De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bijbel vertalen en Bijbelvertalingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bijbel vertalen en Bijbelvertalingen

9 minuten leestijd

VI.

De vertaling van het N.B.G.

In 1951 was de nieuwe vertaling van het Ned. Bijbelgenootschap compleet: het Oude Testament werd aangeboden. Het was een reuzen-arbeid geweest. Twee vertalers hebben het werk volbracht en daarna heeft een grote commissie de vertaling tekst voor tekst bestudeerd en onderzocht en menigmaal gewijzigd. De vertaling heeft het karakter van een compromis. In de vergaderingen van de revisie-commissie werd soms gestemd, als men niet tot éénstemmigheid kon komen over een bepaalde tekst. De grote haken, waartussen sommige teksten zijn opgenomen, zijn van dit compromis een bewijs, b.v. 1 Joh. 5 : 7; Marc. 16 : 9-20; Matth. 6 : 13b. Geen wonder, dat de N. Vertaling veel kritiek kreeg (krijgt). Voor velen was de Nieuwe Vertaling te behoudend, te weinig kritisch; men had te weinig gebruik gemaakt van de moderne tekstkritiek, te weinig winst gedaan met de resultaten van de theologische wetenschap van de laatste tijd. Voor ons ligt daarin een oorzaak van dankbaarheid en blijdschap. Ik noem weer een enkel voorbeeld. Veel kritiek hebben de vertalers moeten lezen over de vertaling van Ps. 2 : 12: Kust de Zoon, opdat hij niet toorne. Deze vertaling wordt slechts door weinige oudtestamentici (o.a. Ridderbos Sr. en Jr.) aanvaard. In het algemeen leest men: Kust hem bevend de voeten.

Van de andere kant kwam de klacht: deze vertaling is te progressief. Er is te weinig aansluiting aan de St. Vertaling, hoewel de Commissie had verklaard, dat zij bij haar gehele arbeid de Statenvertaling in het oog heeft gehouden. Men heeft er ook op gewezen, dat eigen verklaring in de vertaling was verwerkt en dit laatste is wel een sterke aanklacht, want vaststaande regel voor een Bijbelvertaling is, dat interpretatie en parafrase (dit is omschrijvende vertaling) niet legitiem is in een bBijbelvertaling.

In verscheidene dingen, is de N. B. Vert. aan zijn critici tegemoetgekomen, zodat op allerlei ondergeschikte punten wijzigingen zijn aangebracht. Vergelijking met oudere drukken toont dit aan. Wapenbroeder in Philemon vs. 2 is vervangen door medestrijder, een woord, dat ook in Phil. 2 : 25 voorkomt. In Matth. 6 : 5, de enige plaats waar het woord geveinsde nog voorkwam, is dit veranderd in huichelaar. In 1 Cor. is heiligheid vervangen door heiliging; in Hebr. 12 : 14 het woord heiligmaking door heiliging. Dat geldt ook van het Oude Testament, waarin allerlei is en misschien nog wordt bijgeschaafd.

De belangstelling waarin deze vertaling deelt, is een bewijs van de waardering voor dit grote werk, waarvoor zovele protestantse geleerden zich zoveel moeite hebben gegeven. Sommige teksten staan nu eigenlijk zonder nadere verklaring vlak bij ons. B.v. de tekst, die spreekt van: Zij hebben hun loon weg. (Matth. 6:2). De N. Vert. heeft hier: Zij hebben hun loon reeds, d.w.z. reeds ontvangen, n.l. door de ere van mensen. Er is in dit opzicht veel meer te noemen, ook ten aanzien van het Oude Testament, waarop ik toch nog wel hoop terug te komen, ook ten aanzien van mijn bezwaren.

