Jezus sterft
De glans van Uwe oogen is gedoofd.
Gij buigt in opperst lijden 't heilig hoofd.
De armen, die Gij teeder hadt gestrekt,
zijn wreed gespalkt en gruwlijk uitgerekt.
De handen, die Gij zeegnend hadt gebeurd,
zijn fel doorspijkerd en met bloed besmeurd.
Uw hart, dat schreide om der menschen nood,
is nu verstild, gebroken in den dood.
O Jezus, voor wie boos en schuldig zijn
draagt Gij geduldig deze bittre pijn.
Gij wilt zelfs wezen tot een toeverlaat,
die U nog hoonen in 't verwond gelaat.
Jo Kalmein-Spierenburg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's