 1 : 48). Soms is dit woord zonder meer gehandhaafd, soms vervangen door nederige staat, maar soms ook volkomen ten onrechte veranderd in vernedering of ook zelfs nederigheid. Andere oude woorden zijn weer gehandhaafd, b. V. het woord smijter: en ouderling mag geen smijter zijn. Het woordenboek van Koenen tekent op het woord aan: verouderd) vechtersbaas. De nieuwe vertaling heeft hiervoor: iet opvliegend. Dat in latere uitgaven het tweede wij uitgelaten werd uit b.v. Rom. 6 : 2, Wij, die wij der zonde afgestorven zijn, is vanzelfsprekend. Deze taalvorm komt nogal eens in de oude Statenvertaling voor.
Maar daarmede zijn wij er in deze tijd nog niet. Daarover een volgende keer.
Utrecht, H. Bout.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's