In een voorafgaand artikel wees ik erop, hoe moeilijk wij ons van de Staten-vertaling kunnen losmaken. Met die vertaling zijn wij, ouderen, innerlijk en geestelijk vergroeid. Reeds op de lagere school werden vele teksten gememoriseerd, ook enige perikopen als gedeelten uit Rom. 12, een enkel hoofdstuk, als Jes. 53. Het was een geestelijk bezit, dat wij als kinderen meekregen, waarvan wij de draagkracht toen in de verste verte niet begrepen. Zal de N. Vert. eenzelfde invloed hebben?

Ik ben de eerste niet, die dat vraagt. Prof. van Dijk vroeg het jaren geleden in een beoordeling van de Leidse vertaling van het Oude Testament (1906). Deze vraag is zo billijk, dat zij moet gedaan worden. Het gaat om de bewaring van de kleur van het oorspronkelijke, de bewaring van het concrete, van de aanschouwelijke stempel van de Hebreeuwse tekst. Ik vergeleek Prof. van Dijks gedachten met wat in de nieuwe tekst is opgenomen en merkte hier en daar overeenkomst, aan de andere zijde b.v. ten aanzien van: Noach ontwaakte van zijn wijn, heeft de N. Vert. toch: van zijn roes.

Maar waarom, vraag ik mij af, moet ik lezen: Wie heeft u een wenk gegeven om de komende toorn te ontgaan? Waarom: Komt achter mij? Waarom Ik heb medelijden met, in plaats van: Ik word met innerlijke ontferming bewogen? Waarom: Spitten kan ik niet, in plaats van het oude graven? En dat is slechts het uiterlijke. Ik heb soms het gevoel, dat ik Vondel lees in een moderne versie.

Mag ik daar nog wat bij zeggen? Men klaagt over het niet begrijpelijke van de oude vertaling en men geeft een lied van Vondel in zijn taal en stijl aan de gemeente om op te zingen.

Dus, vraagt men mij: U bent tegen de N. Vertaling? Mag ik vertellen in dit verband wat mij enige jaren geleden overkwam? Ik had gesproken over de Psalmen en u begrijpt, dat doe ik gaarne. Er was gelegenheid vragen te stellen. Iemand vroeg: Waarom hebt u toch zoveel kwaad van de gezangen gezegd? Ik kon met de hand op mijn hart verklaren, dat ik aan de gezangen niet gedacht had, noch ook een woord er over gesproken. Maar de vragensteller had mij toch wel begrepen en hij had goed geluisterd. Bijna op eenzelfde wijze zou ik hier willen antwoorden: De Statenvertaling ligt ons na aan het hart en daarom heeft deze vertaling niet die weerklank gevonden, die hij - dat is niet te ontkennen - in brede lagen van het protestantse kerkvolk heeft gevonden.

Blijvende betekenis van de Statenvertaling.

Wij willen de Staten-vertaling niet in het kerkelijk museum, noch, waar het nog minder vandaan komt, in het kerkelijke archief begraven, ondanks de gebreken, die deze vertaling aankleven, niet om daarmede tevreden te zijn, dan zou ik in strijd zijn met heel het betoog van deze artikelen en mijzelf radicaal tegenspreken, maar om op grond van deze Staten-Bijbel, als een erfenis meegekregen, te blijven studeren en dan aantekeningen eronder en aantekeningen er boven. Dan dring ik ook als predikant geen vertaling aan de mensen op, praat die de mensen niet aan, maar zoek met hen, wat de goede en welbehagelijke wil des Heren is.

Ik wil dus niet zeggen, die Nieuwe Vertaling is niets. Integendeel, de N. Vert. is neerslag van wat er in deze tijd leeft in de theologische wereld. Mijn stelling is: de oude vertaling voor de Schriftlezing, de N. Vertaling (o.a.) voor de Schriftstudie. Maar er wordt te weinig gestudeerd in en over de Bijbel. En daar ligt het gemis en het tekort, met al de gevolgen voor geestelijk en kerkelijk leven.

Dus omdat het nieuw is zou het verwerpelijk zijn? Val in die fout niet. Maar ook het omgekeerde komt voor: als het maar nieuw is, dan is het goed; schaf vooral het oude af! Er is een schuldige behoudzucht en een minstens even schuldige nieuwigheidszucht.

Mag ik nog voortgaan met: Waarom?

Bezwaren.

In de N. Vert. vindt men inplaats van bescheidenheid (Pil. 4:5) vriendelijkheid. Ik heb het gewaardeerd in de (r.k.) verklaring van Dr. G. Bouwman, het oude woord weer terug te vinden, wel met een aantekening erbij: vriendelijkheid, bescheidenheid, welwillendheid, blijmoedigheid", enz. De epikeia van de christen moet zich dus daarin bestaan, dat hij in het besef van zijn eigenlijke grandeur er niet op uit is zichzelf te handhaven ten koste van anderen. Wij vertalen dus met de oude Statenvertaling: bescheidenheid, ofschoon ook dit woord de eigenlijke inhoud niet volledig dekt.

Ik betreur het, dat het woord verdoemenis niet is opgenomen. Ik kan daar nu niet op ingaan, maar ik heb de gedachte, dat hiermede het woord verdoemenis uit de kerkelijke taalschat moet worden verwijderd. En ik meen, dat dit woord is ingeburgerd en een inhoud heeft gekregen, waardoor het een volkomen juiste weergave is van wat de betrekkelijke Schriftwoorden bedoelen.

Ook over de vertalingen: p gezag van deze naam (Hand. 4 : 17, 18), op de naam van Christus (Hand. 2 : 38) zou ik kunnen ingaan. Ik zou Hand. 2 : 38 niet anders willen vertalen dan met „in Christus" en ik wijs andere vertalingen daarmede af.

Er is nog één tekst, waarvan ik nog iets wil zeggen - de reeks stukken over dit onderwerp mag niet te lang worden - en dat is over 2 Tim. 3 : 16.

Een belangrijke tekst bekeken.

De N. Vert. luidde hier oorspronkelijk: Elke van God ingegeven Schriftplaats is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid. In de latere edities luidt deze tekst: elk van God ingegeven Schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, enz. Ik vind het jammer, dat de oude Statenvertaling hier niet is gehandhaafd. De Statenvertaling staat in haar overzetting niet alleen in de vertalingen van deze tijd. Al de Schrift is van God ingegeven en is nuttig tot lering enz. Bij de meeste nieuwtestamentici wordt de N. Vert. aanvaard. Toch is er heel wat tegen in te brengen, b.v. het woordje ook past heel slecht in dit verband; geen wonder, dat het dan ook hier en daar is weggelaten, zoals in sommige handschriften. Nu zegt men wel: Het koppelwerkwoord ontbreekt in 't Grieks, maar dit is beslist niet dwingend. Er zouden heel wat Griekse zinnen kunnen worden gevonden, waarin dit hulpwerkwoord eveneens ontbreekt; daarom geef ik de voorkeur aan de Statenbijbel; maar al zou de vertaling van de Statenbijbel niet aanvaard kunnen worden, dan klopt de N. Vert. nog niet. Dan had men moeten vertalen: alle Schrift, van God ingegeven, is nuttig, enz. Dan was alle schijn, die nu in de tekst zou liggen als zou er Schrift zijn, die niet van God is ingegeven, weggenomen. En ook al zou de N. Vert. gehandhaafd blijven, dan mag men op grond van deze vertaling nóg niet menen, dat er niet geïnspireerde Schrift is volgens Paulus. Er is nergens in de paulinische gedachte grond te vinden voor een constructie, die onderscheid maakt tussen geïnspireerde en niet-geïnspireerde Schrift. Paulus spreekt in dit verband van het Oude Testament.

Deze tekst, die voor ons van zulk een bijzondere waarde is, heb ik met opzet wat breder bezien, ook omdat het verzet tegen de N. Vert. op deze tekst voortdurend wijst.

Een laatste artikel zal nog iets zeggen over een plaats in het Oude Testament.

Utrecht H. Bout.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Bijbel vertalen en Bijbelvertalingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's